Spoiler alarm: wat houdt een recensent onder de pet?

Overleeft Leonardo DiCaprio de hel van modder, bloed en ijs nu wel of niet? Als de film over een geplaagde pelsjager met hem in de hoofdrol eindigt, smelt er „warm bloed door de sneeuw”, schreef Coen van Zwol in zijn recensie van ‘survivalwestern’ The Revenant, die deze week in première ging. Maar wiens bloed – en hoeveel?

Een enkele lezer zag een doodzonde in het slot van die recensie: bespreker verklapt afloop. Spoiler alert! Maar volgens mij schreef Van Zwol er netjes omheen, en blijft het ambigu of de man die eerder al ten onder ging met de Titanic, nu wél het vege lijf weet te redden (Razernij in de sneeuw, 27 januari).

Hoe gaat de krant om met spoilers?

Het streven van de filmredacteuren van de krant is in elk geval: de film beoordelen, met de nodige informatie over de plot, maar als het even kan zonder een verrassende wending of afloop te ‘verklappen’. Zeker in genres die het daar van moeten hebben, zoals thrillers of avonturen met de kettingzaag.

Dat geldt ook voor televisie. In zijn bespreking vooraf van de nieuwe reeks The X-Files die deze week begon, hield ook mediaredacteur Wilfred Takken rekening met de lezer. Niet zo moeilijk, in dit geval: „Bij The X-Files is er toch geen touw aan vast te knopen, dus ik zou het niet eens kunnen navertellen.”

Maar het gaat niet altijd goed. Een boekenredacteur die, per abuis, in een bespreking van een boek naar aanleiding van de populaire tv-serie The Killing de afloop van het derde seizoen onthulde (dat nog in Nederland moest worden uitgezonden), kreeg een bak woedende e-mails van lezers.

Weekendje verpest, bedankt.

Maar soms zoeken lezers spoilers op laag water. Onlangs protesteerde een lezer bij mij tegen een „verder goed” artikel over misdaaddocumentaires omdat redacteur Peter Zantingh de ontknoping vermeldde van The Jinx, over de van meervoudige moord verdachte Amerikaanse miljonair Robert Durst.

Zantingh beschreef hoe Durst in de laatste aflevering „‘per ongeluk’ drie moorden bekende toen hij met zijn microfoontje om naar het toilet ging” (Soms zijn de feiten krankzinnig genoeg voor een misdaadserie, 4 januari 2016). Dat was de apotheose van de serie en ik kan me voorstellen dat de lezer dit liever nog niet had willen weten, als hij die zes uur lange serie had gemist.

Alleen, dit ging niet om fictie, maar om een journalistieke documentaire die vorig jaar het nieuws haalde. Zantingh schreef toen al over de ‘bekentenis’ van Durst, onder een kop die ook niet veel aan de verbeelding overliet: „Ik vermoordde ze allemaal” (17 maart 2015). Hij kreeg toen geen enkele klacht over spoilers. Een vergelijkbaar stuk stond vier dagen eerder in de Volkskrant.

Toch voelde deze lezer zich bedrogen, want zulk groot nieuws was dit nu ook weer niet geweest, hij had zich verheugd op die serie en vraagt of er iets over spoilers kan worden opgenomen in het Stijlboek van de krant. Een regel om er in de tekst van een artikel voor te waarschuwen, bijvoorbeeld, zoals op sites die films en tv-series bespreken.

Geen gek idee, vindt Zantingh, want de tijd dat iedereen op hetzelfde moment naar hetzelfde programma keek, is al lang vervlogen.

„Steeds meer mensen kijken op hun eigen moment naar zo’n serie, dus wanneer mag je aannemen dat de lezer het inmiddels wel weet?”

Maar moet er dan een mannetje met een rode vlag wapperen in elke recensie?

De harde lijn is: wat een gezeur. Op de keper beschouwd is de hele krant één grote spoiler: journalisten zijn er immers om zaken te ‘verklappen’, niet om ze onder de pet te houden. De voetbaluitslagen, zegt een redacteur, staan per slot van rekening ook al op Teletekst voordat Studio Sport begint.

Dus, is dan het advies: als u onbevangen naar een concert of film wilt of een tv-serie wilt bekijken: niets lezen van tevoren. Zoals muziekredacteur Kasper Janssen zei: anders ga je tijdens het concert de recensie zitten controleren.

Bovendien, soms kan een recensie nu eenmaal niet heen om een beoordeling van het slot, of plotwendingen. Die categorisch ‘verzwijgen’ (ook een moderne doodzonde in de media!) betekent vooral: aan de commerciële leiband van producenten en uitgevers lopen.

Een zachtere, of genuanceerde lijn die de recensenten die ik sprak als regel volgen, is deze: in principe heb je het recht alles te vertellen, maar het is wel zo sympathiek dat alleen te doen als het echt nodig is voor de recensie. Recensiejournalistiek heeft niet alleen een informatieplicht, maar is ook een dienst aan de lezer en die bewijs je juist geen dienst door zijn plezier te bederven (anders dan door een oordeel).

Filmredacteur Van Zwol zegt het zo: „Je wilt films in context plaatsen en beoordelen – dus ook de lezer adviseren: gaan of niet? Maar in films die het moeten hebben van suspense ben je een spelbreker als je die verklapt. Alleen onaangename lieden doen dat.”

Tot zover het bewegende beeld. Maar voor het bespreken van romans geldt iets vergelijkbaars, zegt literair redacteur Arjen Fortuin: „Het is niet vriendelijk te veel te verklappen over de afloop van een roman.” Al kan het nodig zijn juist het slot van een boek te bespreken, bijvoorbeeld als in een mislukte thriller al vanaf de eerste pagina duidelijk is dat de butler het wél gedaan heeft.

Maar in het algemeen, zegt hij, is een boek domweg navertellen de kortste weg naar een doodsaaie recensie. Overdreven angst voor spoilers is bovendien een onderschatting van de lezer, vindt Fortuin: „Een echt goed boek is tegen elke spoiler bestand.”

Moet de krant nu voortaan met dat vlaggetje gaan wapperen?

Het lijkt mij een illusie dat je lezers kunt adviseren hun vingers in hun oren te stoppen, pardon voor hun ogen te houden, halverwege een stuk. Dat zou net zo’n ambigue waarschuwing worden als de bijsluiter ‘het zijn schokkende beelden’ in tv-journaals.

Ik verklap het maar: enige zelfbeheersing van de recensent is dan beter.