De kunstenaar, de erfenis, het museum en de weduwe

Wat gebeurt er als een jong gestorven kunstenaar met een klein oeuvre alsnog doorbreekt naar een groot publiek? In het geval van Bas Jan Ader ontstond een klassiek gevecht.

Foto van Bas Jan Ader in 1970, gemaakt bij de opname van zijn 19 seconde durende zwart-witfilm Fall 2, waarbij hij de Amsterdamse Reguliersgracht in fietst.

Foto van Bas Jan Ader in 1970, gemaakt bij de opname van zijn 19 seconde durende zwart-witfilm Fall 2, waarbij hij de Amsterdamse Reguliersgracht in fietst.

In krasse bewoordingen laten beide partijen zich over elkaar uit: Sjarel Ex is een halsstarrige en arrogante museumdirecteur. Mary Sue Andersen een kunstenaarsweduwe met dollartekens in haar ogen.

Een kunstenaarsweduwe en een museum die ruziën over een nalatenschap, het is een klassiek gevecht. Zelden zal het er echter zo verbeten aan zijn toegegaan als de afgelopen twee jaar tussen Mary Sue Andersen, de echtgenote van de veertig jaar geleden bij een trans-Atlantisch solozeiltocht vermist geraakte Bas Jan Ader, en Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Tot in de rechtszaal regende het beschuldigingen, met name van de kant van de gedaagden, het museum en de gemeente Rotterdam, de eigenaar van de kunstcollectie van Boijmans. „Zo’n lompe, ongefundeerde opstelling verwacht je eerder van een tweedehands autohandelaar dan van een erfgoedinstelling”, zegt Matthijs Kaaks, de advocaat van de eiser.

Het museum kreeg twee keer ongelijk. Eerst in een voorlopig vonnis dat afgelopen zomer werd gewezen, en vorige maand definitief. Directeur Sjarel Ex zocht daarna de publiciteit om de eerder in de rechtszaal geuite beschuldigingen aan een groter publiek te verkondigen. „Iemand moet het zeggen”, zei Ex. „De weduwe vergroot edities, brengt onaffe en ongesigneerde werken van haar man op de markt, en ze speelt partijen voortdurend tegen elkaar uit.”

Een reconstructie van het conflict maakt duidelijk wat er kan gebeuren als een jong gestorven kunstenaar met een klein oeuvre alsnog doorbreekt naar een groot publiek. De druk van de naar kunstwerken hongerende markt wordt dan groot. Net als de belangen van musea die werken van zo’n heilig verklaarde kunstenaar in bezit hebben, of graag zouden willen hebben.

Vliegticket

Twintig jaar lang hadden de weduwe en het museum elkaar lief. In de processtukken zitten tal van vriendelijke mailtjes en in 2006 betaalde het museum nog met plezier een vliegticket voor Andersen, zodat ze de overzichtstentoonstelling van Bas Jan Ader in Boijmans kon bezoeken.

Op die expositie waren ook de zes korte 16-millimeterfilms te zien, waarover de weduwe en het museum in conflict raakten. Deze zwart-witfilmpjes maakten Ader postuum beroemd als een van de belangrijkste conceptuele kunstenaars van zijn tijd. Hartverscheurend huilt hij voor de camera. Hij fietst een gracht in, of hij valt van de nok van zijn huis.

Boijmans kreeg deze films in 1992 in bezit toen het acht fotowerken van Ader aankocht. Op de factuur van Galerie Paul Andriesse, die namens de weduwe bemiddelde, staat een voor de rechtszaak cruciale zin: „Het museum krijgt hiermede ook het vertoningsrecht van alle door Bas Jan Ader gemaakte films, met als voorwaarde de bewaring en conservering van deze films.

Het museum heeft zich aan die opdracht gehouden. De films zijn schoongemaakt, gerestaureerd en lange tijd geconserveerd bij Cineco, een gespecialiseerd opslagbedrijf. Bij een recente inspectie bleken ze in een uitstekende conditie.

De problemen ontstonden toen Cineco vier jaar geleden failliet ging. Elbrig de Groot, tot 2006 conservator moderne en hedendaagse kunst bij Boijmans, maakte zich daarop zorgen over de films en waarschuwde haar vroegere werkgever en Mary Sue Andersen over de problemen bij het opslagbedrijf. Uit diverse mails tussen museummedewerkers en De Groot ontstond vervolgens de indruk bij de weduwe dat het museum op dat moment niet goed voor de films zou zorgen. De Amerikaanse vroeg haar Nederlandse zaakwaarnemer Margo Andriessen de films op te eisen, zodat ze die bij het filmmuseum Eye in Amsterdam kon onderbrengen.

