De draad kwijt in het asieldebat? Dit zijn de feiten

Voor wie graag de belangrijkste feiten op een rijtje heeft: dertig vragen en antwoorden over asielzoekers, asielcentra en asielbeleid in Nederland.

Tentenkamp Heumensoord, de tijdelijke noodopvang van het COA. ANP / Robin Utrecht

Vluchtelingen beheersen al een half jaar het Nederlands nieuws. De ene keer gaat het over incidenten rond azc’s, de andere keer over eigen bijdragen die vluchtelingen moeten betalen, weer een andere keer over de kansen van asielzoekers op de arbeidsmarkt. Voor wie de draad kwijt is, maar wel graag de belangrijkste feiten op een rijtje heeft, hieronder dertig vragen en antwoorden over asielzoekers, asielcentra en asielbeleid in Nederland.

Mis je vragen of heb je aanmerkingen op de antwoorden? Mail naar vragenoverasiel@nrc.nl. De lijst wordt regelmatig geactualiseerd.

Inhoudsopgave

1. Hoeveel asielzoekers komen er naar Nederland?
2. Is dat veel vergeleken met andere EU-landen?
3. Is dat veel vergeleken met het verleden?
4. Wil de overheid het aantal asielzoekers beperken?
5. Uit welke landen komen de asielzoekers?
6. Welke kenmerken hebben de asielzoekers (leeftijd, opleiding, alleenstaand of gezin?)
7. Wie maakt kans hier te blijven, wie moet terug?
8. Gaan degenen die terug moeten, daadwerkelijk terug?
9. En degenen die mogen blijven, gaan die ooit terug?
10. Maken degenen die blijven, kans op werk?
11. Hoe ziet de asielprocedure er uit?
12. Wanneer mag men werken?
13. Betalen asielzoekers voor hun verblijf in een Nederlands opvangcentrum?
14. Wie heeft recht op onderwijs?
15. Hoeveel familieleden van de toegelaten asielzoekers komen over naar Nederland?
16. Krijgen die allemaal een sociale huurwoning?
17. Waarom lukt het niet om goede huisvesting voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning te regelen?
18. Hoe groot zijn de meeste azc’s?
19. Zijn de opvanglocaties en azc’s eerlijk verspreid over het land?
20. Hoeveel kost een asielzoeker eigenlijk?
21. Hoe zit het met de gezondheid van asielzoekers?
22. Wat is er bekend over het leven binnen het azc?
23. Hoe worden binnen het azc de Nederlandse normen en waarden bijgebracht?
24. Wat is er bekend over (gewelds)incidenten op en rond azc’s?
25. Hoe gaat het lokaal bestuur om met incidenten binnen azc’s?
26. Wat gebeurt er met criminele asielzoekers?
27. Zitten er terroristen onder de asielzoekers?
28. Klopt het beeld (in de media) dat het verzet binnen de burgerij tegen de vestiging van azc’s groeit?
29. Wat veroorzaakt de protesten die herhaaldelijk op televisie te zien zijn?
30. Heeft de Nederlandse overheid het vluchtelingenprobleem onder controle?

1. Hoeveel asielzoekers komen er naar Nederland?

In 2015 deden ongeveer 57.000 mensen een eerste asiel aanvraag. Daarvan kwamen bijna 14.000 asielzoekers een familielid achterna in het kader van gezinshereniging. Daarnaast deden ongeveer 2. 000 mensen in 2015 een tweede aanvraag, zo blijkt uit cijfers van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). Voor heel 2016 variëren de prognoses van het kabinet en ambtenaren van ongeveer 60.000 tot 94.000 vluchtelingen die in Nederland asiel willen aanvragen.

2. Is dat veel vergeleken met andere EU-landen?

Binnen de Europese Unie is Nederland tot nu toe een middenmoter. Het vangt meer vluchtelingen op dan landen als Slowakije en Polen, maar minder dan Duitsland en Zweden. In Duitsland vroegen in 2015 476.649 mensen asiel aan (2014: 166.800). Voor een land met 80,8 miljoen inwoners komt dat neer op 5.900 asielzoekers per miljoen inwoners. Gemeten naar die maatstaf vangen vooral Zweden (16.980 asielzoekers per miljoen inwoners) en Oostenrijk (10.623), maar ook Noorwegen (6.107) meer asielzoekers op dan Duitsland. Nederland (bijna 17 miljoen inwoners) telt 3.518 asielzoekers per miljoen inwoners. Daarmee loopt het binnen de EU iets voor op Denemarken en België.

