Boeken vertalen in je zandbak in Beiroet

In Beiroet leidt een boekverkoopster een overbodig bestaan: ze heeft kelders vol klassiekers, maar niemand koopt iets . Haar rest niets anders dan vertalen en te fantaseren over betrouwbare landen.

Libanese vrouwen in Beiroet bij een portret van de in 2005 vermoorde oud-premier Hariri Foto AFP/Hassan Ammar

Voordat je een letter hebt gelezen, tref je op de eerste bladzijde een waarschuwing aan: ‘de protagoniste van deze roman gaat nogal prat op haar eruditie, hetgeen resulteert in ruim honderd citaten uit de wereldliteratuur’. Het is niet bepaald een zin die je voor het boek of voor de hoofdpersoon inneemt, en ook een nogal vreemde introductie op een roman. Het kan niet anders dan dat je hier te maken krijgt met een onsympathiek, betweterig personage.

Maar dat valt mee. De Libanees-Amerikaanse schilder en schrijver Rabih Alameddine (1959), die al verschillende succesvolle boeken op zijn naam heeft staan, schiep dit keer een ‘overbodige vrouw’, een oude dame die vroeger een boekhandel in Beiroet bestierde en zich haar leven lang wijdde aan het vertalen van de wereldliteratuur. Zonder overigens ooit één boek aan een uitgever te hebben aangeboden.

In haar kelder bevinden zich kratten vol manuscripten van haar Arabische vertalingen van Tolstoj, Calvino, Borges, Schulz, Nooteboom, Sebald en Kafka en tientallen anderen. Ieder jaar op 1 januari begon ze aan een nieuwe. Nooit heeft één ervan de weg naar een Arabische lezer gevonden: ‘literatuur is in de Arabische wereld niet in trek’. Nutteloos is haar werk, net als haar hele leven, daar is ze van overtuigd. Maar schreef Pessoa niet dat ‘de enige houding die een superieur mens past, koppig doorgaan [is] met iets waarvan hij inziet dat het geen nut heeft?’

Uitgehuwelijkt

De vertelster, Aalia Saleh, werd op haar zestiende uitgehuwelijkt. Ze is weduwe, heeft geen kinderen en houdt zo veel mogelijk afstand van haar familie – en ook van de rest van de wereld. Haar moeder heeft ze, tot woede van haar schoonzus, nooit in huis willen nemen, ondanks het feit dat haar woning daar ruim genoeg voor is. Als familieleden kwaad aankloppen aan haar deur, met moeder in hun kielzog, past ze er wel voor op open te doen.

Ze probeert haar jeugdvriendin te begrijpen, die zelfmoord pleegde, een vriend die haar voor de oorlog verliet, ze luistert naar de verhalen van haar huisgenoten, ‘de drie heksen’, die geen idee hebben van haar geheime literaire leven.

Ze denkt na over de conflicten in haar werelddeel. Ze houdt van mensen die ‘niet thuishoren in de dominante cultuur’, van ‘permanente vreemdelingen’, een omschrijving die niet alleen op haar geliefde schrijvers, maar ook naadloos op haarzelf van toepassing is.

Vrouwenleven

Zoals Khaled Kalifa, Mwanza Mujila en Mohamed Choukri deden voor Aleppo, Kinshasa en Tanger, zo laat Alameddine je en passant weten hoe een vrouwenleven in Beiroet eruit kan zien. Aalia’s geboorteland probeert ‘aan het eind van de jaren dertig’ nog altijd ‘zichzelf uit de veertiende eeuw los te weken’.

Hoe het is om in een betrouwbaar land te wonen, waar het licht aangaat als je de schakelaar aantikt, waar auto’s stoppen voor rood licht, waar de loodgieter verschijnt op het afgesproken tijdstip, weet ze alleen uit de boeken die ze vertaalde. ‘Wordt het leven dan ook voorspelbaar?’ vraagt ze zich af. ‘Vervelen de Duitsers zich niet bij die gründlichkeit?’ Beiroet kenmerkt zich immers door onvoorspelbaarheid, haar inwoners ‘huiveren van opwinding, van gevaar, en gaan gebukt onder grote frustratie’.

Aalia’s toon is ironisch, ontdaan van iedere pretentie, illusieloos, maar ook scherp en onbarmhartig. Beiroet houdt niet van een gescheiden, kinderloze vrouw, en al helemaal niet als literatuur haar ‘zandbak’ is. Heeft het door velen bezongen Beiroet ooit de zwakkere verwelkomd, de vluchteling opgenomen, de armen gevoed? Heeft het ooit enig zusterschap getoond?

Aalia is ervan doordrongen geraakt dat haar ‘kunstgedoe’ louter ‘dwaasheid’ is, dat het nergens toe dient. Vertalen helpt haar te leven, het doet de tijd rustiger voorbij stromen. Hier gaat niemand prat op eruditie, hier is literatuur de enige reddingsboei.