‘We gaan effectiever strijden tegen IS’

Nederland gaat Islamitische Staat ook in Syrië aanvallen. Die geografische uitbreiding is „noodzakelijk”, zegt minister van Buitenlandse Zaken Koenders (PvdA).

Koenders: „Ik was nooit principieel tegen inmenging.” Foto’s ANP, AP

Waar een klein land groot in kan zijn: heibel over het uitzenden van militairen. Vrijdag besloot het kabinet de missie tegen Islamitische Staat (IS) uit te breiden. De vier Nederlandse F-16’s die boven Irak actief zijn om de terreurbeweging te bestrijden, zullen dat binnenkort ook in het Syrische luchtruim doen. „Door grensoverschrijdend op te treden gaan we niet voor meer vliegtuigen en meer bommen, maar voor hogere effectiviteit in de strijd tegen IS”, zei minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) de avond na het besluit op zijn Haagse werkkamer.

De geografische uitbreiding van de missie gaat echter wel gepaard met nieuwe voorwaarden. Zo mogen Nederlandse gevechtsvliegtuigen wel aanvoerlijnen, trainingskampen en bermbomfabrieken aanvallen, maar geen steden, olie-installaties of banken, waarbij het risico op burgerslachtoffers groter is. „Verder ingrijpen is gezien de ontwikkeling van IS en een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad uit december noodzakelijk én mogelijk geworden”, zegt Koenders. „We moeten het veelkoppige monster IS keihard aanpakken, maar wel op een intelligente manier. En bij twijfel niet inhalen. Daarom is de beperking deels opgeheven.”

Er is volgens Koenders nog genoeg te doen om IS in Irak te bestrijden. „We zien dat daar veel burgers omkomen door bermbommen en wapens die uit Syrië zijn gekomen. Als we die aanvoerlijnen aanpakken, verbeteren we de situatie in Irak. Daarvoor zijn precisiebombardementen nodig die Nederland als een van de weinige landen in huis heeft.” Wat Koenders niet wil, is dat die bombardementen president Assad helpen terrein te veroveren.

Een nieuw weegmoment

Aan de complexe tussenoplossing zijn weken van beraad en speculatie voorafgegaan. Binnen het kabinet werd overlegd, Koenders was deze week nog in New York om er met VN-baas Ban Ki-moon over te praten, en zeker driemaal vergaderde de Tweede Kamerfractie van zijn partij over het dilemma. Is de Nederlandse inmenging in de Syrische burgeroorlog verstandig? En is bombarderen de beste manier om niet alleen IS aan te pakken, maar ook een eind te maken aan het regime? Coalitiegenoot VVD wilde eigenlijk van meet af aan al in beide delen van ‘het IS-kalifaat’ bombarderen en hangt minder aan een exitstrategie voor Assad.

Koenders zegt dat hij zich niet intensief heeft bemoeid met de „eigenstandige afweging binnen de fractie”, die dinsdag aankondigde de beperkte uitbreiding te steunen. „Het uitzenden van militairen is het moeilijkste besluit dat je als politicus kunt nemen”, zegt de minister.

Als iemand daarover kan meepraten is hij het. „Ik was als Kamerlid tegen de invasie van Irak, maar vóór meedoen in Afghanistan”, roept hij in herinnering. Maar eenmaal minister was hij in 2010 tegen de verlenging van de missie in Uruzgan. Zo viel het kabinet-Balkenende IV, en leek ook Koenders’ politieke carrière ten einde. Hij ging naar Afrika, waar hij in Ivoorkust en Mali zwaar militaire VN-missies leidde. Het vertrek van Frans Timmermans naar de Europese Commissie maakte de weg voor Koenders vrij in 2014 alsnog minister van Buitenlandse Zaken te worden. „Sociaal-democraten zijn geen pacifisten, maar wij realiseren ons dat het militair middel maar beperkt en in bepaalde situaties effectief kan zijn, en grote risico’s kent.” Niet onverantwoord inhalen dus.

Toen Koenders in oktober 2014 aantrad, was de beslissing om wel in Irak en niet in Syrië te bombarderen net een maand oud. „Ik ben nooit principieel tegen inmenging in Syrië geweest, maar er was toen geen volkenrechtelijk mandaat.” Toen het kabinet in juni 2015 concludeerde dat er toch een mandaat was, omdat vanuit Syrië aanvallen werden beraamd in Irak, leidde dat niet tot uitbreiding van de missie. Waarom is juist nu, terwijl Nederland over vijf maanden de laatste vier F-16’s uit de missie terugtrekt voor hoognodig onderhoud, de draai gemaakt?

Na de „vreselijke aanslagen in Parijs”, vroegen zowel Frankrijk als de VS Nederland om méér te doen in de strijd. Dat zorgde voor een „nieuw weegmoment”, zegt Koenders. „Maar dat is niet doorslaggevend. De VN-resolutie waar de Russen en de Amerikanen allebei druk op houden, heeft een nieuwe realiteit gecreëerd.” Paradoxaal genoeg zijn de daaruit voortvloeiende vredesbesprekingen in Genève volgens hem een goede aanleiding om de bombardementen op te voeren. „Er is één conflict dat alleen maar politiek kan worden opgelost: dat tussen de oppositie en Assad. En er is één conflict dat alleen militair kan worden opgelost, dat met IS. Die oplossingen zijn voorwaarden voor elkaar.”

Slecht begin

Het is „ongelukkig”, zegt Koenders, dat juist de gesprekken in Genève vruchteloos zijn begonnen. Oppositiegroepen willen of mogen niet aanschuiven, en van een gesprek tussen het regime en Assads tegenstanders is nog geen enkele sprake. Met zijn ervaring in vredesbesprekingen tussen rebellen en de Malinese regering kijkt Koenders daar „niet naïef” naar. „Dit is een heel ingewikkelde burgeroorlog en tegelijkertijd een grote internationale proxyoorlog [waarin de VS en Rusland, Saoedi-Arabië en Iran hun eigen conflicten uitvechten, red.] waar in vijf jaar vrijwel niet is gepraat. Het proces zal eerst gaan over de voorwaarden en wie er mag aanschuiven. Talks about the talks. Dat is al een doorbraakje.”

Volgens Koenders zal de geografische uitbreiding van de Nederlandse bijdrage geen doorbraak forceren. Maar deze behelst, met alle humanitaire en diplomatieke initiatieven waar Nederland bij betrokken is, wel extra toewijding aan de internationale strijd tegen IS.

Zo’n extra impuls is niet gegeven aan de missie waar hij zelf zijn hart en ziel in heeft gelegd: de VN-missie in Mali. Deze week werd gesuggereerd dat de twee missies tegen elkaar waren uitgeruild: de VVD kreeg de uitbreiding van de IS-missie, de PvdA zou verlenging van die in Mali krijgen. Daarvan is volgens Koenders geen sprake. „Ik ben tegen enige vorm van koppelverkoop. Het is geen seconde in mij opgekomen. Ik vind het een belangrijke missie, maar het besluit of we daarbij betrokken blijven moet apart genomen worden.”

Eind dit jaar loopt die missie af. De VVD heeft al aangegeven er genoeg van te hebben. Als er een verzoek om verlenging komt, is de kans groot dat er weer een nieuw hoofdstuk wordt bijgeschreven in het boek over Nederlands gekibbel rond militaire missies.