De Politiecolumn: Gedrag is slimmer te beïnvloeden dan alleen met straffen

Kleine eetborden in het bedrijfsrestaurant. Gezonde producten op ooghoogte in de supermarkt. Muziek op de trap naar de derde verdieping van het kantoor. De vliegsticker in het midden van de wc-pot. Fietssuggestiestroken op een 50-kilometerweg waar te hard wordt gereden. Het zijn enkele voorbeelden van de vele nieuwe manieren om mensen te verleiden tot ander gedrag. ‘Nudging’ is de Engelse term voor deze gedragsinterventies. De term komt uit de gedragspsychologie en is een ander woord voor een zetje of duw in de rug. Het idee erachter is dat burgers niet altijd de goede keuzes maken. Zo weten we allemaal dat te hard rijden gevaarlijk is en te veel eten leidt tot overgewicht. Toch geeft iedereen wel eens hieraan toe. Blijkbaar hebben we minder wilskracht dan we vaak denken en nemen we ook niet altijd rationele beslissingen.

Nudges zoals de piesvlieg in de wc-pot wijzen gebruikers daarom op een subtiele manier in de goede richting. Het bijzondere is dat je vrijheid hierdoor niet wordt ingeperkt. Je kunt immers nog steeds naast de pot plassen. Een ander voorbeeld hiervan is de vooraf ingevulde ‘ja’ op een orgaandonor-formulier. Wil je geen orgaandonor zijn, dan kun je kiezen voor ‘nee’. Maar onderzoek laat zien dat het aantal donoren veel hoger ligt in landen met een opt-out systeem dan met een opt-in systeem. Mensen zijn blijkbaar minder snel geneigd af te wijken van een vooraf aangegeven normstelling (‘wat de meeste andere mensen doen is goed’). Dat maakt nudges tot een interessant middel om slimmer na te denken hoe je wenselijk gedrag kan organiseren en hoe je onwenselijk gedrag kan ontmoedigen. In Engeland en de Verenigde Staten is de overheid hiermee al een tijdje bezig. Nederland loopt vooralsnog ver achter.

Dat is verbazingwekkend omdat we weten dat klassieke manieren van gedragssturing steeds minder effect hebben. Het strafrecht is hiervan het meest duidelijke voorbeeld. De vaststelling dat het instrumentarium van bestraffen, verbieden en beboeten weinig uitwerking heeft, heeft inmiddels het karakter van een open deur aangenomen. Het is niet dat we de gevangenisstraf moeten afschaffen, maar veel heil hoeven we er ook niet verwachten. Celstraf verhoogt de kans op recidive fors. Ongeveer vijftig procent van de ex-gedetineerden komt opnieuw in aanraking met justitie. Een kwart van de volwassen daders pleegt binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit. Tegelijkertijd lost de politie nog geen kwart op van de ruim 1 miljoen misdrijven die ieder jaar worden geregistreerd in de politiesystemen. Je vraagt je dus af waarom de overheid niet meer haar toevlucht zoekt in andere vormen van gedragssturing.

Critici wijzen erop dat nudges in de praktijk minder transparant zijn als ze op papier lijken. Het zijn vooral instrumenten om burgers te disciplineren. Ook wordt beweerd dat het falen van klassieke manieren van gedragssturing niet zo gemakkelijk kan worden gevangen in simpele statistieken. Zo schuilt het effect van de gevangenis vooral in haar morele functie, het aangeven van grenzen van goed en kwaad. Dat zal allemaal best, maar het zou geen kwaad kunnen om eens te kijken of de overheid niet uit een ander arsenaal kan putten dan het bekende ‘bestraffen, verbieden en beboeten’. Nudges laten namelijk zien dat het positieve ‘kunnen’ veel effectiever is dan het negatieve ‘moeten’. Zo worden studenten op Amerikaanse universiteiten advertenties getoond met de boodschap dat weinig drinken heel normaal is. Er wordt gecommuniceerd dat ‘70 procent van de jongeren maar drie glazen bier per week drinkt’. Het resultaat is dat het alcoholmisbruik onder studenten sterk is afgenomen.

Ik zal niet beweren dat met de inzet van nudges het strafrecht zal verdwijnen als een gezicht in het zand op de vloedlijn van de zee. Maar het lijkt me verstandig wanneer beleidsmakers in de veiligheidshoek eens beter gaan kijken naar de mogelijkheid om met psychologische prikkels het gedrag van burgers te beïnvloeden. Het gemak waarmee dezelfde beleidsmakers de laatste jaren het veiligheidsbeleid in de doodlopende straat van meer repressie hebben gestuurd, blijft het gezonde verstand tarten. Er zijn slimmere en effectievere manieren om het gedrag van burgers te beïnvloeden. Kleine ingrepen zijn hiervoor al voldoende. Die kunnen grote effecten hebben, zo laten nudges zien.

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld. 

 

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.