‘Pubers moeilijk zonder internet’

Dat schreef de gratis krant Metro vorige week.

Foto ANP

De aanleiding

Voor veel pubers is een dag zonder internet „bijna onmogelijk”, schreef de gratis krant Metro vorige week. Bijna alle Nederlandse 12- tot en met 17-jarigen hebben een smartphone, volgens de site Mijn Kind Online. Kinderpsychologe Katerina Moerasjova vroeg 68 tieners tussen 12 en 18 jaar om acht uur zonder technologie (televisie, computer, games, smartphone) door te brengen, vervolgde Metro. „Nagenoeg alle” tieners voelden zich tijdens het experiment angstig, misselijk en duizelig en het „overgrote deel” kreeg opvliegers. Van de 68 pubers hielden maar 3 het acht uur lang vol. Bij een evaluatie gebruikten „zeker 51 van de 68” termen die worden geassocieerd met internetverslaving, aldus Metro.

Waar is het op gebaseerd?

Uit navraag bij Metro blijkt dat het geen Nederlands onderzoek is onder Nederlandse jongeren. Moerasjova (Leningrad, 1962) is een Russische psychologe en deed het onderzoek hoogstwaarschijnlijk onder Russische tieners. Metro baseerde zich op recente Engelstalige artikelen over haar experiment op de websites Brightside en Independant Journal. Maar het is oud nieuws: Moerasjova deed het experiment in de herfst van 2011, schreef ze begin 2012 in het Russische online magazine The Snob.

En, klopt het?

Het originele onderzoek van Moerasjova is niet voorhanden, maar ook niet representatief met een bescheiden onderzoeksgroep van 68 tieners. Het artikel in Metro lijkt te suggereren dat het overgrote deel van de Nederlandse jongeren internetverslaafd is. Of dat ook werkelijk zo is, proberen we hier te checken.

Patti Valkenburg, hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam, deed vorig jaar samen met collega’s onderzoek naar internetverslaving onder Nederlandse jongeren. Ze ondervroegen in totaal 2.198 jongeren tussen 10 en 17 jaar en keken vooral naar verslaving aan sociale media zoals Facebook, WhatsApp en Instagram. Een kleine 10 procent vertoonde ‘dwangmatig’ gedrag bij het gebruik van sociale media: jongens even vaak als meisjes. Bij eerder onderzoek in 2014 concludeerden ze dat ruim 5 procent van de tieners verslaafd is aan online games, hier jongens vaker dan meisjes. Deze jongeren voldeden aan meer dan vijf van de negen criteria voor gameverslaving uit het ‘DSM’-handboek van de psychiatrie. Ze voelen zich bijvoorbeeld slecht als ze niet kunnen gamen, liegen over de tijd die ze gamen of krijgen hierdoor problemen met hun familie en vrienden.

Het aantal internetverslaafde jongeren in Nederland is de laatste jaren gestegen, blijkt uit onderzoek van het IVO, wetenschappelijk bureau voor verslavingsonderzoek. ‘Problematisch internetgebruik’ (controleverlies, onthoudingsverschijnselen, vluchtgedrag etcetera) is tussen 2010 en 2012 van 5 naar 6 procent gestegen, concludeerde dit bureau na onderzoek onder ruim 2.200 tot 3.100 scholieren van 12 tot en met 15 jaar. Het aantal gameverslaafde jongeren steeg in dezelfde periode van 3 naar 4 procent.

IVO heeft in 2012 ook internationaal vergelijkend onderzoek naar ‘disfunctioneel internetgedrag’ gedaan onder 13.284 vierdeklassers (14-17 jaar) in Nederland, Duitsland, Griekenland, Spanje, IJsland, Polen en Roemenië. In Nederland toonde destijds 12,2 procent van de vierdeklassers ‘risicogedrag’ tot zwaar verslavingsgedrag: iets onder het Europees gemiddelde van 13,9 procent.

Conclusie

Moerasjova’s onderzoek is niet voorhanden en niet te checken. De internetverslaving onder Nederlandse jongeren groeit, maar blijft vooralsnog beperkt tot een minderheid. De suggestie in Metro beoordelen wij daarom als grotendeels onwaar.