Welke vis kun je nog wél eten?

Vis is gezond, maar de zeeën raken leeg. Hoe kun je met een goed gemoed nog vis eten? Zes vragen over verantwoorde vis.

Foto Istock

Vlak voor Kerst zag Christien Absil van de Good Fish Foundation ze langskomen. Biologische maaltijdboxen met paling. Gerookte paling, met mierikswortel en tartaar van rode biet en appel. „Ongelofelijk”, zegt ze. De vis die zo overbevist is dat hij op de lijst van bijna uitgestorven diersoorten staat. In een biologisch kerstmaal. „Hebben de vishandelaren de makers van die box toch kunnen overtuigen dat het oké is.”

Wat ze maar wil zeggen: duurzaam is een lastig begrip als het om vis gaat.

Vis eten is gezond, dat weten we. Het Voedingscentrum adviseert twee keer per week vis, waarvan minimaal één keer vette vis zoals zalm. Vaker vis is beter, voor ons dan. Maar minder vis zou beter zijn voor de planeet, voor de vis.

De cijfers, volgens de Wereldvoedselorganisatie (FAO): bijna 29 procent van de commercieel beviste bestanden wordt overbevist. 61 procent wordt maximaal bevist en verdraagt geen verdere toename van visserijdruk meer.

Voorzichtig met vis dus. In de nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad staat ook dat één keer vis per week al goed is, in plaats van de twee keer die de raad jarenlang adviseerde. „Over het algemeen kent minder dierlijke en meer plantaardige voeding een ecologisch lagere belasting”, schreef de Gezondheidsraad eind vorig jaar. En wélke vis je eet is ook van belang, ziet ook de Gezondheidsraad: „Het is aanbevelenswaardig om de nadruk te leggen op vissoorten die niet overbevist worden of die op een milieuvriendelijke manier worden gekweekt.”

Maar waar begin je? Hoe weet je of de vis die je eet duurzaam is? Viswijzers geven per vissoort wel een oordeel, maar de criteria erachter blijven voor de consument tamelijk onzichtbaar. „Viswijzers zijn niet voor niets zo complex”, zegt Adriaan Rijnsdorp, buitengewoon hoogleraar duurzaam visserijbeheer aan de Wageningen Universiteit. Er zijn ontelbare factoren waarmee je rekening moet houden. En toch zijn er een paar vragen die je kunt stellen als je duurzame vis wilt kopen.

1. Kweekvis is toch beter dan wilde vis?

Kweek is nodig, omdat de vraag naar vis nog steeds groeit en er te weinig vis in het wild zwemt. We zijn de afgelopen jaren al steeds meer kweekvis gaan eten. Ongeveer de helft van de vis die we in Nederland eten, is gekweekt, aldus de Nederlandse Vereniging van Viskwekers.

Maar kweekvisserij heeft zo zijn eigen problemen. Neem zalm, de vissoort waaraan Nederlanders volgens het Visbureau het meeste geld uitgeven. Die is lang niet altijd duurzaam. De zalm is een carnivoor, hij eet vis om te groeien, ook als hij in een kwekerij leeft. Bovendien brengt kweekzalm ziektes en parasieten over op zalm die nog in het wild rondzwemt, en krijgt kweekzalm vaak antibiotica toegediend – die kunnen in het oppervlaktewater terechtkomen.

Zalm uit Schotland en Scandinavië wordt meestal in betere omstandigheden gekweekt dan zalm uit bijvoorbeeld Chili. Het antibioticagebruik wordt strenger gecontroleerd, de vissen krijgen deels plantaardige voeding. Die zalm is duurder, maar ook duurzamer.

Maar dat is dus alleen nog maar zalm. Er zijn veel meer vissoorten die worden gekweekt. Dat maakt het lastig om te zeggen: koop kweekvis uit Schotland. Je zult per soort een afweging moeten maken. Maar hoe dan? Zie 2.

2. Welk keurmerk moet ik hebben?

Keurmerken zouden moeten helpen om goede van foute vis te onderscheiden. Maar welk keurmerk dan? Alleen al in Nederland zijn er zo’n zestien viskeurmerken. En wat zeggen die labels op de verpakking eigenlijk over duurzaamheid? Er is weliswaar een certificaat voor dolfijnvriendelijk gevangen tonijn, maar dat zegt nog niets over de wijze van tonijnvangst en of deze vis uit een gezond visbestand komt. Soms is dolfijn helemaal geen bijvangst in gebieden waar ‘dolfijnvriendelijke’ tonijn wordt gevangen.

„Vaak zijn die labels gewoon marketing”, zegt onderzoeker Rijnsdorp. Van alle keurmerken zijn er twee waar je volgens hem in elk geval op af kunt gaan. Het keurmerk van de Marine Stewardship Council (MSC, wild gevangen vis) en Aquaculture Stewardship Council (ASC, voor kweekvis). ASC en MSC zijn onafhankelijke internationale non-profitorganisaties voor duurzaam gevangen of gekweekte vis, waarop ook de Viswijzer en het Voedingscentrum zich baseren.

Bij het MSC-keurmerk, voor wilde vis dus, wordt gekeken naar de gezondheid van het visbestand, de vangstmethode, impact op het ecosysteem en of de visstand goed beheerd wordt. Vis met het ASC-keurmerk komt uit kwekerijen die vervuiling van water beperken door minder antibiotica en duurzaam visvoer te gebruiken en er wordt gekeken naar de arbeidsomstandigheden van het personeel.

