Game-industrie manipuleerde eigen cijfers

In de Nederlandse gamesector zou jaarlijks een miljard omgaan. Nu spreken ingewijden van een 'zeepbel'

Bezoekers tijdens een gaming convention in Indianapolis. Foto Michael Conroy / AP
Bezoekers tijdens een gaming convention in Indianapolis. Foto Michael Conroy / AP

De Nederlandse game-industrie heeft jarenlang omzet- en groeicijfers overdreven. Uit de Games Monitor 2015, een onderzoeksrapport dat vandaag verschijnt, blijkt dat de industrie al geruime tijd niet aan de opgeklopte verwachting kan voldoen. De totaalomzet in de sector – ergens tussen de 155 en 225 miljoen euro – groeide in vijf jaar niet of nauwelijks. Een groot aantal gamebedrijven (110) ging in die periode failliet of stopte met games maken. Seth van der Meer, voormalige voorzitter en oprichter van belangenclub De Nederlandse Game Dagen (NLGD): „Achteraf kun je zeggen: we creëerden een zeepbel.”

NRC sprak de afgelopen weken met een tiental mensen uit de sector. De gamesector werd gezien als een innovatieve groeisector, met grote kansen voor de Nederlandse economie. Overheden wilden graag subsidie geven, en opleidingen schoten als paddestoelen uit de grond. Er zijn nu 66 gameopleidingen in Nederland, waar jaarlijks 1.600 mensen afstuderen, terwijl er slechts 60 vacatures zijn.

„Er werden appels en peren bij elkaar opgeteld”, zegt Van der Meer over een bedrag dat zijn organisatie NLGD in 2006 verspreidde. Deze 375 miljoen euro – de veronderstelde totaalomzet van de bedrijfstak serious games (spellen met een positief effect op gezondheid of welzijn) – kwam een jaar later onder andere in een gehonoreerde subsidieaanvraag terecht.

De omzetcijfers leken jarenlang te bevestigen dat de game-industrie booming was. De hoge bedragen die in de game-industrie zouden omgaan werden „een mantra”, zegt Van der Meer. De game-industrie zou in 2007 „een miljard euro omzet” hebben gedraaid en in 2009 de afgelopen zeven jaar zijn „vertienvoudigd” in omvang.

Hoewel de cijfers werden overgenomen door landelijke media, blijkt dat er geen betrouwbaar onderzoek aan ten grondslag lag. De gemiddelde omzet per werknemer werd bijvoorbeeld te hoog ingeschat, de definitie van een gamebedrijf te ruim genomen of consumentenverkopen van games werden onterecht meegerekend.

Gegoochel met cijfers

Het gegoochel met cijfers past in de „hosannastemming” waarin de industrie de afgelopen tien jaar volgens ingewijden verkeerde. Ton van Mil, directeur van stimuleringsclub Economic Board Utrecht, spreekt van „een hype”. De eerste onafhankelijke, transparante studie over de gamesector uit 2010 komt uit op een totaalomzet van 125-150 miljoen euro.

Ondanks de sombere vooruitzichten voor game-studenten blijven Nederlandse opleidingen de sector aanprijzen als banenmotor. „De gamesector in Nederland groeit alsmaar groter”, schrijft ROC Nederland over de opleiding tot game artist. Het kleine aantal vacatures in de sector levert een run op stageplekken op. Eenmanszaken bieden soms wel drie stageplekken aan waarop dagelijks wordt gereageerd. Ook de pas afgestudeerde 3D game-artist Bas Vegter kan geen werk vinden in de game-industrie. „Wat ik het ergste vind is dat scholen de game-industrie als iets cools aanprijzen en daar geld mee verdienen, waarna de studenten in een hopeloze situatie terechtkomen”, zegt hij.