Wie controleert de verhorende politieman?

Kun je eigenlijk van magistraten, advocaten en politiemensen verwachten dat ze relevant wetenschappelijk onderzoek bijhouden? Ai, wat een rotvraag. Overnieuw. Vorige week zat ik braaf bij een debatavond, georganiseerd door het Openbaar Ministerie, bedoeld voor de Amsterdamse ‘strafrechtketen’. Ervaringen delen, kennis uitwisselen en observaties. Informeel, dus los van kantoor waar iedereen is vastgeschroefd in een wettelijke rol. Politiemensen zullen nooit zeggen wat ze van rechters vinden, advocaten niks over politiemensen en rechters glimlachen minzaam tegen iedereen.

Intussen heeft iedereen wel opvattingen. Maar echt eens praten, hó maar. Goed idee, dus, zo’n avond. Nu is er in Nederland geen debatcultuur en dus weinig retorische scherpte. En overigens - men ziet elkaar morgen weer, in toga of uniform. Op het podium werden dus ládingen kolen, en kuddes geiten gespaard.

Toen ze het echter over de kwaliteit van het proces-verbaal gingen hebben, kreeg ik jeuk. Daar was men op een enkele advocaat in de zaal na, tevreden over. Ja, oké, goed, er kwamen wel eens fouten of verdraaiingen voor. Maar dat proces-verbaal, daar kon je als rechter of officier prima op vertrouwen.

Terzijde: dat proces-verbaal bevat de resultaten van het opsporingsonderzoek en wordt geschreven door de politie. De gesprekken met getuigen, slachtoffers, verdachten, de bewijzen en de technische analyse. Het proces-verbaal is het fundament van het strafproces. Gechargeerd: als daar de verkeerde verdachte in staat, (denk Schiedammer Parkmoord of Lucia de Berk), dan is de justitiële dwaling al driekwart voltooid, nog voordat de rechter de eerste bladzijde opslaat.

Wat er in het proces-verbaal staat, dat klopt gewoon. Dat is het dogma; alleen advocaten zijn qualitate qua een andere mening toegedaan. Zij klaagden vanuit de zaal over onnauwkeurige en vaak eenzijdige weergave van verhoren. En het doorgaans ontbreken van audio- of video-opnamen, waardoor een verhoor niet controleerbaar is. Maar het panel had geen behoefte aan opnames. Rechters lézen liever dan dat ze verhoren terug luisteren; officieren hebben geen tijd. En politiemensen vinden opnames een inbreuk op hun autonomie. En hun vakmanschap. Als er dus iets mis gaat, zijn dat ‘excessen’.

Daar begon ik me dus op te winden. Beelden zijn dus hartelijk welkom als opsporingsmiddel en eventueel als ‘politie-cam’ aan het uniform, maar zodra de verhoorkamer open gaat, is het kennelijk hinderlijk. Want dan zijn beelden controlemiddel.

Vorig jaar in februari publiceerde het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) een analyse van 55 politieverhoren. Uitslag: het proces-verbaal van verhoren vormen een risico voor het strafproces. Ze bevatten maar een kwart van wat er is gezegd; of de politie de verdachte onder druk zette, is niet terug te lezen. Terwijl dat regelmatig gebeurt. Aarzelingen, spanning of emoties bij de verdachte komen niet in het verslag - daardoor lijkt een verdachte op papier zelfverzekerder dan in werkelijkheid. De houding van de verhoorders blijft onbeschreven, terwijl dit invloed heeft op degene die wordt verhoord. Rechters en officieren gaan er van uit dat de schriftelijke stukken de werkelijkheid goed weergeven. „Uit het onderzoek blijkt dat dat niet het geval is.”

Zo’n stevige conclusie hoort volgens mij niet onbekend te zijn. Niet in de ‘strafrechtketen’ en dus ook niet op zo’n avondje. Opnames worden nu alleen gemaakt bij zwaardere zaken. Maar rechters en officieren luisteren of kijken ook die zelden terug. Dat kost te veel tijd, zeiden ze tegen de onderzoeker. Toch zouden er in ieder strafdossier standaard opnamen moeten zitten van de verhoren, zegt het NSCR. En op zittingen zou vaker gebruik gemaakt moeten worden van beeld en geluid. Die strafrechtketen, die is dus lang niet kritisch genoeg voor zichzelf.