Muiterij in het museum

Scheepvaartmuseum VVD-coryfee en oud-burgemeester Pauline Krikke zou als directeur de rust herstellen in het door onmin en tegenslag geplaagde Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het liep anders; al na een jaar moest ze weg. Reconstructie van een museumcoup.

Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam

Pauline Krikke begrijpt nog steeds niet wat haar is overkomen, zeggen medewerkers van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Ruim een jaar was de VVD-senator en ex-burgemeester van Arnhem directeur van het prestigieuze museum, totdat personeel en Raad van Toezicht haar eind vorig jaar het werken onmogelijk maakten. Het middel: een ’s avonds laat door het voltallige managementteam geschreven en ondertekende brandbrief aan de toezichthouders, opgesteld op advies van een haastig ingehuurde advocaat.

Het Scheepvaartmuseum was in het najaar van 2011 na een kapitale, vier jaar durende verbouwing met veel bravoure heropend. Het profileerde zich als een boegbeeld van cultureel ondernemerschap en maakte in het eerste jaar de beloftes meer dan waar, met een recordaantal van 476.000 bezoekers.

Daarna waren er tegenslagen. Tijdens een dancefeest met een hoog penozegehalte in het vernieuwde museum werd een bezoeker vermoord; de op handen gedragen directeur Willem Bijleveld stapte na 18 jaar over naar het Openluchtmuseum, de bezoekersaantallen daalden naar een ‘normaal’ niveau van rond de 300.000 en de Raad voor Cultuur – het belangrijkste adviesorgaan van de overheid – oordeelde dat het museum te veel overhelde naar entertainment, en te weinig oog had voor haar museale taak.

In dezelfde periode zwaaide de Friezin Pauline Krikke (54) na twee termijnen af als burgemeester van Arnhem. Vanuit de Gelderse hoofdstad, waar ze bleef wonen, verhuurde ze zich als consultant aan onder meer de gemeente Amsterdam. Ze verdiende beter dan voorheen, maar echt uitdagend vond ze het niet.

Het was headhunter David de Goede van Corporate Casting die haar belde over het Scheepvaartmuseum. Zijn bureau „laat zich inspireren door film en theater”. Toen een andere kandidaat afzag van de baan, castte De Goede in plaats daarvan Krikke (tegen een fee van 30.000 euro) voor de rol van museumdirecteur. Zij moest het museum in rustiger vaarwater brengen.

Directief en intimiderend

Het tegendeel gebeurde. Ruim een jaar na haar aantreden, op 24 november 2015, schreef een zevental leden van het managementteam in de brandbrief dat er een „organisatorische, inhoudelijke, beleidsmatige en culturele impasse was ontstaan”. Dat was – vonden de medewerkers – volledig te wijten aan Pauline Krikke.

Ze was geen „mensenmanager” maar opereerde „directief” en „intimiderend”. Ze zou zich „nauwelijks voorbereiden op overleg” en „vooraf gestuurde stukken niet lezen”, aldus de brief. Ook reisde ze „eigenstandig” naar een zustermuseum in de VS, was er gedoe over „een businessclass ticket à 4.000 euro” voor een fondsenwerver en zou de directrice „medewerkers charteren voor persoonlijk gewin, in de vorm van persoonlijke gunsten als een presentatie en rondleiding voor persoonlijke contacten”.

Goed bereikbaar was ze evenmin, ondanks haar fulltime aanstelling (die werd ingekort toen ze in de Eerste Kamer kwam): „Mevrouw Krikke is hoogstens drie dagen per week, in de praktijk vaak nauwelijks twee [...] in het museum aanwezig en geeft geen inzicht in haar werkagenda. Ook haar secretaresse heeft op de externe dagen geen zicht op haar activiteiten en kan niet plannen of mevrouw Krikke bereiken”, aldus het schrijven.

En dus moest zij sneuvelen, vonden de briefschrijvers: „De problemen [...] zijn zo hoog opgelopen dat wij van mening zijn dat dit niet meer te repareren is.”

De apotheose kwam een dag later, op 25 november 2015, tijdens een overleg tussen het managementteam en Krikke. Plaats van handeling: een van de transparante vergaderhokken op de directieafdeling bovenin het museum, schuin tegenover het eveneens glazen directiehok van Krikke zelf, herkenbaar aan de grote blauw met gele meubels die zij uit Arnhem had meegenomen.

Voorafgaand aan het overleg had het managementteam buiten het museum vergaderd met Hans Gerson, toezichthouder en oud-wethouder van Amsterdam. Gerson raakte eind 2014 bij het museum betrokken, en had zich een jaar lang verbaasd over de gang van zaken.

Het leek alsof alle geledingen van het complex georganiseerde museum ruzie hadden. Het boterde niet tussen de voorzitter van de raad van toezicht en de andere leden van die raad, niet tussen directie en personeel en niet tussen personeel en toezichthouders.

De problemen [...] zijn zo hoog opgelopen dat wij van mening zijn dat dit niet meer te repareren is

Brandbrief van zeven managers

Ook schuurde het tussen de Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum – formeel de eigenaar van de collectie en Het Compagnie Fonds, in 2008 opgericht om nieuwe rijken bij het museum te betrekken. Zij verschilden van mening over wat het museum moest zijn: een gedegen uitstalplaats voor historische atlassen, kisten en scheepsmodellen, of een museum dat opvalt met blockbustertentoonstellingen en markante aankopen, waarvoor het makkelijker fondsen werven is dan voor een bestaande collectie.

Pauline KrikkeFoto Remko de Waal/ ANP

De snelle escalatie van het conflict had de raad van toezicht onderschat. Verwonderlijk was dat niet. De onbezoldigde toezichthouders waren buiten een enkele vergadering en opening zelden in het museum te vinden.

