Uitslag in dun bevolkt Iowa kan alles bepalen

Heeft Iowa maandagnacht een winnaar gekozen?

Iowa, de dunbevolkte landbouwstaat die als eerste voorverkiezingen houdt.
Iowa, de dunbevolkte landbouwstaat die als eerste voorverkiezingen houdt. Foto Joe Raedle/AFP

De kans dat een van de twee winnaars van de caucus in Iowa de 45ste president van de VS wordt, is 50 procent, leert de geschiedenis. Tien rondes met caucuses, buurtvergaderingen, zijn er geweest sinds 1976, het eerste jaar dat zowel de Democraten als de Republikeinen de verkiezingen in Iowa aftrapten. Wanneer de vier keer dat men in Iowa een zittend president opnieuw voordroeg, niet worden meegeteld, blijven er zes verkiezingsjaren over met een open race. Drie keer wezen de kiezers in Iowa een man aan die president zou worden. De Democraat Jimmy Carter in 1976, de Republikein George W. Bush in 2000 en de Democraat Barack Obama in 2008.

En heeft men in Iowa dit keer de juiste kandidaten aangewezen? De geschiedenis leert dat Democraten in Iowa een goede neus hebben voor toekomstige genomineerden van hun partij. Slechts twee keer zaten ze ernaast. In 1988 waren ze overtuigd van de kwaliteiten van Richard Gephardt: de nominatie ging naar Michael Dukakis. In 1992 kozen ze Tom Harkin. Bill Clinton, de latere president, kreeg 3 procent van de stemmen.

Eerst beet New Hamspire het spits af

Dát de caucuses van Iowa zo belangrijk werden, komt op het conto van Jimmy Carter. Hij was de eerste die zich in 1976 op Iowa stortte zoals nu alle kandidaten zich op Iowa storten. In 1968 waren er rellen geweest bij de Democratische conventie. Hierna besloot de partijtop de kiezers meer te betrekken bij de keuze van de kandidaat. Men besloot voor 1972 al eind januari in Iowa een caucus te organiseren, nog voor de van oudsher eerste verkiezingen in de staat New Hampshire.

In 1976 deden de Republikeinen hetzelfde. Carter, de onbekende oud-gouverneur van Georgia, zette dat jaar in Iowa alles op alles en won er onverwacht. Op de vleugels van de persaandacht die dit hem opleverde, won hij de nominatie en vervolgens de presidentsverkiezingen.

En zo gaat het nu nog steeds. De kandidaten zetten alles op alles in Iowa. Het kleine deel van de geregistreerde kiezers dat zich in deze dunbevolkte, niet-representatieve staat (te wit, te veel plattelandsbewoners) vervolgens uitspreekt, legt strikt cijfermatig weinig gewicht in de schaal. Maar dat de uitslag ‘winnaars’ en ‘verliezers’ meteen onder een enorm vergrootglas legt, kan allesbepalend zijn.

Lees ook: New York Times voor Clinton.