Bliep! Hartslag 180. Stop met werken!

Na het meetbare ik is er nu ook de meetbare werkplek. Is er een verband tussen welzijn en productiviteit op de werkvloer?

Bliep bliep bliep. Code rood. ‘Stop met werken. Loop een blokje om. Je denken draait in rondjes, en je hebt vandaag nog maar 327 stappen gezet.’

Op de werkplek van de toekomst hoef je niet meer zelf over je fysieke en mentale gezondheid te waken, daar heb je apparatuur voor. Een fitnesstracker als Fitbit bijvoorbeeld, gekoppeld aan een dashboard op smartphone en pc, dat alles in overzichtelijke grafieken giet.

Griezelig? Of zou het ook een bevrijding kunnen zijn, zo’n keurig cijfertje dat om 16.00 uur waarschuwt dat je het gehad hebt met je productieve uren voor die dag? Of beter nog: dat je zó geconcentreerd gewerkt hebt, dat je al meer dan voldoende werk verzet hebt voor één dag. Of dat je stressniveau al zo hoog is, dat je die dag niet veel zinvols meer zal presteren.

Voor de werknemers van vastgoedadviseur Colliers in Rotterdam is de toekomst al gearriveerd. Als één van de eerste in Nederland experimenteert het bedrijf met meetapparatuur om de fysieke en mentale gezondheid van het personeel te controleren. 35 van de 45 werknemers hebben zich een jaar lang bereid verklaard hun hartslag, stressniveau en het aantal gezette stappen per dag te meten, en te kijken of er een verband is met productiviteit en welzijn op de werkvloer. Deelname is vrijwillig, uitstappen kan op elk moment – een handvol mensen heeft intussen afgehaakt.

„Iedereen krijgt tegenwoordig een laptop, een telefoon en een hoop verantwoordelijkheid van zijn werkgever”, zegt Harold Coenders, directeur bij Colliers. „Maar personeelszaken heeft tot nog toe geen systeem ontwikkeld waarmee je weet of je genoeg gewerkt hebt.”

En dat terwijl zo’n systeem inmiddels best dichtbij is. Want als je zoiets als een quantified self kunt hebben, het meetbare ik, waarom zou je dan niet de stap naar de quantified workplace, de meetbare werkplek kunnen zetten? Zo kun je niet alleen meten wat het effect van temperatuur en lichtinval op je prestaties is, maar ook wat je professionele bioritme is, wanneer je productieve uren vallen, en welke activiteiten je stress doen pieken.

Van praten met een journalist wordt Coenders niet zenuwachtig; zijn hartslag zit keurig op 69, laat zijn Fitbit zien. Maar die keer dat hij zijn hartslag checkte na een loodzware prijsonderhandeling schrok hij wel: „Alsof ik heel zwaar aan het hardlopen was. Dat ging stevig tegen het rooie aan.”

Manage jezelf naar de top

„Het is toch te gek dat niemand op de werkplek nadenkt over zaken als dagindeling?” vindt Coenders. „Eén van de collega’s hier is een topsportster, zij weet wanneer ze moet trainen en wanneer ze moet rusten om optimaal te presteren. Topsporters monitoren zichzelf constant, zodat ze zichzelf continu kunnen bijsturen. Wil jij dat dan niet op je werk, jezelf managen naar een topprestatie?”

Alleen: topsport gaat over duidelijk meetbare zaken als snelheid en kracht, en over lichamelijke belasting, die zich goed laat aflezen aan de hartslag. Maar hoe meet je productiviteit? Om nog te zwijgen over creativiteit of collegialiteit? En stress, is die echt af te lezen aan de hoogte van je hartslag in combinatie met de mate waarin je zweet, afgezet tegen de graad van activiteit, zoals ze het nu doen bij Colliers? „Het is de beste graadmeter voor stress die we tot nu toe hebben, maar perfect is het zeker niet”, geeft Coenders toe. „En voor productiviteit hanteren we onze factureerbare uren.”

Op de meetbare werkplek van Colliers ligt bovenop de harde fysieke meting nog een menselijkere laag. Aan het einde van hun werkdag krijgen de werknemers een vragenlijstje. Ze moeten opschrijven hoe hun dag was, hoeveel stress ze hebben ervaren, en hoe productief ze zijn geweest. Dat levert een schat aan informatie op – „misschien meer nog dan de data die de polsbandjes verzamelen”.

Die simpele vragen doen je even stilstaan bij je dag, zegt Coenders. „Vaak besef je dan: ha, ik had best een leuke dag.” Daarnaast geeft het inzicht in wat mensen motiveert. „Sommigen worden pas echt gelukkig als ze een inzicht verworven hebben, of een nieuw model bedacht.”

Lekker stressen

Wat het ook is wat mensen een goed gevoel over hun werkdag geeft, er is één constante: een geslaagde dag is geen stressvrije dag. Integendeel. De curve van de productiviteit en de curve van het stressniveau vertonen dezelfde pieken en dalen. Matige stress maakt productief. Of althans: zo voelt het.

Boeiende vaststelling, maar welke werknemer wil dat zijn baas meekijkt naar zijn stressniveau, en daar potentiële conclusies aan verbindt? Als je collega’s allemaal verslaafd zijn aan deadlinestress, betekent het dan dat jij ook pas productief bent als je hartslag de hoogte in gaat? Is je lichamelijke toestand niet per definitie iets heel intiems?

Vrijdagdepressie

Bij Colliers beseffen ze dat er veel ethische vragen te stellen zijn. Daarom is het vrijwillige van ons experiment ook zo belangrijk, zegt Coenders. „Zodra een werkgever zijn mensen gaat verplichten, zit het fout.” Coenders snapt best dat het meten van werknemers delicaat is, maar zegt hij: „Dit is nog maar het begin, de quantified workplace komt er, zoveel is zeker. We weten hoe groot de gevaren van permanente, overdreven stress zijn. Dus moet je het belang van privacy en het belang van stresspreventie tegen elkaar afwegen.”

Het plan voor de volgende stap ligt al klaar. Vanaf maart krijgt een onafhankelijke coach inzage in de data, zodat er geen problemen met de Autoriteit Persoonsgegevens kunnen ontstaan. Die coach kan dan aan de alarmbel trekken als je stressniveaus te lange tijd te hoog zijn, of de werkgever waarschuwen dat een werknemer extra aandacht nodig heeft.

„Er zou zo veel kunnen als je grote datasets van je werknemers wel zou mogen analyseren. Stel je voor: je komt binnen en je smartphone meldt waar de vrolijkste mensen zitten, voor als je gezelschap wilt, of inspiratie. Of neem de winst die je kunt boeken op het gebied van collectieve dagindeling. Je wilt toch niet dat het gros van je werknemers zijn productiefste uren vergooit aan het wekelijkse overlegmoment?”

Met het beoordelen van dagdelen zijn ze bij Colliers nog niet begonnen, maar voor hun weekindeling kregen ze er dankzij dit experiment een kopzorg bij. Vergeet de maandagochtendblues, bij Colliers zet de collectieve depressie in op vrijdag. De reden? „De mini-enquête valt voor de meesten in hun mailbox op het moment dat ze beseffen dat ze weer niet zonder werk het weekend ingaan. Daar moeten we dus iets aan doen. De vrijdagborrel vervroegen en de enquête na afloop invullen, dat helpt allicht ook.”