De Vietnamese Beckham komt uit Geldrop

(32) uit Geldrop vertrok van Lutlommel VV naar Vietnam en kreeg daar een sterrenstatus als voetballer. Deze maand wordt hij officieel Vietnamees.

Danny van Bakel met zijn grootouders, die hem hebben opgevoed, en zijn Vietnamese vrouw My Nguyen. Deze foto is gemaakt in 2014, zijn opa is vorig jaar overleden. Foto Tom Bode/VI IMAGES

Danny van Bakel (32) uit Geldrop heet binnenkort Nguyen van Bakel. Hij kan ieder moment zijn Vietnamese paspoort krijgen. „Eerst zou ik drie voornamen krijgen: Nguyen Huu Long, maar dat kon ik zelf niet eens uitspreken”, vertelt hij aan de telefoon. De 1 meter 92 lange verdediger van topclub Thanh Hóa woont en werkt nu ruim vijf jaar in Vietnam en krijgt nu bijna een paspoort van de socialistische republiek. „De bestuurders van de club moesten wel wat geld onder de tafel doorschuiven”, vertelt hij, zo gaat dat nu eenmaal in Vietnam. Allemaal voor één doel: dat Danny kan uitkomen voor het Vietnamese elftal. Vietnamese journalisten en analisten hebben voor hem gelobbyd in de kranten, zijn medespelers hoopten erop en ook de bondscoach heeft gezegd dat hij de fysiek imposante verdediger graag als Vietnamees in het nationale elftal wil. Danny van Bakel uit Geldrop is Big in Vietnam.

Terug naar 2006, terug naar Brabant. Nadat hij net niet was doorgebroken bij Helmond Sport, deed Danny een stapje terug. Of eigenlijk drie stapjes terug, hij ging spelen voor Dijkse Boys, een Helmondse amateurclub in de Tweede Klasse. Leuke tijd, twee keer in de week trainen en veel gezelligheid. „Dijkse Boys was een bijzondere club,” vertelt Danny, zijn accent verraadt zijn Brabantse afkomst. „Spelers die om disciplinaire redenen waren weggestuurd bij clubs als NAC Breda kwamen vaak bij ons spelen.”

Maar een profcarrière was verder weg dan ooit. „Spelen voor PSV, daar droomde ik van. Veel verdienen, zodat ik wat terug kon doen voor mijn grootouders.”

Danny’s ouders waren al uit elkaar voordat hij geboren werd. Zijn vader kent hij alleen van naam, met zijn moeder heeft hij geen contact. Hij is opgevoed door zijn grootouders.„Mijn opa repareerde tv’s en radio’s vanuit zijn schuur. Daar was steeds minder geld in te verdienen. Ik wilde profvoetballer worden en ze met dat salaris helpen.”

Die droom raakte nog verder uit beeld toen Dijkse Boys zich in 2010 moest terugtrekken uit de competitie. Van Bakel ging bij Lutlommel VV spelen, een vierdeklasser in België. En toen kwam ineens die kans: een stage in Vietnam. „Een bevriende speler had dat eerder gedaan. Hij zei dat het echt wat voor mij was. Ze zochten daar fysiek sterke verdedigers.” Via een Nederlandse spelersmakelaar in Vietnam kon hij terecht bij Bình Duong, het Manchester United van Vietnam zoals Van Bakel de club omschrijft. „Ik twijfelde heel erg. Ik kende Vietnam alleen van de loempia’s en Tour of Duty. En zo’n stage moest je zelf betalen. Toch deed ik het, het was een impuls. Ik liep langs het reisbureau en kocht gewoon een retourticket. Ik zou twee weken in Vietnam zijn.”

Anderen bouwen af in Vietnam

In Saigon aangekomen ging Danny naar een hotel waar andere stagespelers zaten. Spelers met échte profcarrières die wilden afbouwen in Vietnam. Waar de grote sterren afbouwen in de Verenigde Staten of het Midden-Oosten, gaan andere voetballers in de herfst van hun carrière naar landen als Vietnam. Lekker warm en je verdient er meer dan in Europa. De stagiairs lieten van elkaar actiefoto’s zien in grote stadions. Danny speelde op Sportpark Berkendonk in Helmond, de foto’s hield hij maar even voor zichzelf. „Vanuit Saigon gingen we met alle stagiairs naar Thu Dau Mot, een stadje op 25 kilometer van Saigon. En hoe langer we onderweg waren hoe slechter het werd. Viezer, armer, op gegeven moment was er ook geen verharde weg meer.” Later op de training schopte Danny de teleurstelling van zich af: slidings, tackles. Het mocht allemaal wat tegenvallen, hij wilde laten zien dat hij die fysiek sterke verdediger was die de club nodig had.

