‘Vrede verlost Europa van Syrische vluchtelingen’

Wat wil oppositie Syrië in Genève? Vooral het vertrek van Assad. ‘Hij wil nog meer Syriërs naar Europa jagen.’

Met frisse tegenzin is de Syrische oppositie zaterdag toch naar Genève getogen voor vredesbesprekingen met het regime van Bashar al-Assad. „We zijn gekomen om een einde te maken aan het lijden van de bevolking”, zegt Salem al-Muslet, woordvoerder van het Hoge Onderhandelingscomité, de alliantie van 34 politieke en gewapende groepen die wordt gesteund door Saoedi-Arabië, de Golfstaten en Turkije. „We vertrouwen op de internationale gemeenschap om druk te zetten op het dictatoriale regime, dat grove misdaden begaat tegen zijn eigen bevolking”, zegt Al-Muslet telefonisch.

Vorige week stelde de oppositie nog voorwaarden aan haar komst naar Genève: het regime moest eerst stoppen met bombarderen, humanitaire hulp toelaten tot burgers in belegerde steden, en gevangenen vrijlaten. Deze eisen staan eveneens in een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Maar van een boycot van de onderhandelingen is na zware druk van Saoedi-Arabië en de VS geen sprake meer.

Tijdens een ontmoeting tussen de oppositie en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, vorige week in Saoedi-Arabië, zouden harde woorden zijn gevallen. The Guardian meldde dat Kerry hun „botweg” vertelde dat ze geen serieus alternatief vormen voor Assad en dat ze de voorstellen van Iran en Rusland zullen moeten accepteren, zoals het recht van Assad om weer aan de verkiezingen mee te doen.

Volgens Al-Muslet is de bijeenkomst echter totaal verkeerd afgeschilderd in de media. „De sfeer was juist erg positief. We werden niet onder druk gezet of bedreigd. Kerry heeft ons overtuigd dat we meer kunnen bereiken voor de Syrische bevolking door naar Genève te gaan dan door weg te blijven.”

De VN verwachten dat de vredesbesprekingen zes maanden gaan duren. De eisen die de oppositie heeft gesteld, liggen nog op tafel. Maandag werd bekend dat het regime „in principe” akkoord is met de levering van hulp aan belegerde steden. Verder zal worden gesproken over lokale wapenstilstanden, die de blauwdruk moeten vormen voor een nationaal staakt-het-vuren.

Het uiteindelijke doel is de vorming van een overgangsregering die stabiliteit brengt. De oppositie eist dat de „dictator Assad” verdwijnt, maar het regime wil alleen praten over een „uitgebreide nationale regering. Het is tekenend voor het enorme wederzijdse wantrouwen. Het regime ziet de oppositie als terroristen en instrumenten van Saoedi-Arabië. De oppositie vreest dat het regime de onderhandelingen gebruikt om tijd te winnen en met behulp van de Russen meer terrein te heroveren.

„We kennen de mentaliteit van dit regime”, zegt Al-Muslet. „We hebben tijdens de vorige onderhandelingen [in 2014, red] gezien hoe het alles aangrijpt om zo lang mogelijk aan de macht te blijven. Maar laten we positief blijven. De internationale gemeenschap moet ons helpen om de dictator Assad uit de macht te zetten en terrorisme te bestrijden in Syrië. Assad wil alleen maar meer Syriërs naar Europa jagen. We willen het juist makkelijker maken om terug te keren naar hun thuisland. Europa heeft al genoeg problemen.”