Laat de staat de dove Kalma horen?

Een verblijfsvergunning heeft Kalma niet. Moet de staat haar gehooroperatie dan vergoeden?

De Afghaanse kleuter Kalma.
De Afghaanse kleuter Kalma. Foto Catrinus van der Veen

Waar ligt de grens voor zorg aan asielzoekers? Dat is de vraag in de zaak rond het dove Afghaanse meisje Kalma (4), van wie de ouders geen verblijfsvergunning hebben. Maandag besloot de voorzieningenrechter dat zij voorlopig niet de vergoeding krijgt voor een operatie waardoor ze zou kunnen horen.

Kalma kwam rond haar eerste verjaardag met haar ouders en twee broers naar Nederland. Hier kwamen zij er achter dat het meisje doof is geboren. Met een implantaat zou ze kunnen horen. De operatie en nazorg kosten 65.000 euro en zouden voor een Nederlands kind onder de basisverzekering vallen. Maar omdat het asielverzoek van de ouders is afgewezen, heeft Kalma geen recht op de operatie.

De advocaat van de ouders, gesteund door Defence for Children, vroeg om een voorlopige voorziening zodat de operatie van hun dochter al zou kunnen doorgaan. Want hoe eerder dat gebeurt, hoe beter het resultaat. Mocht de familie een vervolgzaak verliezen, dan zou ze de schuld van de operatie moeten terugbetalen.

Vader Farhad Safi vreest de mogelijke toekomst van zijn dochter in Afghanistan. „Als doof meisje heeft ze daar geen rechten”, vertelde hij de rechter. „Ze zullen haar niet als mens behandelen, maar als dier.”

De advocaten van de ouders en van staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) bogen zich vorige maand op de zitting over de vraag: is de operatie medisch noodzakelijk? De staat vindt van niet: de situatie is acuut noch levensbedreigend. Ook stelde landsadvocaat Elmer van der Kamp dat van de adviezen van specialisten geen noodzaak uitgaat.

De advocaten van het gezin vinden dat alleen artsen bevoegd zijn te oordelen over de operatie. Zij wezen op een brief van een specialist waarin Kalma „een geschikte kandidaat” wordt genoemd. Haar niet de mogelijkheid geven te horen is inhumaan en druist in tegen de mensenrechten en de rechten van het kind, vindt advocaat Else Weijsenfeld.

„De Nederlandse zorg aan asielzoekers gaat verder dan verdragen ons verplichten”, reageerde Van der Kamp ter zitting. „Maar we kunnen het ons als samenleving niet permitteren om iedereen onbeperkt en kostenloos toegang te geven tot zorg.”

In hoeverre asielzoekers recht hebben op zorg staat in de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA). Die komt grotendeels overeen met wat Nederlanders via het basispakket krijgen. Er zijn uitzonderingen. Zo komen asielzoekers niet in aanmerking voor enkele cosmetische of langdurige trajecten, zoals geslachtsverandering. Ook cochleaire implantatie – de operatie die Kalma behoeft – staat op die lijst.

Verzekeraar Menzis, die de RZA uitvoert, kijkt niet alleen of behandelingen binnen de regeling vallen maar ook naar de status van de vluchteling. Een woordvoerder van het ministerie. „Zolang niet duidelijk is of iemand recht op verblijf heeft, of als een behandeling niet kan worden voortgezet in het land van herkomst, wordt in de regel niet met de behandeling gestart.”

Wel hebben kinderen wat ruimere toegang tot zorg, zegt de woordvoerder. Uitgeprocedeerde minderjarigen hebben dezelfde zorg als kinderen in een azc.

Voor Kalma is horen nog niet uitgesloten. De ouders, van wie vorige week ook het hoger beroep van hun asielaanvraag is afgewezen, hebben bij de staatssecretaris bezwaar ingediend. Hun advocaat is positief. De voorzieningenrechter wijst er in zijn uitspraak op dat het aan de ouders is om met specialisten aan te tonen dat de operatie medisch noodzakelijk is. Weijsenfeld: „De noodzaak was nu nog niet duidelijk genoeg opgeschreven. Als we dat met een verklaring van een arts definitief aantonen, kan volgens mij de operatie beginnen.”