Opinie

    • Frits Abrahams

Signeren

Zondagmorgen, ik kijk naar Djokovic – Murray, de finale van de Australian Open, en mijn gedachten dwalen af. Vreemd, dat overkomt me zelden bij zulke belangrijke tennismatches. Het zijn grote spelers, maar ze lijken in hun spel te veel op elkaar, het is mechanisch, eentonig tennis vanaf de baseline. Het kan me niet veel schelen wie er gaat winnen.

Ik moet denken aan mijn bezoek aan boekhandel Scheltema op het Rokin in Amsterdam, een dag eerder. Daar zat tekenaar Peter de Wit, bekend van zijn Sigmund-strip in de Volkskrant, in de hal te signeren. Althans, dat was zijn bedoeling, en ongetwijfeld ook die van de boekhandel. Eerder die middag, toen ik er nog niet was, had hij een live tekensessie gegeven.

Nu zat hij moederziel alleen achter een tafeltje in de hal. Om hem heen stond zijn hele oeuvre – tientallen boeken - uitgestald. Hij zat, zonder op te kijken, voortdurend iets te schrijven of te tekenen. Voor hem op het tafeltje stond een bordje met de uitnodigende tekst: „THE ARTIST IS IN!”

Verderop, in een hoekje tegen de etalage aan, zat een collega, striptekenaar Wasco, te werken; hij deed dat de hele maand op deze plek, zichtbaar voor voorbijgangers. Ook rond hem was het op dit middaguur doodstil.

Signeren kan eenzaam zijn. Afdalend van de trap naar de hal zag ik de twee tekenaars zitten in hun isolement – een beeld waarmee collega Peter van Straaten wel raad zou hebben geweten.

Ik liep door naar het rek met de tijdschriften en mijn blik viel op het weekblad Elsevier met een foto en uitspraak van Joris Luyendijk op de cover: „Ik verkoop elke anderhalve minuut een boek.” Volgens het artikel had Luyendijk eerder tegen mensen van Elsevier gezegd: „Ik wil niet in dat k**blad.” (De sterretjes zijn van Elsevier.) Nu zegt hij tegen zijn interviewer: „Laat ik het iets netter zeggen: ik vind het een rotblad dat rijke mensen naar de mond praat. Dat gelul over de beste scholen. En: hoe betaalt u zo min mogelijk belasting? Dat is walgelijk.”

Als je elke anderhalve minuut een boek verkoopt, kun je je zulke uitspraken veroorloven zonder dat de eindredacteur van de interviewer boos ingrijpt. Succes genereert niet alleen succes, maar ook immuniteit. Voor zulke schrijvers kan signeren een triomftocht zijn.

Een week eerder zag ik in The American Book Center aan het Spui een mij onbekende schrijfster achter een tafel op de begane grond plaatsnemen. Het was een jonge, brildragende vrouw met een vriendelijk gezicht. Ze had een Amerikaanse debuutroman voor ‘young adults ’ geschreven: This Is Where It Ends. Over een fictieve schietpartij op een high school in Alabama. Het boek was door sommige recensenten juichend begroet („A compelling story of terror, betrayal and heroism’’) en verkocht goed.

Ik had verwacht dat de schrijfster een Amerikaanse zou zijn, maar het bleek een volbloed Nederlandse, genaamd Marieke Nijkamp, ook nog steeds in Nederland woonachtig. Ze had het in het Engels geschreven en er een Amerikaanse uitgever, Sourcebooks, bij gezocht. Nu mocht ze signeren in een winkel vol met (vooral) andere jonge vrouwen die net een exemplaar hadden gekocht.

Marieke zat trots glunderend achter haar tafel, terwijl ze geduldig luisterde naar de wensen van haar kopers.

Dit was jong, puur schrijversgeluk.

Frits abrahams

    • Frits Abrahams