Opinie

Motortje

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.

In de supermarkt kijk ik altijd met veel genoegen naar de sinaasappelpersmachine. Bovenin liggen de sinaasappels ongeschonden in een bak. Als ze door de pers gaan, worden ze automatisch fijngeknepen. Er blijft geen druppel in de schil. Een halve minuut later kan ik met een fles sinaasappelsap naar de kassa. 

Vroeger had je een handpers. Een stom ding waar je handmatig halve sinaasappels in moest ronddraaien. Gehannes. Niet meer van deze tijd.

Vroeger had je fietsen die je op eigen kracht in beweging moest krijgen. Niet meer van deze tijd. Voor een paar duizend euro koop je een motortje dat in je frame past en het fietsen vergemakkelijkt.

Wie is er tegen vooruitgang?

Zaterdag werd een fiets van Femke Van den Driessche bij het WK veldrijden in Zolder gecontroleerd. De Vlaamse rijdster werd betrapt op ‘mechanische doping’. Er zat een motortje verstopt in het frame, dat 150 watt aan vermogen voor zijn rekening kon nemen.

Dat scheelt aanmerkelijk.

Van den Driessche begreep niets van de beschuldiging en huilde. Haar vader mokte en verdedigde zijn dochter. Ook bondscoach De Bie schoot vol tijdens een televisie-interview.

Terwijl de Nederlandse Thalita de Jong wereldkampioen werd, praatte iedereen over het motortje van Femke. De wielersport was weer eens in het hart geraakt.

De officials konden trots zijn op hun vangst. Maar niet voor lang. Als je dan zo eenvoudig kon vals spelen met je fiets, hoe moest het dan de afgelopen jaren gegaan zijn in allerlei koersen op de weg en in het veld?

De verhalen over hulpmotortjes gaan al langer. Net zoals destijds de verhalen over epo en bloeddoping.

Wielrennen is een sport die achterligt op wielrenners.

Als Mathieu van der Poel in die gewraakte steile bocht van Zolder een motortje in zijn frame aan had kunnen zetten, was hij moeiteloos verder door de modder geploegd. Nu smoorde het voorwiel in de drek. Van der Poel gooide zijn rechterbeen naar achteren: zijn schoen kwam vast te zitten in het voorwiel van concurrent Wout Van Aert.

Wat we zagen was een surplace der giganten. Alleen door samen te werken kwamen de coureurs los van elkaar.

Dit was de Ontknoping van Zolder.

In een razende vaart gingen de renners verder met de koers, diepe voren trekkend in de grond. De Nederlandse koploper Lars van der Haar kreeg bier en spuug naar zijn hoofd van Vlaamse fans. Hoe dan ook moest een Belg het goud omgehangen krijgen. Elk middel was geoorloofd.

Wout Van Aert won op formidabele wijze. Op eigen kracht, zo leek mij.

Ach, dat veldrijden. Het is zo vies, raar, zwaar, wild, puur en soms vals; de schoonheid druipt ervan af, als modder van een brommend frame.