Steeds meer Oost-Europese chauffeurs rijden in Nederland

Van de goederen die in 2014 de grens passeerden lag pakweg 15 procent in een vrachtauto uit een zogeheten MOE-land.

Vrachtwagens op een parkeerplaats nabij Hoofddorp.
Vrachtwagens op een parkeerplaats nabij Hoofddorp. Foto Valerie Kuypers / ANP

Vrachtwagens van en naar Nederland worden de laatste jaren steeds vaker bestuurd door een chauffeur uit Midden- of Oost-Europa. Van de goederen die in 2014 de grens passeerden lag pakweg 15 procent in een vrachtauto uit een zogeheten MOE-land, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek dinsdag. In 2006 was dat nog 6 procent.

Tot de MOE-landen behoren onder meer Roemenië, Tsjechië, Bulgarije en de Baltische Staten. Toch zijn het verhoudingsgewijs vooral Polen die goederen van en naar Nederland vervoeren, zo concludeert het CBS. Van de vrachtwagens uit Midden- en Oost-Europa werd 56 procent in 2014 bestuurd door een Pool.

De goederen die chauffeurs uit MOE-landen vervoeren zijn overigens lang niet altijd bestemd voor of afkomstig uit die landen. In bijna twee derde van gevallen gaat het om vervoer tussen Nederland en een derde land. Vooral Bulgaarse, Litouwse en Roemeense trucks zijn zelden betrokken bij vervoer van of naar hun eigen land.

Concurrentie door goedkopere lonen

Nederlandse chauffeurs maken zich al langere tijd zorgen over de concurrentie met de vaak veel goedkopere Oost-Europese chauffeurs. Die strijd maakt namelijk dat veel Nederlandse transportbedrijven de hoeveelheid werk zien teruglopen, zo blijkt ook uit de CBS-cijfers. Sommige bedrijven vervangen Nederlandse truckers daarom door buitenlanders.

Ook in andere landen is de aanwezigheid van Oost-Europese chauffeurs in het internationale wegvervoer de afgelopen jaren gegroeid, aldus het CBS. In de overige Noord- en West-Europese landen werd in 2014 gemiddeld zelfs meer dan 28 procent van de goederen vervoerd door een vrachtwagen uit een MOE-land. In 2006 was dat nog 12,7 procent.