‘Juf, we kunnen de vormen van uw lichaam zien’

In de klas botsen maatschappelijke opvattingen. Er zijn leerlingen die met de koran in de hand beweringen van hun geschiedenisleraar tegenspreken. Leerlingen die midden onder de les opstaan omdat ze willen bidden. Wat kan de leraar doen?

Het Islamitisch College Amsterdam, dat in 2010 sloot nadat het ministerie besloot de school niet meer te bekostigen vanwege slechte prestaties. Foto Cynthia Boll / ANP ©

Zulke lieve meisjes – maar na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in januari 2015 zeiden ze ineens dat die verzonnen was. Die politieman die je zag worden neergeschoten op dat filmpje, die was helemaal niet dood, die mankeerde niks. Waarom lag er anders geen bloed op straat?

De vmbo-docente die haar leerlingen dit hoorde beweren, was perplex. „Ineens stond er een heel grote muur tussen mij en mijn leerlingen.” Ook een niet-moslimmeisje was het met haar vriendinnen eens. „Ik wist niet wat ik moest doen”, zegt de docente. „Ik ben uiteindelijk maar tot de orde van de dag overgegaan.”

Deze docent is de enige niet die soms met de ogen knippert of met de oren klappert in de klas. Journaliste Margalith Kleijwegt, eerder werkzaam bij Vrij Nederland, kreeg van minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) het verzoek te rapporteren over de wijze waarop „gevoelige maatschappelijke kwesties de klas binnen komen”. Ze tekende tal van deze verhalen op en bundelde die tot de rapportage 2 werelden, 2 werkelijkheden. Hoe ga je daar als docent mee om? Maandagmiddag werd het rapport openbaar gemaakt, na een besloten discussie met docenten over de inhoud.

Leerlingen die met de koran in de hand beweringen van hun geschiedenisleraar tegenspreken. Die zeggen: „Juf, we kunnen de vormen van uw lichaam zien.” Leerlingen die midden onder de les opstaan omdat ze willen bidden. Leraren die hun kettinkje met de Davidster maar thuis laten.

Complottheorieën

De achterdochtige en verbeten denktrant beperkt zich niet tot jonge moslims, zag Kleijwegt op de vier hbo’s, acht mbo’s en vijf vmbo’s waar ze sprak met leidinggevenden, docenten en studenten. Zo weten studenten van een ‘witte’ mbo-opleiding zeker dat het driejarige jongetje Aylan, die met zijn rode shirtje en blauwe broek in de branding op de Turkse kust werd gefotografeerd, niet is verdronken, maar met zijn gezicht naar beneden op het strand neergelegd om medelijden te wekken. In het schoolgebouw van deze opleiding had de beroemde foto even gehangen, maar die was ineens verdwenen, vertellen docenten aan Kleijwegt – „vermoedelijk door leerlingen weggehaald”.

Er is een kloof tussen leerlingen en docenten, een kloof tussen de wereld thuis, op straat en die op school, en er is een kloof tussen kinderen met een puur-Nederlandse en een niet-Nederlandse achtergrond. Wie wel eens op scholen komt, wie wel eens boeken van leerkrachten leest of bijvoorbeeld Kleijwegts eigen Bezorgde ouders, over scholieren en ouders in Amsterdam-Nieuw West, kan niet verrast zijn door deze rapportage.

Onzekerheid bij docenten

Zelfs het woord ‘handelingsverlegenheid’ dat in Kleijwegts rapportage valt om de onzekerheid van docenten te duiden, heeft al eens in deze krant gestaan. Toen kwam het van Ron van der Wieken, die vanuit de liberale Joodse gemeente in Amsterdam betrokken is bij ontmoetingen met roc-leerlingen, voornamelijk met een moslimachtergrond.

In die lessen wordt leerlingen gevraagd om hun eerste associatie met het woord ‘jood’ op een papiertje te schrijven. Anoniem. ‘Ajax’ wordt vaak opgeschreven, ‘geld’, ‘Israël’ en ‘Palestijnen’. Maar ook: ‘Ik haat jullie. Jullie vermoorden moslims. Ik wil dat jullie doodgaan.’

Van der Wieken zag dan „soms gêne bij de leerkracht die de klas begeleidt. Maar eentje zei ook: daar moet je niet van schrikken, hoor. Jullie doen toch hetzelfde in Gaza?”

Zorgen om radicalisering bestaan in scholen door het hele land, schrijft Kleijwegt, maar „directies en docenten maken zich over een grotere groep zorgen dan alleen de radicalen, ze zien een groeiende groep jongeren die zich hier niet thuis voelen, jongeren die bovendien allerlei problemen hebben en zich vaak op sleeptouw laten nemen door sociale media.” Ook wordt er bijna openlijk onder leerlingen geronseld voor de strijd in Syrië.

Docenten moeten een midden zien te vinden tussen een ferm, laten we zeggen, moreel zuiver standpunt en het erbij houden van hun leerlingen, die zich vaak uitgesloten voelen door de maatschappij en die ook soms zomaar de school verlaten uit woede over vermeend onbegrip. Ze hebben, schrijft Kleijwegt aan de minister, een schoolleiding nodig die duidelijk koers houdt, en steun van experts en zonodig de politie.

„Wij zijn de autoriteit en moeten ze de weg wijzen”, zegt een van de docenten in de rapportage. „En zo zie ik het ook”, zegt minister Bussemaker in het voorwoord.