Trump is gestoord, gevaarlijk én geniaal

Donald Trump op verkiezingscampagne in Lowell, Massachusetts, 4 januari jl. Reuters

Nederlanders vinden Donald Trump oppervlakkig. Maar ze zijn zelf oppervlakkig, met hun makkelijke oer-Hollandse oordeel. Want de analyse die onder Trumps herrie schuil gaat, klopt, constateert Charles Groenhuijsen.

Regelmatig verdedig ik energiek de stelling dat Donald Trump ‘gestoord, gevaarlijk en geniaal’ is. Met de eerste twee kwalificaties zijn mijn toehoorders het gretig eens. Ze vinden Trump een bombastische branieschopper en seksistische schreeuwlelijk. Minder fans zijn er voor mijn compliment ‘geniaal’. Een politicus met wie je het zó oneens bent, noem je niet geniaal.

Maar stel dat de marketingmanager van Coca-Cola, Marlboro of McDonalds met weinig geld wel bakken publiciteit binnenhaalt, (het product is ‘the talk of the town’) en dat hij de omzet verdubbelt. Zo’n marketingbaas is geniaal, al is zijn product allesbehalve gezond. Donald Trump is een politieke marketingmanager: ongezonde ideeën, maar hij verkoopt ze op geniale wijze.

Nederlanders vinden hem oppervlakkig. Maar ze hebben niet door dat ze zelf oppervlakkig zijn, met hun makkelijke oer-Hollandse oordeel. Zo vergeten we graag dat de analyse, die onder alle Trumps herrie schuil gaat, voor een groot deel klopt.

Tientallen miljoenen kiezers voelen zich tekort gedaan, en terecht. Hun banen verdwijnen, de kloof tussen arm en rijk wordt wijder, het minimumloon blijft in veel staten heel laag, arme buurten verkrotten, gezondheidszorg is nog te vaak onbetaalbaar, scholen verkommeren, openbaar vervoer is belabberd of afwezig. In hun ‘good old USA’ moeten deze nijdige kiezers ook nog eens aanzien dat illegalen ongestraft het land binnenkomen, homo’s mogen trouwen, marihuana legaal wordt en president Obama wapenbezit wil aanpakken.

Waar is the American Dream gebleven?

Ze worden wel de ‘fuck you boys’ genoemd: boos, gefrustreerd, rancuneus. Trump geeft hoop aan deze stille meerderheid. Zijn boodschap is succesvoller dan die van welke andere kandidaat ook. „Hij zegt wat ík denk”, zeggen deze kiezers. Niet voor niks schrijft de conservatieve Wall Street Journal: „Trump is een betere politicus dan we ooit voor mogelijk hielden.”

Ik moet vaak terugdenken aan Ronald Reagan, president tussen 1980 en 1988. „Beetje ’n dommerdje”, wisten we in Europa, óók toen de snaakse oud-gouverneur van Californië grappend en grollend Amerika en het Witte Huis veroverde. Bijna met leedvermaak schreven commentatoren dat hij oud-acteur was, een B-acteur zelfs. Dan weet je als transatlantische wijsneus zeker: „Díe hoeven we niet serieus te nemen”. Reagan schold tot afschuw van de hele wereld op Trumpiaanse wijze op de Sovjet Unie („evil empire, leugenaars, criminelen”), maar sloot wél een vergaand rakettenakkoord met Michael Gorbatsjov. Het resultaat telt. Ook voor populisten.

Reagan en Trump verschillen, maar de Nederlandse reactie van toen en nu vertoont sterke overeenkomsten. We kruipen achter het behaaglijke gelijk van onze polderdijkjes en beschimpen de miljoenen ongeïnformeerde Amerikanen die slaafs achter zo’n halve gare aanlopen. Daaraan voegen we graag een negatief oordeel toe over de povere kwaliteit van de Amerikaanse democratie. Daar is veel mis mee, kijk alleen maar naar de vergiftigende werking van geld. Maar we vergeten dat duizenden kiezers bijna dagelijks uren in de vrieskou staan te wachten bij rally’s van Donald Trump. Dat is bijzonder. Want zeg nu zelf: hoeveel fans trekken Mark Rutte, Sybrand Buma, Emile Roemer of Geert Wilders op een snoeikoude winteravond in Emmeloord, Enschede of Ermelo?

