Nederlandse bommen boven Syrië: nooit een automatisme

Het heeft even geduurd, maar nu is het kabinet eindelijk zo ver: Nederlandse gevechtstoestellen kunnen behalve boven Irak straks ook boven Syrië meedoen aan de strijd tegen IS. Een besluit dat meer van politiek-symbolische dan van militair-strategische betekenis lijkt te zijn. Want het is te hopen dat het niet de vier F16’s zijn die Nederland tot 1 juli aanstaande – niet meer dan een kleine vijf maanden dus – beschikbaar stelt die het verschil moeten gaan maken in de acties van de internationale coalitie.

Het besluit van het kabinet de militaire activiteiten tot boven Syrië uit te breiden betekent een verdere Nederlandse betrokkenheid in het gevecht of zoals ook wel wordt gezegd, de oorlog tegen de Islamitische Staat. Een strijd die moeizaam verloopt. In de brief aan de Tweede Kamer met het kabinetsvoornemen staat weliswaar dat IS een deel van het eerder veroverde terrein in Irak heeft verloren, maar eveneens wordt gezegd dat IS heeft „aangetoond over aanpassings- en herstelvermogen te beschikken”.

Deze constatering roept twijfels op over het nut en de effectiviteit van het optreden van de internationale coalitie. Al vanaf het begin van de acties is door diversen gesteld dat IS zich niet weg laat bombarderen. Zonder troepen op de grond zal de door minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) als octopus aangeduide organisatie zich blijven voortbewegen. En zonder politieke oplossing voor het conflict in Syrië zal IS ongehinderd zijn gang kunnen blijven gaan.

De militaire argumentatie van het kabinet om nu ook boven Syrië te gaan bombarderen is dat met „gerichte luchtaanvallen” een bijdrage kan worden geleverd met het aanpakken van grensoverschrijdende aanvoerlijnen van IS vanuit Oost-Syrië naar Irak. Hiermee kunnen „met minimale risico’s op nevenschade” doelen van IS in bebouwd gebied worden uitgeschakeld. Het klinkt haast als een schone oorlog. De praktijk is helaas vaak een andere.

Dan maar afzien van militaire acties, zoals eerder op deze plek bepleit? Anders dan een half jaar geleden is er nu met de in Genève begonnen broze vredesbesprekingen de politiek-diplomatieke weg om een eind te maken aan de Syrische burgeroorlog. Het volkenrechtelijk mandaat voor aanvallen boven Syrië dat eerder ontbrak, is er nu wel. Voorts zijn er sinds eind vorig jaar twee Veiligheidsresoluties die de internationale gemeenschap oproepen IS in Syrië uit te roeien.

Nederland is actief lid van die internationale gemeenschap. Dat brengt verplichtingen met zich mee. Maar wel met de aantekening dat bommen zonder politieke oplossing nutteloos zijn.