‘Wij hebben een meltdown voorkomen’

Achter de schermen bereidt de Belgische econoom Peter Praet de grote besluiten van de Europese Centrale Bank voor. Hij pareert Nederlandse en Duitse kritiek op het ruimhartige monetaire beleid in Frankfurt.

Foto Imagedesk / Bart Dewaele

Elk woordje dat Mario Draghi gebruikt kan de financiële markten op stelten zetten. Beleggers, analisten en financiële journalisten staan tijdens de persconferenties van de Italiaanse president van de Europese Centrale Bank op scherp.

Maar eigenlijk luisteren ze dan naar de woorden van iemand anders, die veel minder bekend is. Het is een Belg.

Peter Praet, de hoofdeconoom van de ECB, bereidt niet alleen de monetaire besluiten van de ECB-bestuursraad voor, maar bedenkt ook de woorden die Draghi gebruikt in de verklaring waarmee hij telkens zijn persconferentie opent. Zoals Draghi’s formulering op 21 januari: „mogelijk” zal de ECB bij de volgende vergadering in maart haar monetaire beleid „herzien”. Beleggers weten dan hoe laat het is: de rente kan verder omlaag of de ECB kan nog meer staatsobligaties gaan opkopen.

In zijn werkkamer, hoog in de toren van de ECB aan de Main in Frankfurt, laat Praet het uitgetypte stukje tekst zien dat Draghi voorlas. Praet (67), vriendelijk, boomlang, is met zijn baard en zijn wat rommelige haar een opvallende verschijning binnen de strak gekapte directie van de ECB. En in Frankfurt is hij een van de meest invloedrijke mensen.

Het was Praet die in 2014 als een van de eersten publiekelijk hamerde op de noodzaak van maatregelen om de economie en de inflatie aan te jagen. En die kwamen er. Sinds maart 2015 koopt de ECB 60 miljard euro per maand aan overheidsobligaties op (‘kwantitatieve verruiming’). Het was ook Praet die, afgelopen zomer, als eerste zinspeelde op nog een ingreep door de ECB. En ook die kwam er: in december verlengde het bestuur het opkoopprogramma tot en met maart 2017. Ook verlaagde de ECB de toch al historisch lage depositorente van minus 0,2 procent naar minus 0,3.

Bijna een jaar geleden begon de ECB met kwantitatieve verruiming. Hoe zou de eurozone er nu uitzien als de ECB toen niets had gedaan?

„De beslissing om staatsschuld te kopen kwam bovenop de steunmaatregelen voor banken die we al eerder hadden genomen. Die waren succesvol. De kredietverlening begon aan te trekken. Maar in 2014, na twee recessies op rij, was het herstel alweer aan het verzwakken. Het was een riskante situatie. Toen grepen we in. Met kwantitatieve verruiming is de financiële situatie in de eurozone gunstiger geworden. Banken lenen weer uit. Dus we kunnen zeggen: het werkt. En dat werd door het ECB-bestuur deze maand unaniem erkend.

„Vooral in landen zoals Spanje en Italië zijn de financiële condities verbeterd. Het programma heeft duidelijk een positief effect op de economische groei en de inflatie. Alle maatregelen samen hebben een meltdown van de eurozone voorkomen.”

Het ECB-bestuur was in januari 2015, toen het besluit viel om obligaties te kopen, verdeeld. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank en zijn Duitse collega tekenden bezwaar aan. Maar zij waren in de minderheid. Evenmin konden zij in december de verlenging van het opkoopprogramma tegenhouden.

Praet relativeert de verdeeldheid. „Niemand in het bestuur ontkent dat het opkopen van obligaties positieve effecten heeft op de financiële condities. Ook is het bestuur unaniem van mening dat het kopen van obligaties in principe past binnen het ECB-mandaat. Maar sommige leden vinden dat het middel alleen in extreme noodsituaties mag worden ingezet. Er is ook discussie over hoe lang het zal duren voordat het impact zal hebben op de inflatie. Verder vinden sommigen dat door het kopen van obligaties de regeringen minder geneigd zouden zijn zelf begrotingsmaatregelen te nemen en structurele hervormingen door te voeren.”

Klaas Knot vindt dat allemaal.

„Ik ben zelf ook bezorgd over het gebrek aan verdere hervormingen in de eurolanden ook al is er al veel gedaan. Maar ik verzet me sterk tegen de opvatting dat de centrale bank passief moet blijven als regeringen te weinig doen. Wij handelen volgens ons mandaat. En waarschijnlijk hadden regeringen nog minder gedaan, terwijl de zaak instortte. Wij hebben hun niet alleen tijd gegeven om te hervormen, maar ook om - in een tijd van onzekerheid over de bankensector - het Europese bankentoezicht op te tuigen.”

