Vluchtelingen zijn net mensen

Zijn ze nou crimineler of niet, kopte nrc.next deze week. Waarmee treffend de combinatie van angst en walging werd weergegeven, die over de grote aantallen vluchtelingen heerst. Dat sentiment is op zichzelf te begrijpen als een klassieke, psychologische afweer tegen alles wat vreemd is. Een intuïtieve, primaire reactie die neerkomt op vrouwen en kinderen binnenhalen en de deuren op slot doen. De angst voor ‘ze’ is bovendien gevoed door ‘Keulen’, toen een dronken nieuwjaarsfeest op aanrandingen en berovingen uitliep, waarvan vooral migranten werden verdacht. Tel daarbij het vijandige sentiment tegen de islam op, mede door de terreurdreiging door IS. De PVV roept op tot ‘verzet’ en belooft een ‘revolte’ aan al diegenen die zich van ‘het volk’ en hun angsten niets zouden aantrekken. Kortom, de barbaren komen. Of zijn al gearriveerd – en wie doet er wat aan? Nu betekent barbaar van oorsprong ‘iedereen die geen Griek is’. Barbaren is ook een onomatopee, een klanknabootsend woord. In Griekse oren klonk iedere vreemde taal als een eindeloze herhaling van barbarbarbarbar. Ook de Romeinen namen het woord over en begrepen het als ‘ieder die geen Griekse of Romeinse wortels’ heeft. Vanaf ongeveer de 15de eeuw werden ‘barbaren’ in het bijzonder gezien als bewoners van de Barbaarse ofwel Berberse kust, de Maghreb.

Dat stigma van ‘barbaar’ werkt nog steeds. En het leidt inderdaad tot naïeve vragen naar de humaniteit, de menselijkheid van die Onbekende Ander. Kunnen ze wel praten? Zijn ze crimineler? Verkrachten ze vrouwen? Om niet van verzwijgen en toedekken te worden beschuldigd publiceerde staatssecretaris Dijkhoff (migratie, VVD) vorige week een totaal overzicht van álle incidenten in asielzoekerscentra. Variërend van zelfmoord tot schelden, rommel maken en roken waar het niet mag. Daarbij liet het ministerie iedere duiding van deze cijfers zorgvuldig achterwege. Kennelijk om zich niet te branden aan welke kwalificatie dan ook.

Toch is duiding wel degelijk mogelijk, die het kabinet best had kunnen geven. Meteen valt al op dat degenen die het meeste overlast van asielzoekers ervaren ándere asielzoekers zijn. Veruit het grootste deel van de normoverschrijdingen vindt plaats op de dichtbevolkte centra zelf, en wel onderling. Zoals iedere criminoloog weet is criminaliteit locatiegebonden en generatiegebonden, met ‘jonge mannen’ als koplopers in de risicogroep. Meestal verdwijnt crimineel gedrag met ouder worden, als gevolg van natuurlijke leereffecten, (her)opvoeding of verschuivende belangstelling. De azc-migranten zijn in dit opzicht net zo menselijk als hun buren. Die moeten dat alleen nog (willen) ontdekken.