In Haïti zijn musici nu verdacht

In een land waar een popster president is, wordt muziek politiek. Deze week moest Haïti een nieuwe leider krijgen, maar het land zakt weg in politieke chaos. Muzikanten leiden de oppositie.

De band Boukman Eksperyans (links zanger Lolo) is grondlegger van de mizik rasin. De band ontvluchtte Haïti wegens doodsbedreigingen, maar keerde later terug.
De band Boukman Eksperyans (links zanger Lolo) is grondlegger van de mizik rasin. De band ontvluchtte Haïti wegens doodsbedreigingen, maar keerde later terug. Foto Pierre Moïse

‘Je bent hier in de rode zone. Als de zon zakt, mag je hier niet meer zijn.” Bandleider Richard Morse spreekt met gevoel voor drama. De koloniale grandeur van zijn spierwitte hotel Olofsson voelt juist als een zeldzame oase in de drukte, stof, modder en smog van Port au Prince. Maar het klopt wat de Haïtiaanse Amerikaan zegt: dit hotel is een doorn in het oog van de regering. Niet voor niets is de elektriciteit al anderhalf jaar afgesloten en worden Morse en zijn band RAM geboycot door zijn neef, de zittende president Martelly.

Muziek is politiek in Haïti. Stap in een taptap, een overvol busje, en je hoort de president zingen. Michel Martelly was tot 2011 beter bekend als Sweet Micky; de best verkopende zanger van het land. Zijn presidentscampagne na de verwoestende aardbeving van 2010 werd gesteund door de rappers Pras en Wyclef Jean van de internationaal befaamde Fugees, nadat Jean zelf was uitgesloten van deelname. Ook Morse, frontman van de populairste rootsband van Haïti, steunde aanvankelijk zijn neef Martelly.

Maar zes jaar later heeft de president zijn krediet verspeeld. Deze carnavalsweek zou een nieuwe president moeten worden ingezworen, maar het feest wordt verstoord door gewelddadige protesten tegen de frauduleuze verkiezingen die al sinds de uitslag van de eerste ronde in november aanhouden. Haïti glijdt in de laatste maanden van Martelly’s leiderschap af naar chaos. Zijn felste criticasters zijn te vinden onder zijn collega-muzikanten.

Het is november als Richard Morse zijn bezoek ontvangt in zijn hotel. Haïti wacht dan nog op de uitslag van de eerste verkiezingsronde en gaat gebukt onder de stagnerende opbouw na de aardbeving, een cholera-epidemie, armoede, honger en corruptie. Beneden, in het centrum van Port au Prince, leidt een brassband een stoet demonstranten door de straten. De traditionele rara-muziek is een excuus voor het scanderen van politieke teksten.

Een hang naar Europa en de VS

Die nacht, tijdens het concert van RAM, loopt het danszweet langs de muren van de hotellobby, door een combinatie van trance opwekkende Haïtiaanse voodoo-ritmes en rockinvloeden. De politie, die deze concerten van Morse en zijn vrouw (voodoo-priesteres Lunise Morse) nog wel eens wil verstoren, blijft dit keer weg.

„Ik steunde Martelly omdat hij zei op te komen voor de arme massa, het donkere deel van de bevolking”, vertelt Morse een paar dagen later, als de aangekondigde verkiezingsuitslag is uitgesteld. „Maar toen hij aan de macht kwam, liet hij zijn ware gezicht zien. Hij wil bij de zich verrijkende elite horen, net als de voorgaande presidenten. Hier in Port au Prince ligt de machtsbasis van de lichtgekleurde politieke elite, met een hang naar Europa en Amerika. Ze houden niet van het volk, dus ook niet van het volksgeloof voodoo of van de muziek van RAM.”

Sinds zijn breuk met Martelly verstuurt hij kritische twitterberichten naar zijn 30.000 volgers met de hashtag #nojusticeinhaiti. Hij windt zich op over de corruptie, maar ook over de steun voor Martelly van de VN, Amerika en Europa. Het is afwachten of zijn band dit jaar kan spelen tijdens carnaval. In 2013 werd hij samen met twee andere bands door Martelly uitgesloten, vanwege kritische teksten en video’s.

Het was bepaald geen novum voor Morse (1957). Toen hij eind jaren tachtig als punkrocker uit Connecticut naar het land van zijn moeder kwam, sloot zijn mix van Haïtiaanse muziek met Amerikaanse rock aan bij de kersverse stroming mizik rasin.

Hotel Oloffson werd het centrum van de kritische rootsmuziek, maar kreeg vaak vijandig bezoek van agenten. Morse speelde er liedjes die officieel verboden waren, kreeg doodsbedreigingen van verschillende leiders en legerofficiers en een aantal van zijn bandleden werd op het podium gearresteerd. Zijn Amerikaanse burgerschap beschermde hem tegen persoonlijk leed.

Doodsbedreigingen

Die bescherming had Boukman Eksperyans niet. Deze band is de grondlegger van de mizik rasin, maar moest het land ontvluchten in 1991 wegens doodsbedreigingen. Later pikten ze de draad weer op en een kijkje bij een concert in het Marriot-hotel van Port au Prince leert dat ze nog altijd populair zijn. Maar, zegt frontman Lolo, „we letten erop dat we niet met een politieke stroming worden geassocieerd. We zingen over Haïti zoals het is. De meeste politici zijn er niet om de gemeenschap te dienen. Integendeel, ze dienen enkel zichzelf.”

Ook Boukman Eksperyans werd door Martelly geboycot. „Ik ken Martelly al langer als muzikant en ik heb hem gesteund. Nu steun ik niemand. We blijven de waarheid vertellen.”

Regeren per decreet

De tweede verkiezingsronde die een nieuwe president moest aanwijzen is vorige week voor onbepaalde tijd uitgesteld. President/popster Sweet Micky regeert per decreet en het chronisch instabiele Haïti zit in een politieke impasse.

Het nieuwe album van RAM komt uit in deze carnavalsweek. Voor het eerst in hun bestaan krijgt het een internationale release, mede geholpen door de bekendheid die ze verwierven door hun vrienden van Arcade Fire. De Amerikaanse indieband haalde inspiratie uit de voodoodrums van RAM voor hun album Reflektor. Of het album politieke teksten heeft? Morse: „Nee, maar daar luisteren de machthebbers niet eens naar. Het feit dat RAM bestaat, is politiek. We zijn wat ze willen wegvagen.”

    • Leendert van der Valk