Feyenoord blijft in de race voor hoofdprijs

De club in crisis plaatst zich na een moeizame zege op Roda JC voor de halve finale van de beker. Een verdere sportieve val is zo voorlopig voorkomen.

Verdediger Eric Botteghin kopt de winnende goal binnen voor Feyenoord.
Verdediger Eric Botteghin kopt de winnende goal binnen voor Feyenoord. Foto ANP pro shots

Op een koude, kille avond diep in Limburg heeft Feyenoord woensdagavond verdere escalatie van de sportieve crisis voorkomen. Na verlenging werd Roda JC in de kwartfinale van het bekertoernooi in een soms griezelig slechte wedstrijd met 1-0 verslagen.

Het duel van het jaar voor Feyenoord, werd het hier en daar al genoemd. Cruciaal voor de Rotterdammers om nog iets van het seizoen te maken na de instorting in de afgelopen weken – de historische vijf nederlagen op rij in de competitie. Bekervoetbal moet nu dienen als pijnstiller tegen het recente falen in de eredivisie. De finale in de Kuip, gepland voor zondag 24 april, geldt als enige lichtpuntje in donkere weken.

De sportieve armoede werd enigszins gekeerd in Kerkrade. De wijze waarop – zover dat van belang is te midden van een periode van zware terugval – was van iedere glans en esthetiek ontdaan.

De onervaren Feyenoord-coach Giovanni van Bronckhorst, deze dagen getest in zijn eerste crisis, koos behoudendheid als overlevingstactiek. Voor het eerst dit seizoen begon hij met het conservatieve 5-3-2 systeem, vergelijkbaar met hoe het Nederlands elftal verraste op het WK in 2014, en hoe Feyenoord tot vorig seizoen incidenteel ook speelde onder Ronald Koeman. Dit seizoen opereerde Feyenoord tot nu toe steevast in het meer aanvallende 4-3-3.

Hij moest iets, Van Bronckhorst. Hij zat op een doodlopende weg, met een ploeg die chronisch zelfvertrouwen ontbrak na de nederlagenreeks – de laatste zege dateert van voor Kerst. Dus wat doe je dan? Het hart van de verdediging dichtsmeren met cement, met drie man: Sven van Beek, Terence Kongolo en Eric Botteghin.

Van Bronckhorst nam een gok door op het hoogtepunt van de sportieve noodtoestand over te stappen op een speelwijze waar zijn ploeg zich nog niet in had bekwaamd. „We hebben maar een paar jongens in het elftal die dit systeem eerder hebbeen gespeeld”, zei hij op de persconferentie. Tijd om er uitgebreid op te trainen was er niet doordat de bekerwedstrijd kort volgde op de nederlaag van zondag tegen ADO Den Haag.

Hielp het? Ja iets. Twintig minuten in de eerste helft. Er was iets van combinatievoetbal te zien, iets van dominantie. Het systeem, met opkomende vleugelverdedigers, leek even te slagen. Een paar kansen. Dat was het zo ongeveer. Maar de angst kreeg weer de overhand, Feyenoord trok zich terug, bang en kwetsbaar, leunend op het blok met verdedigers. Apathisch. Dieptepunt, halfweg de tweede helft: Botteghin die zonder dat hij onder druk stond een hoekschop weggaf.

De robuuste Braziliaan zorgde wel voor de verlossing bij Feyenoord, door een kopgoal in de verlenging. Hij vierde het door met zijn armen een wiegende beweging te maken, een verwijzing naar zijn in december geboren eerste kind. „Ik wilde iets voor mijn zoon doen en deed hetzelfde als Bebeto in 1994”, zei Botteghin bij de NOS. Zijn landgenoot Bebeto juichte op het WK van 1994 vergelijkbaar na een goal in de kwartfinale tegen Nederland. Gepast, na een avond vol angstvoetbal? Botteghin zorgde in elk geval voor iets van amusement.