Lees ook over de vluchtelingencrisis in Europa: Dit is wat je moet weten om de vluchtelingencrisis te begrijpen

Klik op de kaart voor een interactieve grafiek bij weblog TakePart van de vluchtelingenstroom tussen 2012 en september 2015 per land in Europa:
Screen-Shot-2015-10-30-at-2.00.39-PM2-1080x675

3. Is dat veel vergeleken met het verleden?

Wel als het gaat om de stroom die het land binnenkomt. Het totale aantal asielzoekers in 2015 (ongeveer 59.000) is een verdubbeling van het aantal mensen dat zich in 2014 meldde: 29.890. Nooit eerder kwamen er sinds de jaren negentig in een jaar zoveel asielzoekers naar Nederland. Destijds werd de vluchtelingenstroom (52.575 asielzoekers in 1994) vooral gevoed door de oorlogen in het voormalige Joegoslavië en Afghanistan.

Waar het gaat om het aantal mensen dat in azc’s verblijft, waren pieken in het verleden juist hoger. Topjaar qua opvang was 2001, toen er 83.801 mensen in azc’s zaten; het hoogtepunt van een stijgende trend die in 1996 was begonnen. Daarentegen zaten eind januari 2016 ‘slechts’ 47.265 asielzoekers in opvangcentra. Dit laatste aantal zal overigens zeker stijgen gezien de voortgaande asielstroom.

Een ander verschil met de jaren negentig is het tempo waarmee de asielzoekers binnenkomen. Pieken van 1.800 per week in november vorig jaar werden twintig jaar geleden niet gehaald. De asielinstroom ging toen veelal geleidelijker. In januari van dit jaar daalde de instroom naar ongeveer 800 asielzoekers per week. Mogelijk groeit die weer als de lente begint.
020216asiel2

4. Wil de overheid het aantal asielzoekers beperken?

Ja, maar (nog) niet door een plafond in te stellen zoals bijvoorbeeld Oostenrijk doet. De Nederlandse regering ontmoedigt de komst van asielzoekers liever, en probeert via Europese afspraken de toestroom te beperken. Voorbeeld van het ontmoedigingsbeleid is de brief die staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD, Veiligheid en Justitie) 19 oktober vorig jaar aan alle inwoners van asielzoekerscentra in Nederland stuurde. Daarin waarschuwde hij voor sobere voorzieningen, lange wachttijden en lange procedures voor gezinshereniging. Het kabinet hecht verder aan de uitvoering van de EU-afspraken om via een bepaalde verdeelsleutel asielzoekers over de 24 EU-lidstaten te verspreiden. Daarmee kan de druk op Nederland worden verlicht. Ook moet Turkije meer doen aan het tegenhouden van asielzoekers die de oversteek naar Europa maken.

5. Uit welke landen komen de asielzoekers?

Bijna de helft (47 procent) van de vluchtelingen komt uit Syrië, 17 procent uit Eritrea en 6 procent uit Irak. De laatste cijfers lieten ook een groeiende instroom uit Albanië en in mindere mate Servië zien. Dit is mogelijk een reactie op Duitse maatregelen om asielzoekers uit de Balkan sneller uit te wijzen. Marokkanen en Tunesiërs die een groeiende groep asielaanvragers in Duitsland vormen, hebben zich volgens de IND (nog) niet in Nederland gemeld. Dat kan veranderen als de Noord-Afrikanen uit Duitsland worden geweerd.

Opvallend is verder de substantiële groei van het aantal staatlozen zonder paspoort (bijna 5.000 in heel 2015 en daarmee bijna tien procent van het geheel). Familieleden van staatlozen vormden, na Syriërs, in 2015 zelfs de grootste groep mensen die in het kader van gezinshereniging Nederland binnen mocht komen.

Staatlozen hebben geen paspoort omdat hun land is opgehouden te bestaan (zoals Joegoslavië in de jaren negentig) of omdat ze als lid van een minderheid in hun land zo hard worden onderdrukt dat ze geen paspoort mogen hebben (in Birma bijvoorbeeld). Volgens de IND gaat het bij de huidige groep staatlozen vooral om Palestijnse Syriërs die van oudsher minder rechten in Syrië hebben. Vluchtelingen die hun paspoort hebben verloren of weggegooid, proberen soms ook het label staatloos te krijgen om daarmee meer kans te maken op asiel. Bij hen wordt via uitgebreide interviews en dialectanalyses door de IND nagegaan of hun verhaal wel klopt.

6. Welke kenmerken hebben de asielzoekers (leeftijd, opleiding, alleenstaand of gezin?)

De asielzoekers zijn vaak twintigers en matig opgeleid. De verhouding tussen gezinnen en alleenstaanden is fifty-fifty, aldus het COA. Dat wil zeggen dat er evenveel alleenstaanden zijn als mensen die tot een gezin behoren. De alleenstaanden zijn merendeels mannen. Volgens cijfers van het COA (per 25-1-2016) is veruit de grootste groep 18 tot en met 29 jaar oud (ongeveer 18.000). Daarna komen de groepen in de leeftijd van 30-39 jaar (ongeveer 10.000) en 12-17 jaar (rond de 5.000). Er zijn ongeveer 10.000 minderjarige asielzoekers in de centra.