De raad van toezicht had op 20 november nog „het vertrouwen” uitgesproken in Krikke. In overleg met alle betrokkenen was besloten dat zij een coach zou krijgen, en een mededirecteur voor personeelszaken. Maar Gerson was in het tussenliggende weekeinde tot de conclusie gekomen dat een zachte oplossing onhaalbaar was, gezien de frustratie bij het personeel. Als jullie echt zo boos zijn op Pauline, dan moeten jullie haar dat zelf maar vertellen – had hij de leden van het managementteam voorgehouden. Stuk voor stuk, in haar gezicht, in het glazen hok waar de vergadering gepland stond.

Het gesprek voelde, zo zou Krikke Gerson nadien voor de voeten werpen, als een „groepsverkrachting”. „Hoe gaan we de komende weken verder; er moet nog zoveel gebeuren”, zei Krikke in het hok, nadat de zeven MT-leden haar hadden overladen met verwijten. Het was uiteindelijk Hans Gerson die duidelijk maakte dat er voor haar geen toekomst meer was bij het museum: „Er is een brief waar alles instaat. Ik stuur je hem”.

Krikke maakte haar werkdag gewoon af. Die avond was ze nog gastvrouw bij een relatie-evenement dat ze zelf had binnengehaald. Ze proostte er met vastgoedtycoon Cor van Zadelhoff, die ruimhartig had bijgedragen („honderdduizend euro”– laat hij weten vanaf het Wold Economic Forum in Davos) aan de opknapbeurt van de Koningssloep, de „gouden koets te water”, die medio oktober na een afwezigheid van acht jaar een nieuwe publiekstrekker van het museum moest worden.

Daarna zette ze geen voet meer in het museum. Half december volgde een persbericht waarin stond dat „de Raad van Toezicht en Krikke geen overeenstemming konden bereiken over de aard van de uitdagingen waar het museum voor staat”. Begin januari leverde ze haar mobiele telefoon en iPad in op het kantoor van de advocaat van het Scheepvaartmuseum.

Haar directeursschap lijkt achteraf gedoemd te mislukken. Op de dag voor Krikke begon, 1 oktober 2014, bleek dat haar voorganger had gefaald in zijn poging medewerkers te ontslaan. Zo begon VVD-coryfee Krikke met tien beschadigde boventalligen, die zwaar op de balans van het museum drukten.

Krikke vond al snel dat er vanuit het museum te weinig frisse ideeën voor bijvoorbeeld nieuwe tentoonstellingen werden aangedragen. Het management wond zich intussen op over het feit dat Krikke het uitwerken van de toekomstplannen niet zelf ter hand nam maar uitbesteedde aan een extern bureau. Met het naderen van de deadline van 1 februari 2016, de dag dat alle culturele instellingen hun meerjarenplannen bij de Raad voor Cultuur moeten indienen, liepen de spanningen steeds hoger op.

Correspondentendiner

Door de verstoorde verhoudingen gingen ondertussen de meest knullige zaken mis. Zoals het binnenhalen van het Correspondentendiner – een evenement naar Amerikaans voorbeeld waarbij Mark Rutte op 10 februari aanstaande een komische speech houdt tijdens een diner met journalisten.

De organisatie van het diner had het overdekte binnenplein van het museum op het oog als locatie voor de eerste editie, en belde Krikke. Haar leek het mediagenieke evenement een uitgelezen mogelijkheid om Rutte naar haar museum te halen, maar het binnenplein bleek al verhuurd. Krikke legde zich er niet bij neer.

„Onlangs werd Het Scheepvaartmuseum geconfronteerd met een dubbele boeking waarbij de salesmanager gedwongen werd een aanbieding te doen aan een klant uit het persoonlijke netwerk van mevrouw Krikke. Dit leidde tot een impasse betreffende de reeds overeengekomen huur en klant”, schreef het managementteam in haar brandbrief.

Het zat net anders, want Krikke kende de organisatoren niet persoonlijk. Maar voor het eindresultaat – geen Correspondentendiner in het Scheepvaartmuseum maar in de Beurs van Berlage, nog meer onderlinge wrevel – maakte dat allemaal weinig uit.

Er zijn nog legio voorbeelden van miscommunicatie, frustraties en onbegrip – culminerend in de woedende brief vol verwijten aan het adres van Krikke. De opstellers kenmerken hun epistel inmiddels als „haastig” en „allerminst uitputtend”, maar zijn blij dat zij het onmogelijke voor elkaar hebben gekregen: dat zij als personeel zwaargewicht Krikke naar huis hebben weten te sturen.

Bestuurders en toezichthouders likken hun wonden. Zo hult de raad van toezicht, die onder vuur ligt omdat zij de affaire liet escaleren, zich in stilte over de brief. De raad heeft zich ertoe beperkt Krikkes antwoord – drie pagina’s weerlegging van de aantijgingen – na afloop van haar vertrek aan het personeel te sturen „zonder zich uit te spreken over de inhoud”.

Daardoor is niet duidelijk of Krikke de meeste blaam treft, het personeel, de raad van toezicht, of dat de spanning tussen de commerciële koers en de museale taak de verhoudingen vertroebelt.

Diverse toezichthouders hebben de afgelopen weken getracht de zaak ‘op persoonlijk vlak’ uit te praten met de VVD-politica, maar kwamen niet verder dan ongemakkelijke en ijzige gesprekken. Hans Gerson is uit de raad van toezicht gestapt om als interim-directeur te proberen wat Krikke niet lukte: rust te brengen in het museum, en de bonte verzameling van subsidiënten, weldoeners, verzamelaars en toezichthouders terug te krijgen in het hok.

De meubels van Pauline Krikke heeft hij per direct uit het glazen directiehok laten verwijderen.