Vlinderman

Vorige week namen we afscheid van Ruud Vis. Hij was van 1981 tot kort voor zijn plotselinge dood onafgebroken verbonden aan het Natuurhistorisch Museum als vrijwilliger, als honorair-conservator entomologie. Ruud leerde mij de kneepjes van het insecten verzamelen. In de bijna 35 jaar dat hij aan de Rotterdamse collectie werkte, zijn er minimaal 137.346 insecten door zijn vingers gegaan. Opprikken, determineren, ordenen en – de laatste jaren – digitaal registreren. Dankzij die noeste arbeid zie ik na twee muisklikken wat hij het museum heeft nagelaten: ruim 4.300 vlinders. Uit zijn privéverzameling dichtte hij stukje bij beetje gaten in de museumcollectie met vlinders die hij zelf op vijf continenten verzamelde.

In de nachtvlindercollectie vind ik twee exemplaren van de schaaruil (Hada plebeja), een nietig motje. De ene ving Ruud op 23 mei 1959 in de duinen van Oostvoorne. Hij was toen 18. De andere verzamelde hij op 8 juni 2015 in Denemarken, op 74-jarige leeftijd. Het zijn de oudste en de meest recente vlinder die hij in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam onderbracht. De oudste is inmiddels wat verbleekt en rafelig, de jongste ‘popvers’ zoals Ruud dat noemde. Ertussen zit een mensenleven.