De club wilde dat de stagiairs op het trainingscomplex bleven slapen. Danny kreeg een klein kamertje vol levende en dode insecten. De keuken was zo mogelijk nog viezer „Echt, in een Nederlandse gevangenis heb je het beter. Verdomme, dit wordt niets, dacht ik.” De dag erna nam hij zonder zich af te melden de taxi terug naar Saigon. „Dit trok ik echt niet. Ik nam me voor om de rest van de tijd als vakantie te zien.”

Toen nam de clubleiding van Bình Duong contact op. Waar die Nederlandse verdediger was gebleven, wilden ze weten, want die beviel wel. Danny ging akkoord met een extra oefenwedstrijd en later met een contract, onder voorwaarde dat hij niet meer op het trainingscomplex hoefde te slapen.

Hij ging op zijn 27ste naar Vietnam om zijn jeugddroom uit te laten komen, maar de eerste maanden waren een nachtmerrie. Het eten beviel ’m niet („diarree”), de hitte viel hem zwaar en hij moest erg wennen aan de Vietnamezen. „Tijdens één van de eerste wedstrijden coachte ik de middenvelder voor me. Maar hij luisterde niet, dus coachte ik hem wat luider. Toen werd hij boos en daarna werden alle Vietnamese spelers boos. Die jongen bleek de aanvoerder van de nationale ploeg te zijn, zo iemand moest ik met meer respect benaderen.”

Danny was eenzaam in Thu Dau Mot, de stad waar hij verbleef. „Vakanties bracht ik door in Nederland, met lood in de schoenen ging ik weer terug naar de club.”

Op een vrije dag zat Danny in een koffietent in Saigon toen zijn oog viel op een knap Vietnamees meisje aan een andere tafel. En haar oog viel op hem. Van Bakel vroeg zijn metgezel om een briefje in het Vietnamees te schrijven. Hij kreeg er eentje terug met haar telefoonnummer. Ze gingen naar de bioscoop en uit eten. My heette ze, My Nguyen. Hij had geen idee dat het leuke meisje uit dat koffietentje in Vietnam beroemd was als dj Myno. Ineens kreeg Danny een Beckham-achtige status. „De Vietnamese glamourbladen schreven over ons. Ik werd bekend als de nieuwe vriend van dj Myno.” Ook kledingmerken lieten hun oog op de Brabander vallen. Zo poseert Danny nu voor reclames in spijkerbroeken, met zijn donkerbruine haar gestyled en de tatoeages op borst en armen duidelijk zichtbaar.

My was voor hem de brug tussen de twee culturen. „Ze trad veel op in Europa en had een Westerse manier van denken. Daarom klikte het zo goed.”

Misschien wordt hij daar wel trainer

Danny van Bakel speelt inmiddels voor topclub Thanh Hóa, zijn derde club in Vietnam. De afgelopen paar seizoenen is hij verkozen tot beste verdediger van de Vietnamese competitie. In september 2014 werd zijn zoon geboren. Hij heeft er een leven opgebouwd, hij verdient hier meer dan hij in Nederland als voetballer had kunnen verdienen. Na zijn voetbalcarrière hoopt hij hier misschien trainer of spelersmakelaar te kunnen worden. „De Vietnamezen halen veel meer uit het leven. In Nederland werk je alleen maar en zie je hooguit in het weekend af en toe je vrienden. Hier leven de mensen veel meer samen.”

Toch is hij nog steeds een buitenstaander. „De Vietnamese spelers respecteren me nu wel, maar het gebeurt nooit dat zij mij thuis uitnodigen.”

Danny woont in de provinciestad Thanh Hóa, zijn vrouw en kind wonen 1.500 kilometer verderop in Saigon. Daar hebben ze een mooi appartement op de 37ste etage, in Thanh Hóa heeft hij zijn eigen appartement. „Ik baal ervan dat ik mijn zoon niet veel zie, dat ik hem niet heb zien leren lopen. Zeker omdat ik het anders wil doen dan mijn ouders, ik wil er wel zijn voor mijn kind.”

Toch verlengde hij afgelopen jaar zijn contract met drie jaar. „Ik zie deze jaren als een investering. Nu verdien ik geld voor de toekomst, zodat ik er over een paar jaar wel voor hem kan zijn. Zodat ik hem dan wel naar school kan brengen.” Danny wil nog het Vietnamese elftal halen. Maar ondanks de steun van de pers, medespelers en de bondscoach acht hij de kans klein. „De bond houdt het tegen. Het zou de identiteit van het Vietnamese elftal aantasten.” Voor zijn zoon hoopt hij dat het lukt. „Het zou mooi zijn dat ik ooit tegen hem kan zeggen dat zijn vader voor Vietnam is uitgekomen.”