‘Ik leefde drie weken in hetzelfde skipak’

(30) sloot zichzelf wekenlang op in een winkelpand aan de Kinkerstraat in Amsterdam om zijn leven in Shanghai op de muren te schilderen. ‘Zie je die lange strepen? Dat is mijn vrouw.’

Twee dagen ijlen van de koorts had Merijn Kavelaars nodig om los te komen. Hij had al twee weken opgesloten gezeten in een oud winkelpand in de Kinkerstraat in Amsterdam. De twee verdiepingen zou hij in drie weken van eenzame opsluiting vol schilderen, als één groot kunstwerk. No good can come of this, heet het project. Daarin wilde hij zijn ervaringen van twee jaar in Shanghai, waar hij woont en werkt als kunstenaar, proberen te vatten.

Dat bleek lastiger dan ingeschat. Veel muren bleven lang leeg. Het was zoeken, vechten, zichzelf tegenkomen. De prestatiedrang verlamde hem, zegt hij. De wetenschap dat er een tentoonstelling zou volgen, dat er misschien media-aandacht zou zijn. „Ik miste de vrijheid die ik in Shanghai had gezocht, nadat ik in Amsterdam al eens was vastgelopen. Pas nadat ik hersteld was van die griep, heb ik in vijf dagen de hele benedenverdieping geschilderd.”

In het pand aan de Kinkerstraat zat vroeger een haardenspecialist. De plek is gevonden door No Man’s Art Gallery, zijn galerie die goede contacten heeft met makelaars om plekken voor pop-uptentoonstellingen te vinden.

Twee jaar geleden was Kavelaars in Shanghai terechtgekomen doordat No Man’s Art Gallery daar een tentoonstelling organiseerde. Het ‘gekkenhuis’ beviel hem. „In Amsterdam bleef ik hangen in dezelfde patronen. Ik moest iets radicaals gaan doen. Toen kwam Emmelie, de eigenaar van No Man’s Art Gallery, met Shanghai. Ik ben daar gebleven en schilder daar al twee jaar op muren in sloopbuurten. Daar ga ik ’s nachts heen en schilder er bij een klein lampje. Daarvoor werkte ik alleen op doek, maar de beperkte afmetingen van het canvas kaderde me te veel in. Op die muren kan ik onbeperkt mijn gang gaan. En ik weet toch dat het door de sloophamer verdwijnt en er niet eeuwig zal zijn.”

Kavelaars is een autodidact. Hij heeft geen kunstacademie gedaan. Hij is gewoon met verf aan de slag gegaan en werk gaan verkopen. Daar leeft hij nu van, subsidie heeft hij nooit gehad. Eén keer hing werk van hem in een museum, twee schilderijen op een groepstentoonstelling in het Van Gogh Museum bij het veertigjarig jubileum. In China verkoopt hij werk aan jonge verzamelaars die overzees gestudeerd hebben en herkennen wat hij doet.

Hij hielp zijn vader, de clown

Als kind zat hij vaak te tekenen en schilderen. Met zijn vader, die als clown werkte, ging hij mee naar optredens. Hij hielp hem bij het maken van decors. Maar dat hij zelf ook kunstenaar kon worden, dat kwam toen nog niet bij hem op. Hij ging naar een sportopleiding, studeerde af als golfinstructeur en werkte een paar jaar op een golfbaan. Maar dat was het niet, dus ging hij weer studeren. Commerciële economie in Amsterdam. Ondertussen schilderde hij. „Daar kon ik mijn energie in kwijt. Mijn studie heb ik nog wel afgemaakt. Dan had ik nog iets achter de hand als het met schilderen niet zou lukken. Maar via sociale media verkocht ik al werken. Een galerie meldde zich. Waarom zou ik dan nog een derde opleiding volgen door naar een kunstacademie te gaan?”

Zijn inspiratiebronnen? Karel Appel, Basquiat, Keith Haring. „De energie die hun werk kenmerkt. En de kleuren van Gauguin.” Die invloeden zijn alom zichtbaar als hij gekleed in een lange bruinlederen jas, zijn lange haar in een knotje, rondleidt in het van vloer tot plafond volgeschilderde pand aan de Kinkerstraat. Hij wijst hoe hij vaak met een fijne lijn is begonnen om figuren – zijn fantasieën van een kat, een varken of een hond – neer te zetten om daarna als een ‘action painter’ te smijten met verf en vooral de Chinese inkt die hij heeft meegenomen. Dogma the Dog heeft hij één werk betiteld. „Want ik noem het nu een hond, omdat ik vind dat het een hond is en jij het misschien zo herkent. Maar is het dan ook een hond?” Het is een van werken die gekocht kunnen worden. Op de muren heeft hij canvassen gehangen, die na sluiting ervan afgehaald kunnen worden. Ze worden verkocht voor prijzen van 620 tot 4.200 euro. De afbeeldingen lopen gewoon door op de muur. „Als je het werk koopt, dan herinner je je later misschien nog hoe het werk doorliep.”

