Ineens lagen die twee mensen onder zijn vuilniswagen

Wat: dodelijk ongeval

Wie: Martin

Waar: rechtbank Lelystad

Was Martin „aanmerkelijk onoplettend” of was het een ‘gewoon’ ongeluk? Dit is wat meer dan een jaar geleden gebeurde: een vuilniswagen rijdt met 6,4 kilometer per uur achteruit op een doodlopend landelijk weggetje. Met zwaailicht, alarmlichten, geopend raam en een piepsignaal. Terwijl de bijrijder staand op de voorbumper de weg vóór in de gaten houdt, tuurt bestuurder Martin constant via de achteruitrijdcamera en de linkerspiegels naar de weg achter de vrachtwagen. En toch zag Martin de bejaarde man pas nadat hij hem overreden had. Hij schoot achter het stuur vandaan. Toen zag hij ook de bejaarde vrouw, tussen de wielen. Ze waren allebei op slag dood. Waar kwamen die mensen toch opeens vandaan?

Martin geeft toe dat hij niet in de rechterspiegel keek. Hij kwam iedere week op het landgoed van het verzorgingshuis. Dat smalle weggetje achteruit insteken was routine; je moest vooral op links letten. Daar had je fietsenrekken en een parkeerplaats. Rechts was er alleen veld; dus de rechterspiegel liet Martin zitten. Tegen de politie zei hij dat hij „die gok” nam. Achteraf geen gelukkige woordkeus. Dat is precies waar het om draait – de zorgplicht van de chauffeur.

Het oudere echtpaar kwam namelijk wel vanaf het veld; er bleek een paadje op uit te komen dat Martin nooit had gezien. Het bejaarde stel zagen ze eerder van een bankje opstaan en wegwandelen. Naar links, van hun wagen af, uit beeld dus. Dat hun wandelpad met een slinger naar rechts zou afbuigen, wist hij niet. Uit de ongevalsanalyse bleek dat het echtpaar via de achteruitrijdcamera voor Martin zichtbaar had moeten zijn, ondanks de lage zon. Maar hoe lang waren ze zichtbaar voordat ze gegrepen werden?

De man was doof en dementerend. Zijn vrouw was fit. Zij hoorde en zag nog alles. Niemand heeft gezien wat er precies gebeurde voordat de vuilniswagen hen raakte.

Martin en zijn bijrijder Remco draaiden destijds „inhaaldagen” – ze moesten die dag 22 adressen af en stonden onder druk. Had Remco trouwens niet áchter de vuilniswagen moeten lopen, zoals het protocol voorschrijft?

Of was dat zinloos omdat de wagen en de weg vrijwel even breed waren, zodat Martin Remco nooit via de spiegels kon zien? Martin vond dat Remco beter het zicht naar voren kon bewaken, zodat hij zich kon concentreren op de achterzijde.

Martin heeft 33 jaar ervaring als chauffeur. Nooit kwam hij in aanraking met justitie. Na het ongeluk werd hij somber, gestresst en soms driftig, zegt zijn advocaat. Hij slaapt slecht. Martin had een gesprek met een van de zoons van het echtpaar. Dat heeft geholpen.

De officier vindt dat Martin nooit had mogen verwachten dat er geen andere weggebruikers van rechts achter zijn auto zouden kunnen komen. Zeker nu hij het echtpaar eerder had zien zitten. Anticiperen, vergewissen, controleren – voor een chauffeur gelden hoge eisen van oplettendheid. De eis luidt 240 uur taakstraf, een voorwaardelijke rijontzegging van een jaar met twee jaar proeftijd.

Volgens de advocaat nam Martin geen onverantwoorde risico’s door niet in de rechterspiegel te kijken. Het ongeval kwam door tijdelijke onoplettendheid, waarbij de precieze toedracht nog steeds onduidelijk is. Wanneer stapte het echtpaar precies het pad op, hoe lang heeft de camera ze dan geregistreerd? Het verwijt aan Martin is gebaseerd op aannames. Dit was een ongeluk.

De rechtbank veroordeelt Martin tot een werkstraf van 150 uur omdat hij „aanmerkelijk onoplettend” heeft gereden. Als hij Remco achter de auto had laten lopen, was dit niet gebeurd. Als beroepschauffeur handelde hij onjuist door de „gok” te nemen dat er niemand op het weggetje zou lopen. Martin vertrouwde er te veel op dat het wel goed zou gaan.