‘Moral majority’ verliest in al het geschreeuw haar stem

Duizenden studenten zingenchristelijke lofliederen voor Trump, voorafgaand aan zijn speech aan  Liberty University eerder deze maand. Foto Chip Somodevilla / Getty Images / AFP

no producer

God leeft in Amerika. Liberty University is daar het beste bewijs van. De universiteit telt ruim 11.000 studenten, die wonen op een uitgestrekte campus in de heuvels van Virginia. De arena van de universiteit zit drie keer per week tot de laatste stoel vol, als de studenten naar de verplichte ochtendwijding moeten. Ze zingen staand met een band mee, sommigen heffen hun handen de lucht in. „We want to wóóórship You!”

Wat Yale en Harvard zijn voor de Republikeinen en Democraten, is Liberty University voor de evangelische gemeenschap. Ongeveer een kwart van de Amerikaanse bevolking noemt zich evangelical – een orthodoxe christelijke stroming die sterk de nadruk legt op een persoonlijke band met Jezus. Hier wordt de intellectuele basis van deze beweging gelegd. Rector Jerry Falwell jr., een lange man met een baardje, introduceert presidentskandidaat Donald Trump op het podium. Een man naar Gods hart, zegt hij.

„Hij spreekt de waarheid, ook als die pijn doet, maar is gul voor vrienden. Ik belde hem eens voor een vriend die in nood zat. Hij maakte meteen 100.000 dollar over.”

Trump lijkt op Jerry Falwells vader, zegt hij. Deze Jerry Falwell, een tv-dominee, stichtte Liberty University in 1972, en maakte de evangelische beweging zo een machtsfactor in de Amerikaanse politiek. „Mijn vader leek op Donald Trump. Hij was politiek incorrect, liet zich niet de mond snoeren.” Falwell haalt het Nieuwe Testament aan:

„‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen.’ Trump heeft heel wat vrucht gedragen.”

Trump komt op. Hij citeert de Bijbel verkeerd, zegt dat zijn boek The Art of the Deal een bijna even grote bestseller als de Bijbel was, zegt zelfs „damn”. Toch krijgt hij de steun van Jerry Falwell jr.

Moreel verval

Iowa, de eerste staat waar maandag voorverkiezingen gehouden worden, is een godvruchtige staat. De Republikeinse kiezers die komen opdagen, zijn meestal actief in de kerk. Iedere Republikeinse kandidaat dingt dan ook vlak voor het begin van de voorverkiezingen naar de steun van de evangelische gemeenschap.

Sinds de jaren zeventig hebben de evangelische gemeenschap en de Republikeinse partij een bondgenootschap. „Eerder waren we nooit politiek georganiseerd. We leefden vooral voor het leven ná de dood”, zegt dominee Russell Moore, leider van de Southern Baptist Convention, de grootste evangelische organisatie. Een uitspraak van het Hooggerechtshof veranderde dat. In 1973 werd abortus overal toegestaan in de VS. De evangelische beweging, die tot dan toe nauwelijks in het onderwerp geïnteresseerd was, gebruikte die uitspraak volgens Moore als moment van politiek ontwaken. Jarenlang hebben de evangelicals het denken bij de Republikeinen gedomineerd. Jerry Falwell, lang de absolute leider, beïnvloedde onder meer Ronald Reagan met zijn ideeën over homoseksualiteit, abortus en porno.

De televisiegenieke dominee Billy Graham organiseerde massabijeenkomsten tegen het ‘moreel verval’ in Amerika, vooral de seculiere elites. Deze marsen werden op televisie uitgezonden en bereikten een miljoenenpubliek. Republikeinen gingen familiewaarden uitdragen, en evangelische voorgangers een Amerikaans kapitalisme. Succes vind je door hard te werken, falen is je eigen schuld. De verzorgingsstaat, en andere linkse ideeën, verstoren de goddelijke orde. Zo vonden evangelicals en Republikeinen elkaar. Russell Moore, ooit een Democraat, stapte over naar de Republikeinen. George W. Bush, een wedergeboren christen, heeft tijdens zijn verkiezing in 2000 en 2004 veel te danken gehad aan de evangelische stem.

