Bij een thriller van Vargas is de reis belangrijker dan de oplossing

Wie een thriller van Fred Vargas openslaat, wacht verbazing. Wanneer Marc bijvoorbeeld wordt weggedragen op een brancard, raakt de lezer bevangen door dezelfde mengeling van ongeloof, bezorgdheid en wrevel als de opgetrommelde agenten. Marc is een gigantisch everzwijn en het is typisch iets voor commissaris Jean-Baptiste Adamsberg om bevriend te raken met een zwijn en om het door een ambulance te laten afvoeren, nadat het is neergemaaid.

Ook die laatste gebeurtenis is typisch Adamsberg, in wiens nabijheid de raarste misdaden worden gepleegd sinds de gelauwerde misdaadauteur Fred Vargas – pseudoniem van historicus en archeoloog Frédérique Audoin-Rouzeau (1957) – hem in 1991 verzon. Een zachte man uit een hard dorpje in de Pyreneeën, een animistisch natuurmens en een zwever, die misdaden oplost door gedachten te laten waaien en ideeën te laten opborrelen.

In het onschuldige begin van IJsmoord wankelt een zieke oude vrouw met een brief naar een Parijse brievenbus maar zijgt neer voordat ze de gleuf VOORSTEDEN bereikt. Hier had het verhaal moeten stokken, maar in een Adamsbergse vlaag van toeval en moedwil besluit een toegesnelde vrouw de brief na enig beraad te posten. Als de oude vrouw prompt opduikt in de overlijdensadvertenties, doemen bange gedachten over oorzaak en gevolg op in het hoofd van de hulpvaardige voorbijgangster, die ze deelt met de politie. Die staat op het punt om de dood als zelfmoord te seponeren; wanneer brief en geadresseerde bij Adamsberg bekend zijn, denkt hij eerder aan moord. IJsmoord voert hem naar de bewoners (en zwijnen) van de paardenstoeterij La Madeleine, naar een geheimzinnige steen op het IJslandse eilandje Grímsey en naar een vereniging die re-ensceneringen organiseert van Robespiere’s ijskoude revolutionaire optredens in de Assemblée, eind 18de eeuw. Inspecteur Danglard, ook een gevoelsmens maar van een logischer slag, kan het ook deze keer weer niet altijd volgen maar loopt zich net als de andere agenten de benen uit het lijf om de bizarre ingevingen van Adamsberg te verifiëren. De lezer buitelt mee.

Het is bijzonder een thriller te lezen waarin de reis naar de ontknoping zoveel belangrijker is dan de oplossing zelf. Het boek draait meer om het rondhangen op het politiebureau met de clandestiene drankautomaat op zolder en de witte kat op het kopieerapparaat. Om de gebruiken van Grímsey en het zware lot van de beulenfamilie die zich het schompes moest guillotineren van Robespierre. Bij Vargas is de reis het doel en ook deze is weer prachtig en nodigt uit tot het herlezen van de gehele, unieke Adamsberg-reeks.