Acht maanden lang soebatten beide partijen daarna over de films. Een aanbod van Andersen om Boijmans het vertoningsrecht te laten behouden bleef onbeantwoord. Het museum informeerde ondertussen bij oud-conservator Elbrig de Groot, galeriehouder Paul Andriesse en broer Erik Ader om de sleutelzin uit de koopovereenkomst nader te duiden. Allen lieten weten dat daarmee een langdurig bruikleen werd bedoeld, geen koop. Het museum berichtte Andersen niettemin dat het eigenaar is van de films, waarop de Amerikaanse Boijmans en de gemeente eind 2014 dagvaardde.

Doorzichtig voorwendsel

Advocaat Jeroen Princen, bestuurslid van de stichting tot Beheer Museum Boijmans Van Beuningen, verdedigde het museum en de gemeente Rotterdam in juni bij de rechtbank Rotterdam. Het museum betwistte de echtheid van de factuur uit haar eigen archief, stelde dat Andersen geen erfgenaam en eigenaar was, en dat zij, „waarschijnlijk uit financiële motieven” handelde. Haar wens om de films bij Eye in bewaring te geven, was „niet meer dan een doorzichtig voorwendsel” om ze daarna „in het commerciële verkeer te brengen”. De opbrengst, stelde de advocaat, zou de weduwe daarna verdelen onder de „ingeschakelde advocaten, galeriehouders, zaakwaarnemers als mevrouw Andriessen en sympathiserende ondersteuners als mevrouw Elbrig de Groot”.

Volgens Boijmans en de gemeente gaf het bovendien geen pas dat Mary Sue Andersen „aan het eind van haar leven” de waardestijging die Boijmans voor het werk had gerealiseerd „om niet tracht te verkrijgen”. Niet alleen had het museum volgens een taxateur in 1992 te veel betaald voor de fotowerken, ook had het veel kosten gemaakt in verband met de bewaring en conservering van de films.

De rechtbank had geen boodschap aan die argumenten. De formulering in de koopovereenkomst was de kern van het geschil. En die liet volgens de rechtbank weinig ruimte voor interpretatie. De gedaagden moeten de films teruggeven. Anderzijds kan Mary Sue Andersen zich volgens het vonnis niet eenzijdig onttrekken aan de afspraak dat zij het museum in ruil voor de bewaring vertoningsrecht verleende.

Kortom: de celluloid originelen van de films verhuizen van de opslag van Boijmans naar de opslag van filmmuseum Eye en Boijmans kan blijven doen wat het al deed: kopieën van de films tonen en uitlenen (wat de weduwe een jaar eerder al had aangeboden).

Schikkingsvoorstel

Een teleurstellende uitkomst voor Boijmans. Het museum wil per se de originelen in bezit houden. Na het voorlopige vonnis afgelopen zomer deden Boijmans en de gemeente daarom een schikkingsvoorstel. Het museum bood mevrouw Andersen voor elke uitlening een vergoeding van 500 euro.

Geen gering aanbod. De ster van Bas Jan Ader is rijzende. De afgelopen jaren werden zijn films (in kopie) meer dan 130 maal uitgeleend. Voor Boijmans vertegenwoordigen ze een grote waarde, betoogde de advocaat van het museum in de rechtszaal. Met gesloten beurzen kan het museum daardoor kunstwerken lenen van andere musea. De vergoeding voor de weduwe wilde het museum bij bruikleennemers in rekening gaan brengen, zegt directeur Ex.

Mevrouw Andersen ervoer het schikkingsvoorstel als een belediging, zegt haar vertegenwoordiger Margo Andriessen. „Onethisch om te veronderstellen dat het Mary Sue om geld zou gaan.”

Daar moet Ex om lachen. Volgens Boijmans is de weduwe al decennia bezig het oeuvre van haar vermiste man „commercieel uit te nutten”. Ex: „Uit de estate worden steeds opnieuw ongeautoriseerde werken in omloop gebracht.” De weduwe is bezig „inkomen voor haar zoon te creëren”, zegt hij. Als Boijmans het originele filmmateriaal uit handen zou geven, zegt Ex, „dan weten we zeker dat er straks nog meer apocrief materiaal in omloop komt”.

