Op hotdogs naar de wereldtop

Vier keer per jaar trekt een grote groep Amerikaanse veldrijders naar Nederland en België. Hier zoeken ze aansluiting met de top.

Foto Merlin Daleman

Rook stijgt boven de met stars and stripes beplakte campers uit. Het is negen uur ’s ochtends en de barbecue staat aan. Op het rooster een pannetje met hotdogs. De campingtafel ernaast bezaaid met ketchup, mosterd, mayonaise en augurken. Een Amerikaans vlaggetje als decoratie. Tobin Ortenblad (21), gehuld in een met stars and stripes bedrukt fietstenue, combineert de ingrediënten tot een „American breakfast”. Zijn voorbereiding voor een wedstrijddag.

Tussen de Belgen, Nederlanders en andere Europeanen is de Amerikaanse veldrijdersenclave makkelijk te herkennen. Onder leiding van Geoff Proctor, een trainer van de Amerikaanse wielerbond USA Cycling, steken twintig jonge veldrijders viermaal per veldritseizoen de oceaan over. Op pelgrimstocht, zo omschrijven Proctor en zijn renners het.

Het ontbreekt Proctor en zijn volgelingen niet aan een gevoel voor drama. „We zijn hier op heilige grond”, zegt Gage Hecht. Ook hij komt superlatieven tekort om het veldrijden in Nederland en België te omschrijven. „It’s amazing.”

Het trainingskamp in Europa wordt voor de veertiende keer gehouden door Proctor – sinds enkele jaren met hulp van de Amerikaanse wielerbond, daarvoor deed hij het alleen. Los van de bedevaart die het volgens hem is, is het een praktische oplossing. „Vier keer per veldritseizoen naar Europa vliegen is goedkoper dan van staat naar staat vliegen in de VS voor wedstrijden.” En het niveau is hier een stuk hoger.

De Amerikaanse wielerbond heeft een uitvalsbasis in Sittard. Daar staat het materiaal dat gebruikt wordt voor wedstrijden in Europa. Veldrijden, mountainbiken en wielrennen: al het materiaal staat in Sittard. Alleen de fietsen worden overgevlogen.

„You can’t get demoralized by this. You have to think, fuck it.” Proctor staat met zijn renners op het parcours. Hij wil dat Gage Hecht (17) met zijn fiets over een hindernis springt, in plaats van dat hij afstapt. Hecht twijfelt, maar springt uiteindelijk toch. „He keeps me safe.” Nee, hij doelt niet op zijn trainer. „God.”

Voor het begin van elke race ritst hij zijn Team USA-shirt open, haalt een ketting met daaraan een kruisje tevoorschijn. Terwijl zijn handen rusten op het stuur, het kruisje tussen zijn vingers, bidt hij. „Ik bedank Hem dan voor alles, en vraag Hem mij en de andere rijders veilig te houden.”

Cyclocross is de snelst groeiende fietsdiscipline bij de Amerikaanse wielerbond, zegt Proctor trots. Hij hoopt binnenkort fulltime met veldrijden aan de slag te kunnen, maar die luxe heeft hij op dit moment niet. Hij doet dit op vrijwillige basis. „Ik verdien er niets aan, al mijn vakantiedagen gaan er wel aan op.” In het dagelijks leven is hij docent.

Of de Amerikanen een voorbeeld hebben? Niet Amerikaans kampioen veldrijden Jeremy Powers, maar Sven Nys, klinkt het veelal. Proctor knikt instemmend. Met zekere trots: „Ik heb met Nys gereden, die man kan echt alles.”

De reactie van de jonge veldrijders illustreert het probleem waar cyclocross mee kampt in de VS. Het ontbreekt de sport aan iconen, een historie. „En aan geld en media-aandacht”, zegt de trainer. Hij hoopt dat één van zijn pupillen doorbreekt. „Dan volgt de rest vanzelf.”

„Veldrijden is een volkssport in België”, zegt Proctor, die zelf jarenlang in het achterveld van verschillende wielerdisciplines heeft gereden. In de VS staan hoogstens de ouders van een veldrijder langs het parcours. „De publieke belangstelling is hier amazing. Een gemiddelde cross trekt bij ons misschien hoogstens een paar honderd toeschouwers. In Nederland en België zijn dat er tien keer zoveel.

Vraag de groep Amerikanen naar de verschillen tussen de VS en Europa en ze wijzen je allemaal op het niveauverschil. De jongens en meiden die meegaan op trainingskamp rijden thuis mee om de prijzen. Proctor: „De Amerikaanse topvijf van elke leeftijdsklasse zit in deze campers.” En hier, op heilige grond? „Op een goede dag finishen twee van mijn rijders in de toptien.”

Het zijn twee verschillende werelden, weet de groep. Alleen de absolute toppers krijgen aandacht in de VS, bekend bij het publiek zijn er niet veel. „Als je tiende wordt, kent niemand je, dat is hier wel anders. In België spreken ze je de volgende week nog aan over je 39ste positie van een paar weken geleden,”

Als het aan Proctor ligt, komt daar snel verandering in. Ortenblad is het met hem eens. Terwijl hij voor de zoveelste keer een hotdog wegwerkt – met mayo, mosterd, ketchup en augurk – legt de 21-jarige uit dat zijn generatie voor het eerst in de Amerikaanse veldritgeschiedenis bij de top mee gaat draaien. „You wait and see.”