In zijn slaapkamer had Kavelaars een bed en een keukenblok. Maar er was geen stromend water of gas. Koken deed hij op een elektrisch pitje, hij hield zich warm met een elektrisch kacheltje. Hij had de simkaart uit zijn telefoon gehaald, maar gebruikte ’m nog wel om muziek te luisteren. En om met een app zijn stappen te tellen. Tot zijn verbazing heeft hij in die drie weken in het huis 240 kilometer afgelegd, zo’n 12 kilometer per dag. De deur zat op slot. Twee keer kwamen mensen van de galerie langs om wat boodschappen te brengen, drie keer een fotograaf voor een reportage en één dag een Italiaanse videomaakster met haar cameraman. Verder was hij alleen.

Hij kookte simpel en snel. „Zonde van de tijd.” Douchen kon hij niet. Hij leefde drie weken in hetzelfde skipak. „Ik voelde me een varken”, zegt hij, en zo beeldde Kavelaars zichzelf ook af op de muren. Naast het bed liggen nog blikken bier en pakjes sigaretten en shag. Een goudkleurig pakje Chinese sigaretten heeft hij op één canvas geplakt. „Double Happiness heten die sigaretten, ook de meerokers mogen meegenieten.” Had hij nog andere genotsmiddelen meegenomen? „Ik had wel beetje hasj, ik heb het maar twee keer gebruikt. Ik wilde scherp blijven.”

Hij raakte zijn besef van tijd kwijt

Aan de trams aan de voorkant van het pand kon hij horen wanneer het vroeg in de ochtend was of dat de nacht begon. Aan de pauzebel van het schoolplein aan de achterkant of het tien of twaalf uur was. Verder raakte zijn besef van tijd kwijt. „Vaak ging ik pas om zeven uur ’s ochtends naar bed en stond ik om vijf uur ’s middags weer op. Als ik eenmaal aan het werk was, wilde ik niet stoppen.”

In de dagen dat hij ziek was, moest hij aan zijn moeder denken. „Zij is twee jaar geleden overleden. Ze zei vroeger altijd ‘wat zit je nou te mauwen?’ als ik als kind zat te zeuren.” Dat ‘Je moet niet mauwen’ bleef in zijn kop zingen na die twee dagen ijlen van de koorts.

Dus schilderde hij daarna als eerste een grote kat op de lange muur op de begane grond. En een beetje verscholen muurtje achterin schreef hij helemaal vol met ‘Mauw, Mauw, Mauw’. Daarna was hij zijn remmingen van de eerst twee weken kwijt. „In vier dagen heb ik dat allemaal geschilderd”, zegt hij en wijst rond langs alle wanden van de voormalige winkel.

In de schilderingen speelt zijn zoontje Kovo van anderhalf een belangrijke rol. Een van de eerste schilderingen die hij maakte, was een beeltenis van zichzelf als groot dier met zijn zoon als klein dier. MMMMMMMMMMMMMMMMM-OK staat er in grote letters bij. „Dat is Chinees, voor ‘jaja, het zal wel’. Die houding heeft Kovo ook: ‘fijn pap, dat jij dat zegt, maar ik ga lekker mijn eigen gang’. Hij is zó tegendraads. ‘Hè,he, vind jij dat nu gek’, vroeg mijn vader, ‘hoe denk je dat je vroeger zelf was?’”

Met eyeliner lange ogen trekken

Op de benedenverdieping heeft hij de zwangerschap en bevalling afgebeeld. In het werk heeft hij beveiligingstralies van de winkel verwerkt. „Het ging allemaal heel snel in China toen ik een vriendin kreeg en zij zwanger werd. Ik had geen idee wat op mij afkwam, ik wist niet wat ik allemaal zou verliezen. Maar toen ik mijn zoontje in mijn armen had, voelde ik dat ik er helemaal klaar voor was. Het was juist een bevrijding.”

En heeft hij zijn vrouw nog geschilderd? „Ik was me er zelf niet zo bewust van dat ik haar in mijn werk had opgenomen. Maar zij herkende zichzelf bij de opening direct. Zie je die lange strepen? Dat is mijn vrouw. Ze gebruikt veel eyeliner waarmee ze lange ogen trekt. Ze heeft me aangewezen waar ze allemaal terugkomt.”

Zondag sluit de pop-upgalerie aan de Kinkerstraat. Kavelaars gaat zich voorbereiden op een groepsexpositie van No Man’s Gallery in Teheran en een solo in Berlijn. Hij gaat samenwerken met een Chinese kledinglijn.

De werken op de muren in de Kinkerstraat worden weer overgesausd. „Lekker met de spuit erop”, zegt Kavelaars, terwijl hij een aanvalshouding aanneemt. Zal het dan geen pijn doen om zijn werk teniet te doen? „Welnee, we maken er een groot feest van. Een witwasfeest.”