Over het opleidingsniveau meldde COA-directeur Gerard Bakker vorig jaar in NRC dat ongeveer een derde van de asielzoekers hoogopgeleid is (WO, HBO), een derde middelbaar opgeleid (MBO) en een derde laagopgeleid. In de praktijk blijkt deze driedeling echter moeilijk hanteerbaar. Onderwijsorganisaties die buitenlanders hulp bieden (zoals Spark) merken dat de hoger opgeleide asielzoekers het vaak moeilijker hebben dan Nederlandse hoger opgeleiden. Velen haalden de taaltest Engels niet of zakten voor de Graduate Management Admission Test (GMAT), voor elementaire wiskundige en analytische vaardigheden.

7. Wie maakt kans hier te blijven, wie moet terug?

Nu zijn het vooral de Syriërs, Irak, Eritreeërs, Afghanen en een deel van de staatlozen die mogen blijven. Opgeteld zijn dat ongeveer 40.000 mensen uit de groep van bijna 60.000 mensen die in 2015 asiel zocht. Mensen uit de Balkan en veilige delen van Afrika krijgen geen asielstatus. Op 29 januari 2016 kondigde het kabinet aan dat Nederland Albanezen versneld via lijnvluchten gaat uitzetten. Albanië werkt daaraan mee.

Er zijn vier gronden voor recht op asiel. Wie in het land van herkomst persoonlijke vervolging te vrezen heeft vanwege bijvoorbeeld ras, godsdienst of politieke voorkeur, heeft er recht op. Hetzelfde geldt voor onmenselijke of vernederende behandeling in het eigen land. Ook iemand die slachtoffer dreigt te worden van willekeurig geweld door een gewapend conflict, maakt kans op asiel. Een vierde asielgrond is als de partner, vader of moeder een verblijfsvergunning in Nederland heeft gekregen.

De vluchtelingencrisis uitgelegd in zes minuten:

8. Gaan degenen die terug moeten, daadwerkelijk terug?

Lang niet allemaal. In het eerste halfjaar van 2015 zijn 4.320 vreemdelingen aantoonbaar vertrokken. Ruim de helft van hen is onder dwang vertrokken, onder begeleiding van de marechaussee. Deze ‘vreemdelingen’, zoals ze in de statistiek heten, zijn niet alleen recent uitgeprocedeerde asielzoekers maar bijvoorbeeld ook mensen die al langere tijd illegaal in Nederland zijn gebleven, maar nu toch terug moeten.

Bekijk een reportage van EenVandaag over terugkerende vreemdelingen:

In datzelfde halfjaar lukte het bij 3.800 vreemdelingen niet om ze aantoonbaar te laten vertrekken. Zij zijn volgens de statistieken ‘vertrokken zonder toezicht’. In de praktijk blijven zij vaak in Nederland, waar ze verdwijnen in de illegaliteit.In 2013 waren er ongeveer 35.000 illegalen, schatte het WODC, het studiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

9. En degenen die mogen blijven, gaan die uiteindelijk ooit terug?

Dat ligt er een beetje aan uit welk land ze ooit kwamen, hoe het inmiddels met dat land gaat, en hoe oud de toegelaten asielzoekers zijn. Joegoslaven bijvoorbeeld die de burgeroorlog in de jaren negentig ontvluchten, gingen vaker terug dan Afghanen. Er wonen inmiddels 44.000 Afghanen in Nederland, een van de grootste Afghaanse gemeenschappen in Europa. De remigranten zijn vaak jong tussen de 20 en 45: mensen die veel energie hebben en toekomst zien in een bestaan elders, zo wees onderzoek van Regioplan uit 2010 (pdf) uit.

10. Maken degenen die blijven, kans op werk?

Die kans is vooralsnog niet groot, blijkt uit onderzoek naar de werkloosheid onder mensen die eerder naar Nederland kwamen. Uit recent onderzoek dat het SCP, de WRR en het WODC onlangs publiceerden, bleek dat maar een derde van diegenen die vanaf 1995 naar Nederland kwamen, een fulltime baan heeft.

In het onderzoek werden vijftien jaar lang 33.000 vluchtelingen gevolgd. Van hen kwam 23 procent uit Irak, 19 procent uit Afghanistan, 18 procent was voormalig Joegoslaaf, 10 procent Iraniër, 3 procent Somaliër en 19 procent kwam elders uit Afrika. Een op de drie onderzochte vluchtelingen van toen heeft nu een baan van meer dan 30 uur per week.

