Opinie

Hitchcocks lessen

De film is goed, maar het boek is weer eens beter. Dat is mijn bevinding na het zien van de nu in de bioscoop vertoonde documentaire Hitchcock/ Truffaut van Kent Jones. De film is gebaseerd op het boek Hitchcock dat de Franse filmer François Truffaut in 1967 samenstelde uit talrijke gesprekken met Alfred Hitchcock. Jones geeft een goede indruk van die interessante gesprekken, maar zijn film mist bijna onvermijdelijk de diepgang van het boek.

In het boek (nog altijd verkrijgbaar in de Engelstalige editie) blijkt Truffaut zo’n groot kenner van het oeuvre van Hitchcock, dat hij als een gelijke met de maestro kan praten. Hitchcock placht spottend op de pers te reageren, maar deze collega neemt hij volstrekt serieus. Gezamenlijk buigen ze zich tot in detail over elke film van Hitchcock.

Met grote liefde berijdt Hitchcock zijn filmische stokpaardjes.

Hij legt uit waarom het beeld veel belangrijker is dan de dialoog. „Als we in de film een verhaal vertellen, moeten we alleen terugvallen op de dialoog als het niet anders kan.” Veel van de films van toen – jaren zeventig, tachtig – noemt hij „foto’s van pratende mensen”.

Hitchcock, die zelden romans las, bezweert Truffaut dat hij nooit klassieke meesterwerken zou verfilmen. „Schuld en boete is de prestatie van iemand anders. [...] Ik lees een verhaal één keer, en als het basisidee me bevalt, vergeet ik het hele boek en ga ik film creëren. Ik zou het verhaal van The Birds van Daphne du Maurier niet meer kunnen navertellen.”

Een speelfilm vergelijkt hij liever met een kort verhaal dan met een roman. Een kort verhaal „bevat één idee dat door middel van de actie het hoogste punt van de dramatische curve bereikt”. Om de aandacht van het publiek vast te houden moet je suspense invoeren. „Wat gaat er gebeuren?”

Maar er is verschil tussen suspense en verrassing. Er is onder onze tafel een bom die plotseling ontploft, legt hij Truffaut uit. „Boem!” Het publiek zal verrast zijn, maar daarbij blijft het. Er ontstaat pas suspense als het publiek wéét dat er een bom onder de tafel ligt en dat die op een bepaald, aangegeven tijdstip kan ontploffen. Het publiek zou de personages het liefst willen waarschuwen.

Aannemelijkheid kan Hitchcock niets schelen. „Als je alles in termen van aannemelijkheid en geloofwaardigheid gaat analyseren, is er geen enkel script tegen bestand en eindig je met een documentaire. [...] Een criticus die met mij over aannemelijkheid begint, is een saaie kerel.”

Emoties, dáár gaat het Hitchcock om. „Het verhaal mag onwaarschijnlijk zijn, maar nooit banaal. Het moet dramatisch en menselijk zijn. Wat is drama anders dan het leven waar de saaie stukken uit gesneden zijn.” Van visuele virtuositeit houdt hij niet, de schoonheid van beeld en beweging moet ondergeschikt blijven aan het doel.

Wat mij aan Hitchcock in deze ‘lessen’ bevalt, is zijn bereidheid de kritiek te aanvaarden die Truffaut beleefd, maar vasthoudend uit. Er ontstaat een gedachtenwisseling over The Wrong Man, een ‘Hitchcock’ uit 1957. Hitchcock luistert aandachtig naar de bezwaren van Truffaut en zegt ten slotte: „Laten we The Wrong Man bij de onbelangrijke Hitchcocks zetten.” „Ik hoopte dat u de film zou verdedigen”, zegt Truffaut. „Onmogelijk”, zegt Hitchcock, „ik voel er niet genoeg bij.”