Pop-up 2 van DWDD vol verrassende combinaties

G.J. Zaalberg van Zelst, Model p-v-t-vlak (1898).Foto Tom Haartsen

Kunst maken is een kunst, het tentoonstellen ervan is dat niet veel minder. Dat leert de tweede DWDD-pop- up-expositie in het Amsterdamse Allard Pierson Museum.

Negen niet-professionele conservatoren dwaalden door de depots van twaalf musea, maakten hun keuze en richtten er een zaaltje mee in. Meer nog dan DWDD-pop-up-1 leverde dat verrassende confrontaties op. Iedere samensteller kan dankzij concept of invalshoek ook kwalitatief minder werk tonen.

Zo misstaan twee stukken van koffiepottomaan Klaas Gubbels niet in Paul de Leeuws vermakelijke opstelling, waarin niet Vanitas maar Obesitas het middelpunt vormt (‘Aan tafel!’).

In de verzameling zeestukken die Daan Roosegaarde koos uit het Scheepvaartmuseum, sluiten twee flinke lappen klotsende deining van Oscar Mendlik naadloos aan bij twee fraai gepenseelde, negentiende-eeuwse zeestukken van P.J. Schotel en Willem Gruyter jr. Uitgekiend lijnde Roosegaarde bovendien de horizon van alle geëxposeerde doeken.

De keuze van Carice van Houten uit de Kröller Müller-kelders wekt heel wat minder enthousiasme. Ondanks fraaie stukken (Sluyters, Jan Veth, Fantin Latour) lijkt haar zaaltje vooral een onnozele meisjeskamer, wat wordt onderstreept door haar bijschrift over een uitverkoren Breitner-zelfportret: ‘Grote jongen die dit krachtige werk dan in het depot achterlaat. Een beetje gastconservator kiest toch een Breitner.’ Een ‘beetje gastconservator’ blijkt ook Pauline Cornelisse, die aan de hand van objecten uit het Tropenmuseum een Japanse rommelzolder presenteert.

Sander ‘Lucky TV’ van de Pavert voorzag een aantal weinig opmerkelijke portretten van Oranjetelgen van niet zijn beste ‘Willy’s’.

Daarmee komen we aan de pop-up-toppers. Wim T. Schippers herschiep een depotsfeer met objecten uit het Universiteitsmuseum Groningen (met opgezette meeuwen als leidraad), Beatrice de Graaf (Nationaal Militair Museum) verbeeldt aan de hand van beenprotheses, schilderijen en uniformen de kwetsbare soldaat, Sywert van Lienden haalde uit het Bonnefantenmuseum een volstrekt meesterstuk (Grayson Perry’s The Walthamstow Tapestry, 2009) en omlijst dit passend.

Maar het hoogtepunt van DWDD-pop-up 2 is de Wunderkammer die Robert Dijkgraaf samenstelde, uit het bezit van Museum Boerhaave en Teylers Museum. Een ware verzameling van zeldzaamheden, die afzonderlijk verwondering wekken, maar door de manier van exposeren grote bewondering oproepen.

Dijkgraaf doet wat hij in zijn muurtekst beweert – de scheiding van kunst en wetenschap opheffen. Ware Ars Combinatoria: achter een mammoettand de aquarel van een in vorm overeenkomstige gletsjer, drie historische magneten die elkaars schoonheid versterken, dito bij de combinatie van een tulpenprent met een fossiele zeelelie uit het Trias. Dit alles opgesteld in historisch expositiemeubilair – alles klopt bij Dijkgraaf. Hulde!

Hetzelfde geldt voor de uiterst geslaagde catalogus van beide pop-up-expo’s, samengesteld door DWDD- redacteuren Dieuwke Wynia en Pieter Eckhardt. Als kunstige kunsttentoonstelling is DWDD-pop up 2 een must.