Is het allemaal gebakken politieke lucht? Vanaf de eerste dag van zijn campagne hebben analisten en journalisten zijn roemloze politieke einde voorspeld (zoek op Google op ‘Trump, beginning of the end’ en je krijgt 31 miljoen hits). Maar aanstaande maandag, na de eerste voorverkiezing in Iowa, weten we écht of Trump kiezers kan trekken. Of hij Ted Cruz, Marco Rubio en Jeb Bush kan verslaan. Het uur van de waarheid nadert snel.

Trump negeert intussen hooghartig alle kritiek – zowel de felle aanvallen van de Democraten als die van zijn eigen Republikeinse partij. Zelfs de doden tonen hun afkeer van ‘The Donald’. Zo geven overledenen in rouwadvertenties hun laatste hartstochtelijke wens: „In plaats van bloemen: stem níet op Donald Trump”. Hij geniet intussen van de kritiek.

Anderen schilderen, of schrijven gedichten. Trump houdt ervan grote zakendeals te sluiten

Trump is sowieso niet onder de indruk van de collectieve Nederlandse en Europese weerzin tegen zijn politieke circusnummer. En ook binnenslands gaat hij onverstoorbaar zijn gang. Kritiek immers, genereert nog meer publiciteit. Die aanpak heeft hij geperfectioneerd.

Een beroemd voorbeeld. In 1979 bouwde de toen 33-jarige Trump op Fifth Avenue in hartje Manhattan de tweehonderd meter hoge Trump Tower, met winkels en superluxe appartementen voor ‘the rich and famous’. Om dat te doen, moest hij een gebouw slopen met prachtige Jugendstil beelden op de gevel. Heel kunstminnend New York liep tegen hem te hoop: hoe stuitend ging deze blaaskakerige multimiljonair met kunst om!

Toen de beelden na maandenlange publiciteit dan toch onder de slopershamer vielen, was dat nationaal én internationaal nieuws. Trump kijkt er met schaamteloos genoegen op terug. Het was een perfecte pr-stunt. De rijkaards die tussen de vijf en tien miljoen dollar aan een appartement kunnen besteden, wisten vanaf dat moment dat ze daarvoor bij Trump moeten zijn. En kochten ze dat appartement níet vanwege die kapotgeslagen beelden? Nee toch? Nou dan! Dit is marketing in Trumpstijl. There is no such thing as bad publicity.

En vergeet niet: we zien slechts een deel van Donald Trump. De politieke schreeuwlelijk, de kandidaat die geen dag voorbij laat gaan zonder grove beledigingen. Zijn grondregels luiden: ‘Overdrijf. Wees onvoorspelbaar. En blijf politiek incorrect”.

Het is niet fijnbesnaard, wel effectief.

Er is een andere Trump. Maar die zien we af en toe, bijvoorbeeld in zijn bestseller The art of the deal (1987). Trump laat er in optekenen: „Ik doe het niet voor het geld. Ik heb meer geld dan ik ooit kan opmaken. Het sluiten van ‘deals’ is een kunstvorm. Andere mensen schilderen of schrijven gedichten. Ik houd er van zakendeals te sluiten, liefst heel grote”.

Van zijn vader, ook een hele succesvolle ontwikkelaar van onroerend goed, heeft hij geleerd om slim en sluw gebruik te maken van de belastingvoordelen van overheden. Zijn eerste grote project was de renovatie van het oude, tweeduizend kamers tellende Commodore Hotel op Manhattan. Dat is nu The Grand Hyatt naast Grand Central Station. Het eerste en laatste gebouw waar zijn naam níet groot op de gevel staat.

Ook peuterde hij bij de gemeente New York, na gestaag en gewiekst onderhandelen, een kolossale belastingverlaging voor veertig jaar los. Toen een journalist naar het waarom van die veertig jaar vroeg, antwoordde Trump: „Omdat ik niet om vijftig jaar vroeg.”

Trump zet alle politieke wijsheden op zijn kop. De politieke zwaartekracht heeft geen vat op hem. Hij is behalve ‘gestoord, gevaarlijk en geniaal’ dus ook heel geduldig – als het hem uitkomt. Een populistische pragmaticus. Blijft hij dat als hij president zou worden?

Vergeet even zijn politieke ideeën, daar kunnen we toch niks tegen doen. We krijgen tot november een politieke titanenstrijd te zien. En er staat écht iets op het spel. The Greatest Political Show on Earth dus. Enjoy!