11. Hoe ziet de asielprocedure er uit?

De asielzoeker meldt zich in een aanmeldcentrum, de bekendste is in Ter Apel. Daar wordt zijn of haar identiteit, nationaliteit en reisroute vastgesteld. Vervolgens gaat de vluchteling naar noodopvanglocaties tot de asielprocedure begint. Dit kan een aantal maanden duren. In de asielprocedure zelf moet de asielzoeker zijn verhaal doen tegenover een IND-medewerker die bekend is met de situatie in het thuisland. Hij beoordeelt of het verhaal geloofwaardig is en of de asielzoeker recht heeft op een verblijfsvergunning. Zo niet, dan kan de asielzoeker nog in beroep bij de rechtbank en vervolgens de Raad van State. Het streven is de asielzoeker binnen maximaal een half jaar na zijn binnenkomst duidelijkheid te geven. Dat streven wordt vaak niet gehaald, onder meer doordat de identificatie van binnenkomende vluchtelingen na de aanslagen in Parijs zijn geïntensiveerd (zie vraag 27).

12. Wanneer mag men werken?

Indien men toegelaten is als asielzoeker, of na een half jaar in de procedure te hebben gezeten. In dat laatste geval is wel een tewerkstellingsvergunning van het COA nodig. Werkende asielzoekers zijn het COA een eigen bijdrage verschuldigd voor de kosten van de opvang en de uitkering die zij maandelijks ontvangen om van te kunnen leven. Ze mogen de eerste 25 procent van hun inkomsten houden, met een maximum van 185 euro per maand.

13. Betalen asielzoekers voor hun verblijf in een Nederlands opvangcentrum?

Twee verschillende groepen wel. Werkende asielzoekers mogen alleen de eerste 25 procent van hun inkomsten houden, de rest moeten ze afstaan voor hun opvang. Ook vermogende asielzoekers betalen mee. Dat wil zeggen: de voorschotten die ze hebben gekregen voor onderdak en voedsel worden bij hen teruggevorderd. Voor hen gelden dezelfde regels als voor iemand met een bijstandsuitkering.

De regelingen omtrent voorschotten en terugbetaling zijn uiterst gedetailleerd voor verschillende groepen asielzoekers. Elsevier berekende in december dat een alleenstaande, vermogende asielzoeker 196 euro per maand moet terugbetalen voor onderdak. Als de asielzoeker daarnaast ook geld krijgt voor het zelf verzorgen van maaltijden, komt er nog eens ruim 190 euro per maand bovenop. Voor een alleenstaande asielzoeker is de vermogensgrens 5.895 euro, voor een echtpaar en voor een alleenstaande ouder is de grens 11.790 euro. Onder vermogen wordt eigen geld verstaan (contanten, direct beschikbare tegoeden), niet een duur horloge, laptop of telefoon.

In 2013 werd 177.000 euro teruggevorderd door het COA van asielzoekers, en in 2014 178.000 euro. Voor 2015 staat de teller op 137.000 euro. De afrekening over vorig jaar is nog niet klaar.

ANP / Jerry Lampen

Heumensoord. ANP / Jerry Lampen

14. Wie heeft recht op onderwijs?

De Nederlandse leerplicht geldt ook voor asielkinderen. Dat betekent dat ze van hun vijfde tot achttiende jaar naar school moeten. Ouders kunnen hun kind echter al vanaf diens vierde levensjaar aanmelden. En volgens mensenrechtenverdragen zouden kinderen 72 uur na aankomst in Nederland al onderwijs moeten krijgen. Dat lukt echter lang niet altijd. Zeker gezien de snelle en grote toestroom vorig najaar kwam het onderwijs aan asielkinderen maar moeizaam op gang. Kinderen moeten daarvoor worden verspreid over scholen in de buurt. Soms in grote asielcentra, zijn er scholen binnen het azc zelf, zoals in Heumensoord bij Nijmegen. Het heen en weer slepen van kinderen tussen diverse centra beïnvloedt de schoolprestaties negatief.

ANP / Robin van Lonkhuijsen

Asielkinderen tijdens hun eerste schooldag De school biedt primair en voortgezet onderwijs voor de 565 kinderen van vluchtelingen die verblijven in de opvanglocatie van het COA. ANP / Robin van Lonkhuijsen

15. Hoeveel familieleden van de toegelaten asielzoekers komen over naar Nederland?

Hun aantal is de laatste jaren gestegen en zal dat hoogstwaarschijnlijk blijven doen. Gezinshereniging wordt namelijk bepaald door de ontwikkeling in de vluchtelingenstroom zelf. In 2013 kwamen ongeveer 4.000 over in het kader van gezinshereniging, in 2014 6.000 en in 2015 bijna 14.000 familieleden. Ongeveer de helft daarvan was afkomstig uit Syrië, aldus cijfers van de IND. Voor 2016 verwacht de IND 25.600 nareizigers, een (voorlopig) record.