Boijmans, zegt Ex, heeft zich sinds 1992 verantwoordelijk gevoeld voor het oeuvre van de kunstenaar. „Wij betwisten niet dat mevrouw Andersen het auteursrecht op het werk van Ader bezit, maar vinden dat haar interpretatie op gespannen voet staat met de ideeën van de kunstenaar.” En Bas Jan Ader, zegt Ex, kan zich niet meer verdedigen”.

Discutabele edities

Ex is niet de eerste, en zeker ook niet de enige, die klaagt over de wijze waarop met de nalatenschap van Bas Jan Ader wordt omgesprongen. Twaalf jaar geleden verscheen in het gezaghebbende Amerikaanse tijdschrift Art in America een groot artikel van Wade Saunders. Daarin maakte hij duidelijk hoe Patrick Painter Editions, de galerie uit Los Angeles die sinds 1993 de nalatenschap van Ader beheerde, discutabele postume edities op de markt bracht. Het bontst maakte Painter het door op basis van een vage zwart-witpolaroid een installatie te reconstrueren. Saunders vond in een archief Aders instructies voor deze installatie, en kon zo vaststellen dat de reconstructie nergens op leek.

„Er is geen moeilijker estate dan die van Bas Jan Ader”, zegt verzamelaar Martijn Sanders. Samen met drie andere liefhebbers ontfermde Sanders zich in 1979 over de nalatenschap van de toen bijna vergeten kunstenaar. Dat mondde zeven jaar later uit in een door kunsthistoricus Paul Andriesse geschreven monografie, waarin 36 kunstwerken staan beschreven die de kunstenaar had geautoriseerd.

„De essentie van het werk van Ader is dat er nauwelijks werk is”, zegt Sanders. „Met Bas Jan is eigenlijk ook zijn werk verdwenen.”

Die lijst werd destijds uit bezorgdheid opgesteld, zegt Sanders. „Wat zou er niet met het oeuvre kunnen gebeuren als Ader postuum in de belangstelling kwam te staan?”

Patrick Painter ging doen waar de vrienden voor vreesden. Hij gaf, al dan niet met toestemming van de weduwe, dat is niet helemaal duidelijk, vele postume edities uit, soms op basis van schetsjes. Werken die nu voor bedragen tussen de 30.000 en 300.000 te koop zijn in vooraanstaande galeries. Sanders: „Wat je nu aangeboden ziet, zijn eigenlijk reproducties.”

Mary Sue Andersen laat de nalatenschap sinds twee jaar door een andere galerie in Los Angeles beheren. Ze ontdekte dat Painter misbruik maakte van haar vertrouwen en heeft de galeriehouder inmiddels gedaagd. Net als Boijmans wil Painter de werken van Ader niet afstaan.

Een nieuwe poging

Mary Sue Andersen heeft na het vonnis laten weten dat ze films in bruikleen wil geven aan het Stedelijk Museum Amsterdam. „Misschien wel voor eeuwig”, zei Andersen tegen de Volkskrant. Die belofte zal Ex bekend voorkomen. Na de verkoop van de fotowerken aan Boijmans liet Andersen per brief weten dat ze „zeer blij was dat het museum de films tot in de eeuwigheid zou gaan conserveren”.

Stedelijk-directeur Beatrix Ruf reageerde vorige maand verrast maar enthousiast op de aankondiging van Andersen. Ze zei te willen onderzoeken hoe ze het werk van Bas Jan Ader een grotere aanwezigheid kan geven in Nederland. Ruf: „Zijn werk is zo belangrijk dat het een thuisbasis moet krijgen.”

Die opmerkingen zorgden voor het nodige chagrijn in Rotterdam. Sjarel Ex: „Het werk van Bas Jan Ader had en heeft al 25 jaar een perfecte thuisbasis in Nederland en dat is Boijmans. Collega Ruff zegt dus iets dat niet op kennis van de werkelijke situatie is gebaseerd.”

Boijmans deed vorige week een nieuwe poging om de films te behouden. Het bood Mary Sue Andersen 200.000 euro voor de films, het bedrag dat ze volgens de door Boijmans geraadpleegde taxateur waard zijn. Maar na de „vijandige en hatelijke bewoordingen” van het museum, zoals haar advocaat het in zijn pleitrede formuleerde, bedankte de weduwe ook voor dat aanbod. Haar advocaat laat weten dat ze de films wil onderbrengen bij het Stedelijk Museum Amsterdam, zoals eerder aangekondigd.