Als er genoeg druk is vanuit de markten - bijvoorbeeld als de obligatierentes van landen omhooggaan - hervormen landen toch sneller?

„Marktdiscipline is inderdaad belangrijk. Maar de crisis heeft opnieuw getoond dat markten van overvloedig optimisme naar extreem pessimisme kunnen schieten en ook vaak laat en plotseling reageren.”

Crisislanden hebben baat gehad bij de steunprogramma’s van de ECB, zegt u. Maar wat heeft een land als Nederland daaraan?

„De landen in de eurozone zijn sterk van elkaar afhankelijk. De zwakte van je buren raakt jou ook. Dat moeten mensen in Nederland, of in Duitsland, niet vergeten. En ook Nederland zou keihard zijn geraakt als in 2012 de ECB niet had ingegrepen toen de euro bedreigd werd. Maar one size cannot always fit all. We hadden heel slechte financiële condities in sommige landen. In andere landen was monetaire stimulering misschien minder nodig. Maar ons mandaat is: bijdragen aan de prijsstabiliteit van de eurozone als geheel. Dat is ook in het nationale belang van Nederland,”

Telkens kaatst Praet de bal terug. Ja, er zijn vast allerlei bezwaren tegen de ingrepen van de ECB. Maar veel erger zou het zijn geweest als de centrale bank niets had gedaan. Meltdown, instorting, depressie, nog meer werkloosheid.

Het lage rentebeleid van de ECB werkt ook destabiliserend. Onlangs waarschuwde de Europese pensioenwaakhond EIOPA dat de kapitaalpositie van Nederlandse pensioenfondsen onder druk staat door de lage rente.

„Een veel grotere destabiliserende factor, voor de maatschappij als geheel, zou een economische depressie zijn. De lange termijnrente daalt al zo’n 20 jaar. De lage rentes weerspiegelen immers de economische fundamenten zoals demografische ontwikkelingen en productiviteit en komen dus niet alleen door het beleid van de centrale bank, dat er vooral voor moet zorgen dat de inflatieverwachtingen goed verankerd zijn.”

Het beleid van de ECB kent winnaars en verliezers, iets wat Praet een ‘herverdelend’ effect noemt. „Monetair beleid heeft altijd een herverdelende impact die de staat kan corrigeren indien nodig. In Duitsland klinkt vaak de klacht dat spaarders slechter uit zijn. Wie ongetwijfeld ook recht van klagen hebben, zijn diegenen die hun baan verliezen omdat de economie te zwak is door beleid dat tekortschiet.”

Kan de ECB het zich veroorloven om in te gaan tegen de ideeën over monetair beleid in het grootste land van de eurozone, Duitsland?

„We kijken naar de héle eurozone en we zitten hier niet om landen te vertegenwoordigen. Wij kennen de bezwaren in sommige landen. Je moet daar natuurlijk wel rekening mee houden en daar goed uitleggen dat we handelen om ons mandaat te respecteren. Ik geef toe dat dit best moeilijk is.”

Draghi zinspeelde deze maand op nóg meer monetaire stimulering. Waarom is dat nodig?

„Hij zei dat de ECB haar beleid zal heroverwegen en mogelijk zal herzien. Het economisch herstel is nog kwetsbaar, het is cyclisch en niet echt structureel. Er zijn nieuwe risico’s bijgekomen, denk aan de groeivertraging in opkomende landen. En inflatieverwachtingen blijven duidelijk teleurstellen.”

Komen er in maart al nieuwe maatregelen?

„We volgen de economische data van nabij. De toon in de verklaring van de bestuursraad is er een van alertheid.”

De inflatie, nu 0,2 procent, blijft ver beneden de officiële doelstelling van de ECB: vlak onder de 2 procent. Moet het inflatiedoel niet worden bijgesteld?

„Duidelijk niet! Wij zijn vastbesloten het doel te bereiken. Bovendien zou het aanpassen van je doelstelling juist wanneer het moeilijker is om het te bereiken, de geloofwaardigheid van de ECB ondermijnen. De 2 procent is een middellange termijndoel. Daaraan zit geen vaste datum. Het hangt onder meer af van de aard en de regelmaat van economische schokken en van hoe deze doorsijpelen en de inflatieverwachtingen beïnvloeden. Als de inflatieverwachtingen te sterk onder druk komen, moet je ingrijpen.

„Veel mensen zeggen: lage inflatie is toch goed? Dan kan ik toch meer kopen? Ja, als je een baan hebt. Maar er is ook veel werkloosheid. De lage inflatie komt toch door de lage olieprijs, hoor je ook vaak. Maar die olieprijs komt voor een belangrijk deel door dalende wereldwijde vraag. De huidige lage inflatie is ook een reflectie van economische zwakte.”