16. Krijgen die allemaal een sociale huurwoning?

Tot voor kort wel. Probleem is dat die er lang niet altijd zijn. Een groot deel van de gemeenten loopt sterk achter met het huisvesten van statushouders. Alleen in Overijssel gaat het goed. Containerachtige woningen en omgebouwde kantoorpanden worden het alternatief voor de eensgezinswoning.

17. Waarom lukt het niet om goede huisvesting voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning te regelen?

Omdat er al voor de toename van het aantal asielzoekers wachtlijsten waren voor sociale huurwoningen. Woningbouwcorporaties hebben de laatste jaren veel van hun sociale huurvoorraad verkocht. De toename van de vluchtelingenstroom heeft het probleem verergerd. Vluchtelingen komen vrijwel altijd in een sociale huurwoning terecht, omdat ze nog geen eigen inkomen hebben. Probleem is ook dat de gemeente vaak geen eigen grond bezit, dat ze zou kunnen gebruiken voor de bouw van woningen. Het verbouwen van kantoren tot woningen, een andere optie, kost tijd (en geld).

Ten slotte staat een andere, nieuwe maatregel een snelle oplossing van dit probleem in de weg. Op aandringen van de Tweede Kamer heeft minister Blok op 1 februari een wetsvoorstel gepubliceerd dat een eind moet maken aan de automatische voorrangspositie voor vluchtelingen op de sociale huurmarkt. Gemeenten moeten dat straks zelf kunnen bepalen. Uit COA-cijfers bleek dat ongeveer 15.000 statushouders nog ten onrechte in azc’s zitten; die hadden moeten doorstromen naar een huurwoning in een gemeente.

18. Hoe groot zijn de meeste azc’s?

Ongeveer de helft van de honderdtien azc’s en opvanglocaties heeft een opvangcapaciteit voor maximaal vijfhonderd asielzoekers. Bijna een derde (ongeveer veertig) van de pakweg 110 azc’s en noodopvanglocaties kent een omvang van tussen de 500 en 1.000 bewoners. Een tiental heeft capaciteit van 1.000 en meer, zoals in Heumensoord bij Nijmegen. Het COA zegt in een azc van ongeveer 500 asielzoekers alle basisvoorzieningen (onderwijs, zorg, integratie, ondersteuning) te kunnen garanderen.

181215bin_opvang1000rh

19. Zijn de opvanglocaties en azc’s eerlijk verspreid over het land?

Grosso modo wel, volgens onderzoek van RTL Nieuws. De opvangcentra die in oktober 2015 werden gebruikt, stonden in ongeveer evenveel rijke als arme wijken. Dat bleek uit een analyse op basis van de postcodes van de opvanglocaties. Van de (toen nog) 74 opvanglocaties bleek dat 16 ervan in de rijkste buurten staan en 16 in de armste buurten. 17 andere opvanglocaties staan in buurten die iets rijker zijn dan gemiddeld, terwijl 21 locaties staan in buurten die juist iets armer zijn dan gemiddeld.

Foto Remko de Waal / ANP

Hier, in natuurgebied Heumensoord, staat nu de grootste opvang van het land. Er is plek voor 3.000 asielzoekers. Foto Remko de Waal / ANP

20. Hoeveel kost een asielzoeker eigenlijk?

In algemene zin is die vraag heel moeilijk te beantwoorden, schreef nrc.next 15 oktober 2015. Voor verschillende categorieën asielzoekers (jong, oud, korte of lange asielprocedure) worden verschillende kosten gemaakt. Toch deden we een poging. We kwamen uit op maximaal 44.000 euro per asielzoeker (een minderjarige die een vergunning krijgt en naar het voortgezet onderwijs gaat.) Een meerderjarige die een vergunning krijgt zonder in beroep te gaan, kost ongeveer 28.000 euro.
Het gaat om kosten voor juridische bijstand, voor opvang, onderwijs en gezondheidszorg tijdens de asielprocedeure. Zorgverzekeraar Menzis, die de afhandeling van de ziektekosten van alle asielzoekers regelt, schatte die zorgkosten eind vorig jaar grofweg op 120 miljoen euro voor 2015; bijna een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder.
Minister Dijsselbloem (PvdA, Financiën) zei in oktober 2015 dat het kabinet ongeveer 1 miljard euro kwijt is aan opvang en huisvesting van asielzoekers in 2015.

