Akkoord als de ontknoping van een krimi

Frankrijk en Nederland presenteerden gisteren hun akkoord over de Rembrandts. Iedereen wilde wel op de foto met Maerten en Oopjen.

Fractieleiders Alexander Pechtold (D66) en Halbe Zijlstra (VVD) en minister Jet Bussemaker van Cultuur poseren in het Louvre bij de twee Rembrandt-portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit.
Fractieleiders Alexander Pechtold (D66) en Halbe Zijlstra (VVD) en minister Jet Bussemaker van Cultuur poseren in het Louvre bij de twee Rembrandt-portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Foto ANP/Bart Maat

De presentatie van het akkoord tussen Nederland en Frankrijk over de aanschaf van de twee huwelijksportretten van Rembrandt was als de ontknoping van een krimi. Aan het eind van maanden touwtrekken over eigendomsverhoudingen, restauratie en omgangsregeling verzamelden alle acteurs en figuranten uit de diplo-culturele soap zich maandag voor het slotstuk in één ruimte. Onder het genot van een glas champagne en een fine claire waren de in een gouden salon van het cultuurministerie in Parijs bijeengekomen politici, diplomaten, museumbestuurders, ambtenaren, geldschieters en kunstverkopers uiteindelijk allemaal content met de gemaakte afspraken.

We’ve got them!”, hoorden ze de Nederlandse minister van Cultuur Jet Bussemaker (PvdA) zeggen: „We hebben ze!” De manshoge doeken van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit hebben Nederland en Frankrijk „misschien voor eeuwig in de echt verbonden”. De samenwerking tussen beide landen „blijft onverbreekbaar en onvervreemdbaar tegelijk”, zei haar Franse collega Fleur Pellerin, die in de Franse kledingstijl van Oopjen een „lotsbestemming” zag. Ze sprak van „de beste traditie van Europese samenwerking”.

Maar de wens van Nederland om de doeken gemeenschappelijk te bezitten, bleek op Franse juridische hindernissen te stuiten. Nederland krijgt nu Maerten, Frankrijk Oopjen. Die keus had niet met de jurk of met kwalitatieve verschillen te maken, maar met wat verkoper Éric de Rothschild „operationele redenen” noemt. Zijn broer Robert, die in de VS woont, was op papier eigenaar van Maerten, terwijl Éric Oopjen had. Het was voor het Louvre belastingtechnisch voordeliger om van een Franse eigenaar te kopen. Het vrouwtje, zegt De Rothschild tijdens de borrel rond lunchtijd, is „niet per se het mooiste doek, maar Oopjen is van de twee het meest expressief”.

De verkoop vond plaats op initiatief van Robert omdat die geld nodig had om in de VS successierechten te betalen. Of de familie de verkoop aan twee landen de meest ideale vindt, laat Éric de Rothschild in het midden. „Deze oplossing is eerder geboren uit een afspraak tussen de ministeries dan tussen de musea”, zegt hij. „Ik wilde niet dat ze in Shanghai of in Mekka aan een muur zouden komen en niemand ze zou zien.”

Welk land welk doek heeft „maakt niet uit”, benadrukt Pellerin. „Ze blijven altijd samen, dat is afgesproken.” Ook in waarde is zo geen verschil, meent Sébastien Allard, directeur schilderkunst van het Louvre. Nederland en Frankrijk betalen beide 80 miljoen. „Die prijs geldt alleen als de doeken samen zijn.”

De schilderijen uit 1634 zullen na een opfrisbeurt in het Louvre (het verwijderen van „muggenpoepjes” noemt Rijks-directeur Wim Pijbes dat) begin maart tijdens een staatsbezoek in Frankrijk aan koning Willem-Alexander getoond worden. Na drie maanden Parijs gaan ze naar Nederland, waar ze voorafgaand aan de door het Rijkmuseum betaalde en uitgevoerde restauratie ook drie maanden te zien zijn.

Frankrijk was akkoord als ze eerst in Nederland te zien zouden zijn, zegt Taco Dibbits van het Rijksmuseum. Maar om de fragiele schilderijen niet te veel te verplaatsen is voor deze meer praktische oplossing gekozen. „In een goed huwelijk moet je niet te veel reizen”, zegt hij. „Alle afspraken staan in dienst van de schilderijen”, zegt Bussemaker tevreden.