3. Hoe zit het dan met biologisch?

Niets is biologischer dan een vis die in het wild heeft rondgezwommen, zou je zeggen. Maar zo werkt het dus niet. Wilde vis kán simpelweg niet biologisch zijn omdat de omstandigheden waarin de vis heeft geleefd niet gecontroleerd kunnen worden. Biologische vis is dus altijd gekweekt.

De biologische richtlijnen zijn vergelijkbaar met die van ASC. De richtlijnen voor biologische vis kunnen iets verschillen per land, ASC wel een wereldwijde standaard. In Nederland wordt overigens wel biologische vis verkocht, maar niet gekweekt.

Een verschil tussen de twee keurmerken is dierenwelzijn: bij biologische vis worden daar meer eisen aan gesteld. Zo mag er maar een x-aantal vissen per kubieke meter gekweekt worden, afhankelijk van de soort. Overigens staat dierenwelzijn op het gebied van vis nog in de kinderschoenen. Paling mocht bijvoorbeeld tot een paar jaar geleden nog levend in een bijtend zoutbad worden gelegd om te ‘ontslijmen’.

4. En wat als ik geen keurmerk zie?

In het geval van kweekvis: kijk waar het vandaan komt. „Over het algemeen is kweekvis uit Europese landen in betere omstandigheden gekweekt dan vis van ver weg”, zegt Christien Absil van de Good Fish Foundation, een stichting die zich inzet voor de verduurzaming van de vissector.

Wild gevangen vis is een lastiger verhaal. Daarbij is het niet alleen belangrijk waar de vis vandaan komt, maar ook om te weten op welke manier hij gevangen is. Of er bijvangsten zijn, of de bodem beschadigd kan raken tijdens het vissen. Een voorbeeld: schol uit de Noordzee is bijvoorbeeld een duurzame keuze, maar niet als het met een boomkor is gevangen, waarbij sleepnetten over de zeebodem worden getrokken en de bodem aantasten.

Dan ben je er nog niet. Want van de Noordzee weten we bijvoorbeeld dat het over het algemeen goed gaat met de visbestanden, maar niet alle visbestanden zijn gezond. Neem kabeljauw. Rijnsdorp: „Hoewel het over het algemeen goed gaat met de visbestanden in de Noordzee, doet de kabeljauw het minder.” Kabeljauw uit de Barentszzee is een duurzamere optie.

De Viswijzer van de Good Fish Foundation laat zien hoe moeilijk al die factoren voor de consument te wegen zijn. Vul kabeljauw in op goedevis.nl en je krijgt veertien opties, van gecertificeerd tot ‘vermijden’. Maar wie weet wat kieuwnetten en bodemottertrawls zijn? En waarom is de Noorse Zee soms oké en soms helemaal niet?

5. Bij de visboer, of in een restaurant, zie ik zelden een keurmerk. Waarom niet?

Het voordeel van de supermarkt; je kunt makkelijk herkennen welke vis gecertificeerd is. Het keurmerkje staat gewoon op de verpakking. Bij de visboer is de situatie minder overzichtelijk. Vissen liggen er vaak op ijs, zonder verpakking. En er wordt ook daadwerkelijk minder vis met een ASC/MSC-keurmerk verkocht. Op dit moment zijn er 227 certificaten voor MSC-vis in Nederland uitgegeven, maar die zijn vooral van supermarkten en leveranciers. Slechts vijftien daarvan zijn van viswinkels, laat het MSC weten.

MSC- of ASC-vis mag alleen als zodanig verkocht worden als het bedrijf is gecertificeerd. Dat betekent dat de winkel of kraam gecertificeerde vis apart van de andere vissen moet opslaan en uitstallen. „Dat vinden ze vaak veel gedoe”, zegt Hans Nieuwenhuis, directeur van het MSC. Visboeren hebben veel meer (wisselende) leveranciers, dan is het lastig het overzicht te houden. Ook moeten retailers die MSC-vis verkopen een bedrag betalen aan MSC. Voor een kleine visboer komt dat volgens het MSC neer op 230 euro per jaar.

Maar als winkeliers MSC-zalm niet als zodanig verkopen, hoeven ze niets te betalen aan het keurmerk en geen extra moeite te doen. „In de praktijk zijn er wel viswinkels die duurzame vis verkopen”, zegt Absil. De gecertificeerde vis gaat dan zonder keurmerk over de toonbank. Je kunt er dus naar vragen. „Je moet maar geloven wat ze zeggen.”

Hetzelfde geldt voor de horeca, waar zelden op de kaart staat aangegeven waar vis vandaan komt.

6. Welke vis kan echt niet meer?

Soms is het simpel. Sommige vissoorten moet je gewoon niet kopen als je voor duurzaam gaat. Met paling gaat het heel slecht – supermarktketens verkopen het al een paar jaar niet meer. Haai en rog staan bij de Viswijzer altijd in het vakje ‘minder goed’ en ‘liever niet’. Net als snappers en groupers – allemaal overbevist. Pangasius en gamba’s zonder keurmerk zorgen vaak voor watervervuiling door antibiotica en uitwerpselen. En ook op vakantie moet je opletten. „Pas op met de exotische vissoorten die je vooral in het buitenland in restaurants op de menukaart ziet staan”, zegt Absil. „De diepzeevisserij is vaak slecht gereguleerd en destructief voor het ecosysteem. En in de Middellandse Zee zijn vrijwel alle vissoorten zwaar overbevist.”

    • Romy van der Poel