Het eten in een opvang in Assen voor alleenstaande mannen (verzorgd door cateraar Bos & Bos):

21. Hoe zit het met de gezondheid van asielzoekers?

Asielzoekers hebben een hogere kans op zwangerschappen, abortussen, bepaalde chronische ziekten zoals diabetes en psychische problemen dan andere inwoners van Nederland. Dat bleek in 2014 uit promotieonderzoek van Simone Goosen (AMC) en onderzoek van Medische Opvang Asielzoekers. Bij asielzoekers komen tienerzwangerschappen relatief vaak voor. Daarnaast kiezen vrouwen die kort na aankomst in Nederland zwanger worden, vaker dan andere vrouwen in Nederland, voor een abortus. GGD Nederland rapporteerde een abortuscijfer dat vier keer zo hoog lag als bij Nederlandse vrouwen.

Uit de onderzoeken voor het proefschrift blijkt verder dat kinderen die frequent worden overgeplaatst naar anders azc’s vaker kampen met psychische of gedragsproblemen. Dat geldt ook voor kinderen van moeders die geweld hebben meegemaakt, een posttraumatische stressstoornis of een depressie hebben. Volwassen asielzoekers hebben verder een twee keer zo hoge kans op diabetes als gemiddeld in Nederland, aldus het onderzoek van Goosen.

22. Wat is er bekend over het leven binnen het azc?

Veel. Een grote groep asielzoekers heeft in de loop der tijd haar ervaringen op schrift gesteld, zich laten interviewen of boeken geschreven. Thema’s die steeds weer opduiken zijn: dankbaarheid voor de geboden rust en veiligheid, het lange wachten en de daaraan verbonden verveling en irritatie, het gebrek aan privacy, de soms bureaucratische handelwijze van IND en COA-ambtenaren en het gebrek aan contact met de Nederlandse samenleving. Ook zijn er regelmatig spanningen tussen diverse groepen zoals moslims en christenen. Voor bewoners van azc’s die in gevangenisgebouwen zitten met medewerkers die uit het gevangeniswezen komen, komen er nog eens extra ergernissen bij.

23. Hoe worden binnen het azc de Nederlandse normen en waarden bijgebracht?

Op verschillende manieren. Allereerst hanteert het COA een set huisregels voor het leven in azc’s. Die vertonen veel overeenkomsten met algemene leefregels in de Nederlandse samenleving. Het gaat om omgangsvormen onderling, het schoon en leefbaar houden van de leefruimtes, bezoekregelingen, wapens en drugsbezit, en aansprakelijkheid. Verder kondigde minister Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken) in oktober 2015 aan dat gemeenten bij zijn ministerie exemplaren van de Nederlandse grondwet konden bestellen. Die konden ze uitdelen in de azc’s. Er waren zowel exemplaren in het Nederlands als in het Arabisch. Tot nu toe hebben slechts enkele gemeenten exemplaren besteld. Ten slotte gaat het kabinet de voorlichting aan asielzoekers over homo’s, homorechten en de omgang met homo’s opvoeren. Dit in reactie op diverse incidenten binnen azc’s waarbij homo’s werden belaagd door andere vluchtelingen.

24. Wat is er bekend over (gewelds)incidenten op en rond azc’s?

Volgens politiehoofd Max Daniel moet de politie “vijf tot tien keer per dag” uitrukken voor een incident in of rondom een azc, zei hij in november 2015 tegen het AD. De politie kan deze hoeveelheid incidenten qua mankracht goed aan. Daniel:

“Per regionale politie-eenheid gaat het gemiddeld om één incident per dag. De kleinste eenheid heeft 4000 agenten. Het is dus niet zo dat we overvraagd worden.”

Het zou vooral gaan om vechtpartijtjes tussen jongeren binnen de azc’s. Vaak zijn er meisjes en/of drank in het spel, zei de politiecommandant. “In veel gevallen staan Syrische jongeren tegenover Eritreërs.” Verder zijn er soms botsingen tussen islamitische en christelijke asielzoekers. Een minderheid van de gevallen betreft bekladdingen van azc’s door tegenstanders van de vluchtelingenopvang.

Daarnaast haalden diverse incidenten van aanrandingen en andere seksuele aard de publiciteit. Op diverse plekken in het land werden homoseksuele vluchtelingen belaagd door medevluchtelingen (onder meer in de grote opvanglocaties Heumensoord in Nijmegen). In het centrum van Almere randde een groepje asielzoekers september vorig jaar op drie verschillende momenten vier meisjes aan. Twee van de inwoners van het azc in Almere worden hiervoor vervolgd.

Ten slotte zijn er “signalen van mensenhandel en mensensmokkel rond azc’s in Nederland”, aldus een woordvoerder van de Nationale Politie. De politie kondigde op 22 januari aan speciale interventieteams rond azc´s te gaan inzetten om te proberen mensensmokkelaars op heterdaad te betrappen.

