‘Depressie elk jaar bij miljoen Nederlanders’

Dat stond in een persbericht van het CBS.

Foto

De aanleiding

„Meer dan 1 miljoen Nederlanders had depressie”, kopte het CBS afgelopen maandag boven een persbericht. Het ging over het jaar 2014. In het bericht stond dat 8 procent van de Nederlanders van 12 jaar en ouder in 2014 over zichzelf had gezegd een depressie te hebben gehad. „Dat komt overeen met ruim 1 miljoen mensen”, schrijft het CBS.

Waar is het op gebaseerd?

Ieder jaar, al vanaf 1981, vraagt het CBS aan ruim 15.000 mensen de gezondheidsenquête in te vullen. Het zijn ieder jaar andere mensen en de vragenlijst is zo constant mogelijk. Jaarlijks doen ruim 9.000 mensen mee, schrijft het CBS op de webpagina over de gezondheidsenquête – een representatieve steekproef. Het hemd wordt je van het lijf gevraagd. Eén vraag is of je de afgelopen 12 maanden last hebt gehad van depressie. Alle mensen die bij depressie ‘ja’ aanstreepten, dat zijn samen de 1 miljoen depressieven van het CBS – 8 procent van de bevolking van 12 jaar en ouder.

De 1 miljoen mensen die zich in 2014 depressief noemden, zijn er trouwens een stuk minder dan een jaar of vijf geleden. In een rapport van eind 2013 hield het CBS het erop dat tussen 2006 en 2012 jaarlijks ongeveer 1,5 miljoen mensen zich depressief noemden.

En klopt het?

Over die miljoen depressieve mensen kwam het Trimbos Instituut, kennisinstituut voor geestelijke gezondheid, nog dezelfde dag met een twijfelzaaiend persbericht. De kop: „Depressiecijfers: 5 of 8 procent van de bevolking?” Het Trimbos Instituut runt vanuit Utrecht NEMESIS-2, een groot, langlopend bevolkingsonderzoek naar psychiatrische ziekten. Daaruit komt dat minder Nederlanders (5,2 procent van de volwassen bevolking) in één jaar een depressie doormaakten.

NEMESIS-2 is een onderzoek onder ruim 6.500 mensen, ook representatief voor de Nederlandse bevolking. Rond 2008, 2011 en 2014 zijn die al drie keer ondervraagd. Eind van dit jaar start de vierde meting.

De NEMESIS-onderzoekers gebruiken een door de Wereldgezondheidsorganisatie aanbevolen vragenlijst. Hij is in veel landen in gebruik. In die test wordt naar de klachten gevraagd die tot de officiële diagnose van depressie kunnen leiden. DSM, het internationaal gebruikte handboek voor psychiatrische ziekten, noemt in zijn nieuwste versie 9 depressieklachten: sombere stemming, geen interesse of plezier in vrijwel alles, gewichtsverlies zonder dieet, slaapproblemen, motorische problemen, vermoeidheid, gevoel van waardeloosheid, concentratieproblemen en aanhoudende gedachten aan de dood.

Heb je last van 5 van die 9 weinig opbeurende zaken (somberheid of interesseverlies móet erbij zitten), lijd je er ook echt aan of heeft je omgeving er last van, en komt het niet door een andere ziekte of drank- of drugsgebruik, dán is de medische diagnose depressie een feit.

Dat is andere koek dan het simpele antwoord op één vraag waarmee het CBS werkt. Het CBS meet dus alleen hoe mensen zich voelen. Het Trimbos kijkt wat meer door de bril van de psychiater, naar mensen die misschien behandeling nodig hebben. Misschien, want het Trimbos ziet nog altijd depressie bij 5 procent van de mensen, terwijl maar ongeveer 2 procent met depressieve klachten naar de huisarts ging. De meeste mensen gaan dus niet.

Drie cijfers dus: 8, 5 en 2 procent. Het roept wel de vraag op wat depressief nu eigenlijk is.

Conclusie

Het CBS rekt met één ja- of nee-antwoord op een simpele vraag de grens van ‘depressief’ flink op. Duidelijk is dat toepassing van medische criteria, zoals in het NEMESIS-2-onderzoek minder depressieve Nederlanders oplevert. En er is nog minder depressiviteit als je kijkt wie er echt hulp zoekt. Maar natuurlijk, het is zinnig om te weten of mensen in Nederland zich depressief voelen. Daarom beoordelen we de CBS-uitspraak als grotendeels waar.