Word wakker minister! Neem slapeloosheid serieus

Slapeloosheid is de grootste risicofactor voor het ontstaan van depressies, schrijven Eus van Someren e.a. Dat inzicht kan helpen om depressies eerder te herkennen en voorkomen.

Afgelopen maandag vond in Amsterdam ’s werelds eerste ‘depressiegala’ plaats. Dat klinkt wat geforceerd blij, maar het is een goed initiatief. Depressies dreigen een epidemie te vormen. Meer dan een miljoen Nederlanders zijn depressief en de World Health Organization voorspelt dat depressies in 2030 wereldwijd de grootste ziektelast met zich meebrengen – meer nog dan kanker en hart- en vaatziekten.

Tijdens het gala riep minister Schippers op om depressies uit de taboesfeer te halen en onderzoek te doen naar signalen waarmee depressies vroegtijdig herkend kunnen worden: „Niemand hoeft zich te schamen voor een depressie, we schamen ons toch ook niet voor een hernia? Laten we ons er samen sterk voor maken dat we ook op de werkvloer of op school een depressie bespreekbaar maken en ons niet laten leiden door vooroordelen. Hoe sneller we erbij zijn, hoe beter het is te behandelen en hoe sneller mensen weer kunnen meedoen.”

Het is een interessante vraag: hoe kun je depressies op tijd herkennen om erger te voorkomen? De ene depressie is de andere niet, maar toch hebben depressieve patiënten bijna altijd één ding gemeen: slaapproblemen. Soms ontstaan die tegelijk met andere symptomen. Maar veel vaker gaan slaapproblemen vooraf aan het ontstaan van een depressie. Sterker nog: uit een meta-analyse uit 2011 blijkt dat slapeloosheid de allerbelangrijkste risicofactor is voor het ontstaan van depressies. En hoe erger de slaapproblemen, des te kleiner de kans dat een behandeling voor depressie aanslaat.

Dat inzicht helpt om beginnende depressies eerder te kunnen herkennen én te voorkomen. Wie slaapproblemen heeft is veel meer geneigd daar iets aan te doen dan iemand die al in een depressie is geraakt. Bovendien bieden de onderzoeken interessante aanknopingspunten voor betere depressiebehandelingen. Wat gebeurt er als je niet de depressie behandelt, maar de slaapproblemen? Of allebei tegelijk? Gecontroleerd onderzoek leverde verrassende resultaten op. In 2008 toonden onderzoekers uit Stanford al aan dat de kans op herstel van een depressie zes keer zo groot is als naast de standaardbehandeling met antidepressiva ook cognitieve en gedragstherapie (denk-en-doe-oefeningen) wordt gegeven die zich specifiek op de slaapproblemen richt. Onderzoekers van het Karolinska Instituut in Stockholm lieten vorig jaar zelfs zien dat depressieve patiënten meer opknappen van een cognitieve gedragstherapie die zich specifiek op de slaapproblemen richt dan van therapie die zich op de depressie richt. De eerste resultaten van een onderzoekssamenwerking in de Verenigde Staten en Canada zijn net zo sprekend. Maar liefst 87% van de patiënten die van hun slaapproblemen werden afgeholpen, raakte ook de depressieve klachten kwijt; bijna het dubbele van de groep waarbij slapeloosheid niet werd behandeld.

Toch worden slaapproblemen nog steeds structureel onderschat. Het is een beetje als met regen in Nederland: iedereen heeft er wel eens last van, het heeft geen zin om er over te zeuren – dat idee. Hardnekkige misverstanden houden het probleem in stand: ‘M’n ouders hadden er ook al last van, het zal wel in m’n genen zitten, er is toch niets aan te doen.’ Als je bij je huisarts aangeeft dat je al een tijd moe bent, stelt hij voor om bloed te prikken. Als je oppert dat het door slaapproblemen komt, krijg je slaappillen mee. Voor chronische slapeloosheid is dat een slecht idee, want op lange termijn werkt slaapmedicatie niet. Toch slikken 750.000 Nederlanders dagelijks slaappillen. Gecontroleerd onderzoek liet zien dat cognitieve gedragstherapie een beter alternatief is, zeker op de lange termijn.

Gek genoeg is dat binnen de wetenschap al meer dan twintig jaar bekend, en sijpelt het maar moeizaam door naar huisartsen en psychologenpraktijken. Gek genoeg wordt er in de opleiding van artsen en psychologen nauwelijks aandacht aan besteed, en behandelen psychologen en psychiaters jaarlijks honderdduizenden depressies zonder goed te begrijpen hoe je een van de belangrijkste risicofactoren aanpakt. Gek genoeg werd de behandeling van slapeloosheid binnen de GGZ in 2014 uit het basispakket gegooid – ook door Schippers. En gek genoeg was daar geen enkele politieke verontwaardiging over.

De gevolgen worden steeds duidelijker: wie slecht slaapt zonder dat daar een duidelijke medische oorzaak voor is, belandt tussen wal en schip(pers). Slechte slapers komen bij hun huisarts terecht, die niet de tijd heeft om cognitieve gedragstherapie aan te bieden. Ook de POH-GGZ (praktijkondersteuner) die in de huisartspraktijk werkt heeft zelden voldoende kennis over cognitieve gedragstherapie voor slaapproblemen. Bij gebrek aan beter wordt dan toch maar naar slaappillen gegrepen, met de bekende nadelige gevolgen en de geringere effectiviteit dan cognitieve gedragstherapie.

Dat kan beter èn goedkoper, met een paar eenvoudige maatregelen:

Neem slapeloosheid als primaire risicofactor op in de ‘Zorgstandaard Depressie’ die huisartsen, verzekeraars en patiëntenorganisaties aan het ontwikkelen zijn om te screenen op depressie.

Neem cognitieve gedragstherapie tegen slapeloosheid weer op in het basispakket. In de meeste gevallen is een goedkope, kortdurende behandeling voldoende. Soms kan dit zelfs via internet, met enige ondersteuning.

Stimuleer onderzoek naar oorzaken van slapeloosheid, naar het belang ervan voor de ontwikkeling van een depressie, en naar combinatiebehandelingen die zich zowel op de depressie als op slaapproblemen richten.

Zorg dat in de opleiding van artsen, psychologen en praktijkondersteuners meer aandacht voor slapeloosheid komt.

Zorg dat er in bedrijven meer aandacht komt voor slapeloosheid, óók in het belang van de werkgever. De werkgeverskosten van chronische slapeloosheid (extra verzuim en verminderde arbeidsproductiviteit) worden geraamd op gemiddeld ruim 2.250 euro per persoon per jaar. Bovendien lijken juist perfectionistisch ingestelde mensen vatbaarder voor het ontwikkelen van slapeloosheid. Juist die gedreven mensen zijn zonde om te verliezen, hulp bieden is goedkoper dan niets doen.

Kortom: hoog tijd voor een wake-up call.