Het overzicht van incidenten in en rond azc’s dat staatssecretaris Dijkhoff op 30 januari 2016 publiceerde, bevestigt grosso modo bovenstaand beeld. Volgens het overzicht rukte de politie 1.115 keer uit voor overlast, 377 keer voor mishandeling, 255 keer voor diefstal, 55 keer voor een zedenmisdrijf – vaak binnen het asielzoekerscentrum (azc). Opvallend getal in het overzicht dat Dijkhoff stuurde was dat van 369 gevallen van hongerstakingen, zelfverminking en pogingen tot zelfmoord in 2015.

25. Hoe gaat het lokaal bestuur om met incidenten binnen azc’s?

Wisselend. Over het algemeen bestaat er grote weerstand onder lokale bestuurders om incidenten, vergrijpen of strafbare handelingen van asielzoekers naar deze groep te herleiden. Dat verkleint het draagvlak voor een azc binnen een gemeente, en stigmatiseert asielzoekers, vrezen bestuurders.

Tegelijkertijd is een verschuiving en kentering in deze houding gaande. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om gemeenten met asielzoekers die worden verdacht van zedendelicten zoals in Almere en Amsterdam. De burgemeester van die laatste gemeente, Eberhard van der Laan, kondigde aan regelmatig overzichten van incidenten binnen azc’s te gaan publiceren. Het kabinet heeft inmiddels besloten hetzelfde voor het hele land te gaan doen. Bernt Schneiders, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, riep burgemeesters op tot meer openheid op incidenten in en rond azc’s.

Lees ook: Een interview met Jos van Wienen, burgemeester van Katwijk. ‘Incidenten asielzoekers apart melden stigmatiseert’
ANP

In november 2014 was er een grote vechtpartij in een asielzoekerscentrum in Overloon. ANP

26. Wat gebeurt er met criminele asielzoekers?

Na ernstige delicten wordt hun asielverzoek geweigerd. Voor de grootste groep asielzoekers lag de grens voor deze ernstige delicten op anderhalf jaar gevangenisstraf. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff verlaagt die grens binnenkort naar zes maanden. Een Europese asielrichtlijn schrijft voor dat landen pas asiel aan vluchtelingen mogen weigeren als zij veroordeeld zijn voor een “ernstig misdrijf” of als ze een gevaar zijn “voor de veiligheid” van het land.

Maar: vervolgens kunnen de asielzoekers vaak niet worden teruggestuurd. Volgens het mensenrechtenverdrag EVRM mag je een vluchteling niet terugsturen naar een land waar die zijn leven niet zeker is. Aangezien ze hun verblijfsrecht wel zijn verloren, belanden deze mensen vaak in de illegaliteit.

27. Zitten er terroristen onder de asielzoekers?

Daarvan is tot nu toe in Nederland niets gebleken. Wel toonde antiterreurdienst NCTV zich in zijn laatste dreigingsanalyse bezorgd over het feit dat Europese inlichtingendiensten niet goed zicht hebben op de grote vluchtelingenstromen. “Door de grote toestroom in de Schengenzone is het internationaal niet mogelijk alle personen nauwkeurig te identificeren en te screenen”, aldus de NCTV in november 2015. Na de aanslagen van 13 november in Parijs zijn registratie en identificatie van asielzoekers geïntensiveerd. Zo is de politie bij alle asielzoekers vingerafdrukken gaan afnemen. Alle nieuwkomers worden bij binnenkomst in Nederland gefouilleerd en hun bagage doorzocht. Ook worden vingerafdrukken afgenomen en mag de politie mobiele telefoons controleren. De afdeling ‘speciale zaken’ van de IND heeft “een aantal mensen in onderzoek genomen”, aldus de dienst.

28. Klopt het beeld (in de media) dat het verzet tegen de vestiging van azc’s groeit?

Uit onderzoek (december 2015, pdf) bleek dat een meerderheid van Nederlanders de komst van azc’s in hun gemeente accepteert. Vier op de tien Nederlanders (42 procent) vinden het sowieso acceptabel als er in hun gemeente een azc komt, bleek uit onderzoek van IResearch en de Universiteit Twente Nog eens drie op de tien (29%) vinden dit acceptabel, maar wel onder voorwaarden. Daarbij gaat het vaak om en zorgvuldige (inspraak) procedures en de omvang van het azc. Een op de vijf (21 procent) is hoe dan ook tegen de komst van een azc in hun gemeente.

