Nieuw instrument Kamer: parlementaire ondervraging

Nieuw onderzoeksinstrument is tussenvorm tussen een gewone hoorzitting en een parlementaire enqûete

SP-Kamerlid Van Raak vindt dat de Tweede Kamer een "nieuw wapen" in handen moet krijgen.
SP-Kamerlid Van Raak vindt dat de Tweede Kamer een "nieuw wapen" in handen moet krijgen. Foto ANP / Martijn Beekman

De Tweede Kamer krijgt mogelijk de beschikking over een nieuw onderzoeksinstrument: de parlementaire ondervraging. Een commissie van de Kamer adviseert het parlement de komende jaren met dit nieuwe instrument te experimenteren, wat een tussenvorm is tussen een gewone hoorzitting en een parlementaire enqûete.

De Tijdelijke commissie evaluatie Wet op de parlementaire enquête hield de afgelopen jaren onder voorzitterschap van SP-Kamerlid Ronald van Raak de onderzoeksinstrumenten van het parlement tegen het licht. Aanleiding was de wens van de Kamer om ook buiten het zware middel van de parlementaire enquête mensen onder ede te kunnen horen.

De commissie adviseert de komende vijf jaar een proef te houden met een zogenoemde parlementaire ondervraging. Dit is een korte versie van de parlementaire enquête, waarbij personen ook onder ede gehoord kunnen worden en verplicht zijn om mee te werken. Om een parlementaire ondervraging te houden is steun van een meerderheid van de Kamer nodig. Na de proef van vijf jaar kan de Kamer beslissen of de parlementaire ondervraging een vast onderdeel van het onderzoeksinstrumentarium moet worden.

Initiatief kwam van CU-leider Segers

De Tweede Kamer moet formeel nog instemmen met de proef met het nieuwe instrument. De parlementaire ondervraging bestaat al in andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk. De invoering in Nederland werd onderzocht op initiatief van ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Recent nog zei Segers nog dat het een nuttig middel kan zijn bij de aanhoudende stroom berichten over misstanden op het ministerie van Veiligheid & Justitie. “Dan kan de Kamer zelf oud-minister Ivo Opstelten, Fred Teeven en hoge ambtenaren ondervragen. Vervolgens kan iedereen zijn eigen conclusies trekken.”