‘Agressie-incidenten bij NS 17 procent gedaald’

Dat maakte NS bekend op 28 januari. De staatssecretaris laat een ‘factcheck’ uitvoeren.

Foto ANP

De aanleiding

In 2015 waren er 642 gevallen van agressie tegen NS-personeel. In 2014 waren dat er 774. Het aantal ‘agressie-incidenten’ is dus met 132 gedaald, ofwel 17 procent. Dat schreef Nederlandse Spoorwegen in een persbericht vorige week donderdag. NS is dubbelzinnig over de oorzaken van de daling. Enerzijds is „de daling niet direct te koppelen aan de extra maatregelen” die sinds maart 2015 zijn genomen om de veiligheid in treinen en stations te verbeteren. Anderzijds is de „dalende trend waarschijnlijk een gevolg” van de toegangspoortjes, terugkeer van politie, camera’s en meer beveiligers.

De vakbonden FNV Spoor en VVMC spraken meteen hun twijfel uit over de cijfers. Kamerlid Martijn van Helvert (CDA) liet in het Kamerdebat van dezelfde dag weten de cijfers niet te geloven. Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur, PvdA) laat daarom een ‘factcheck’ uitvoeren.

Waar is het op gebaseerd?

NS meet het aantal incidenten sinds 2005. Op langere termijn is er inderdaad sprake van een daling (2005: 1.099 incidenten), maar sinds 2011 ging de lijn juist weer omhoog (2011: 579, 2012: 635, 2013: 777). Een ‘dalende trend’ is er pas weer sinds 2014. Overigens gaat het nog steeds om ruim twaalf gevallen per week, bijna twee per dag.

NS onderscheidt drie soorten agressie: fysiek geweld, spugen en ernstige bedreiging (met een wapen). Spugen daalde het meest van 2014 naar 2015: 31 procent. Geweld daalde met 15 procent, bedreiging met 10 procent. Agressie door zwartrijders neemt af: in 2014 was het in 57 procent van de gevallen de oorzaak, in 2015 46 procent. NS verbindt deze daling aan de sluiting van poortjes. Die komen op 82 van de 410 stations, op 55 stations zijn ze nu dicht.

De NS-cijfers zijn gebaseerd op meldingen van NS’ers, maar ook op die van politie en reizigers. Alleen meldingen worden geregistreerd.

En, klopt het?

De vraag is: hoe groot is het verschil tussen het aantal meldingen en het werkelijke aantal incidenten?

Groot, zegt Caroline Ubachs van vakbond VVMC. Naast NS is de VVMC de enige andere instantie die agressie op en rond het spoor registreert. Het laatste VVMC-onderzoek is van december 2014, maar de bond heeft „het gevoel” dat de agressie tegen NS’ers juist toeneemt, juist ook ernstige incidenten. De FNV, zegt Regie Redmeijer, krijgt „sterke signalen” dat NS’ers incidenten niet meer melden. Volgens de FNV is het aantal incidenten „zeker niet afgenomen”. FNV en VVMC gaan allebei binnekort hun achterban raadplegen.

CDA-Kamerlid Martijn van Helvert spreekt vaak conducteurs in de trein. „Als ze vaker iets melden krijgen ze te horen: ligt het misschien aan jou? Moet je niet op cursus? Is dit nog wel de baan voor jou? Ze zeggen ook: er gebeurt toch niets mee. Ik vind dat NS veel actiever moet zijn.” Bonden en Kamerleden vinden NS te laks bij de toegezegde invoering van ‘dubbele bemensing’ (twee conducteurs) op late avondtreinen op donderdag, vrijdag en zaterdag.

De in maart 2015 afgesproken maatregelen worden binnen een jaar geëvalueerd door onderzoekscentrum WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het WODC kan nog niets zeggen over het onderzoek, dat pas op 13 januari van start is gegaan. De onderzoeksmethode moet nog worden vastgesteld.

Conclusie

Er zijn aanwijzingen dat incidenten ongemeld blijven. NS had in het persbericht beter kunnen spreken van daling van het aantal meldingen in plaats van daling van agressie. Er zijn geen andere recente cijfers over agressie tegen NS-personeel beschikbaar dan die van de NS. Daarom beoordelen wij de stelling als niet te checken.