Wel is de strijd van tegenstanders van azc’s aan het verharden. Diverse burgemeesters, wethouders en raadsleden kregen de laatste maanden doodsbedreigingen. Een wethouder ontving midden januari een kogelbrief, bij een huis van een Syrisch gezin in het NoordBrabantse Veen vloog een steen naar binnen; een politieauto ging in vlammen op. In het grootste deel van de gemeenten verloopt de vestiging van een opvanglocatie zonder rellen zoals in Geldermalsen of Heesch, maar vrijwel overal is stevige discussie. Ook wordt de omvang van een beoogd azc regelmatig naar beneden bijgesteld.

29. Wat veroorzaakt de protesten die herhaaldelijk op televisie te zien zijn?

Er waren felle protesten tegen plannen voor grote azc’s (groter dan 500 bewoners) in middelgrote of kleine gemeenten. Die worden er bij de lokale gemeenschap ook nog eens in korte tijd doorheen ‘gejast’, zo is het gevoel. Dat was bijvoorbeeld het geval in Geldermalsen. Daarnaast is er de angst voor de veiligheid in en rond een azc. Ook bestaat er vrees voor de komst van een nieuwe onderklasse die een groot beslag legt op bijvoorbeeld de sociale woningmarkt en andere collectieve voorzieningen. Tenslotte bestaan er al langer allerlei grieven in veel wijken en buurten tegenover het bestuur van een gemeente waar een azc komt. Het gaat dan bijvoorbeeld over achterblijvende investeringen in buurtfaciliteiten. De ingrijpende bezuinigingen sinds 2010 op bijvoorbeeld ouderenzorg, jeugdzorg en thuiszorg treffen vooral de lagere inkomensgroepen. De komst van een azc ontwikkelt zich mede daardoor tot kristallisatiepunt van onvredegevoelens. De PVV in de Tweede Kamer (#kominverzet), en de krachtige werking van sociale media als Facebook, jagen het protest verder aan.

Hoe vaak wordt op social media over asielzoekers gesproken? En hoe is het sentiment? Hoe negatiever het getal, hoe negatiever de teneur.

30. Heeft de Nederlandse overheid het vluchtelingenprobleem onder controle?

Ja en nee.
Ja, in de zin dat enkele belangrijke doelen van het overheidsbeleid worden gehaald. Daarbij gaat het om het voorkomen dat asielzoekers zonder dak boven hun hoofd, door het land gaan zwerven, op straat moeten slapen. Ook is het beruchte ‘gesleep met vluchtelingen’ van sporthal naar sporthal is ten einde gekomen. Duizenden vrijwilligers van Rode Kruis, Vluchtelingenwerk, kerken en andere organisaties hielpen sporthallen het tweede half jaar in 2015 omtoveren tot tijdelijke opvangplekken. Het COA kondigde eind januari aan dat deze crisisopvang niet meer nodig is: op 1 februari werd de laatste crisisopvang - die in Zwijndrecht - gesloten.
Het huisvestingsprobleem voor statushouders blijft wel hardnekkig (zie vraag 17); 15.000 asielzoekers met een verblijfsvergunning (een derde van het totaal aantal azc-bewoners) houden binnen asielzoekerscentra de plaatsen voor binnenkomende vluchtelingen bezet. Ook lopen de meeste provincies achter bij het realiseren van 2500 extra opvangplekken per provincie. Die moeten op 1 februari beschikbaar zijn.

Nee, in de zin dat uiterst onzeker is of de aanpak die het kabinet heeft gekozen bij de beperking van de stroom vluchtelingen, gaat werken. Die berust vooralsnog op het centraal verdelen van de asielzoekers over Europa, en een afspraak met Turkije. Dat laatste land moet meer gaan doen om de vluchtelingenstroom naar Europa te stoppen. Een aantal EU-lidstaten, met name in het Oosten (Polen, Slowakije, Hongarije), wil echter niet meewerken aan de centrale verdeling. Mede daardoor blijft de druk van de vluchtelingenstroom op Nederland hoog. En Turkije werkt nog niet heel erg mee wat betreft het tegenhouden van vluchtelingen aan de grenzen met Europa.

Op 28 januari 2016 lanceerde PvdA-leider Diederik Samsom een aanvullend plan. Dat zou via het EU-voorzitterschap dat Nederland sinds begin januari bekleedt, moeten worden gerealiseerd. Volgens het plan wordt iedereen die vanuit Turkije naar Griekenland zonder pardon terug vervoerd naar Turkije. Van daaruit mogen dan jaarlijks tussen de 150.000 en 250.000 vluchtelingen legaal naar Europa komen. Nederland zou daarvan twintig à dertigduizend vluchtelingen opvangen. Ook dit plan vergt de medewerking van Turkije, net als van de EU.

Deze vragenlijst wordt regelmatig geactualiseerd. Mis je vragen of heb je aanmerkingen op de antwoorden? Mail naar vragenoverasiel@nrc.nl Laatst bijgewerkt: 2 februari 2016