Er zijn vreselijke dingen aan de hand in mijn partij

Russell Moore dominee en Republikein

Maar hoe sterk is de evangelische stem nu nog? Liberty Unversity straalt, net als de vele megakerken langs de snelweg, macht uit. „Maar in werkelijkheid”, zegt de evangelische dominee John Dickerson, „is mijn kerk in een diepe crisis beland. We zijn heel luid, en alomtegenwoordig. Maar we zijn machteloos en verdeeld. De evangelische beweging bestaat niet meer.”

Dickerson kent de evangelische kerk als conservatieve machtsmachine van binnenuit. Zijn opa bad met Ronald Reagan op het Witte Huis, zijn vader deed dat met George W. Bush. Hijzelf was tot voor kort voorganger in een klein kerkje in Arizona, en schreef daarna een somber boek over de kerk: De Grote Evangelische Recessie.

Dickerson: „De macht van de kerk was gestoeld op het idee dat zij de zwijgende meerderheid vertegenwoordigde. De organisatie van Jerry Falwell heette niet voor niets Moral Majority. Het argument was dat de progressieve elite abortus of homorechten doordrukte, terwijl de meeste Amerikanen dat niet wilden.” Dat is allang niet meer zo. Het homohuwelijk werd, tot vreugde van de meeste Amerikanen, vorig jaar gelegaliseerd.

„Naar de evangelische kerken werd nauwelijks nog geluisterd.”

Religieuze vrijheid

Evangelicals probeerden van het homohuwelijk een tweede ‘Roe vs. Wade’ te maken, zoals de abortusuitspraak destijds heette. Legalisering van het homohuwelijk, stelden ze, bedreigde de religieuze vrijheid van gelovigen. Straks moeten ze misschien wel een homoseksueel stel trouwen, of er een taart voor bakken. Maar, erkent Dickerson:

„We hebben geen argumenten meer die aanslaan.”

Amerika verandert: het land is etnisch diverser geworden, en op sociale thema’s ruimdenkender. De evangelische beweging heeft zich uitgeleverd aan de uiterste rechtervleugel van de Republikeinse partij, en is daarom volgens Dickerson irrelevant geworden. Hoewel de Republikeinse presidentskandidaten nog hard hun best doen de steun van deze stroming te krijgen, vertegenwoordigen de kerken steeds minder mensen.

De ontkerkelijking heeft de laatste paar jaar voor het eerst echt toegeslagen bij de evangelische kerken. De afgelopen zeven jaar daalde het percentage evangelicals van 26,3 naar 25,4 procent. Niet meteen iets om van in paniek te raken, maar de beweging is verwend met decennia van grote groei.

Trump vs Jezus

Het gevolg is dat evangelicals niet langer de morele meerderheid vormen. „Ik merk dat ik steeds meer bezig ben mezelf te verdedigen”, zegt bijvoorbeeld Dominic Williams, een 22-jarige conservatoriumstudent aan Liberty University. Williams groeide op in een onkerkelijke omgeving, maar bekeerde zich rond zijn achttiende.

„Als ik tegen onkerkelijke vrienden laat vallen dat ik tegen het homohuwelijk ben, begrijpt niemand mij.”

Heeft het politieke verbond met de Republikeinen een rol gespeeld in de marginalisatie van de evangelische beweging? John Dickerson denkt van wel. Maar de evangelische leider Russell Moore ontkent dat.

„We zijn juist te weinig politiek zichtbaar geweest. Er zijn nu eenmaal geen twee partijen die voor het ongeboren leven zijn, dus roep ik mijn achterban op partij te kiezen. Er is geen keuze. De Democraten zijn vijandig geworden ten opzichte van onze waarden.”

Russell Moore maakt zich wel grote zorgen over de radicalisering van zijn beweging. Donald Trump is bij 37 procent van de evangelische kiezers favoriet. Moore zelf werkt samen met presidentskandidaat Marco Rubio. „Er zijn vreselijke dingen aan de hand in mijn partij”, zegt Moore. „Trump staat voor alles waar Jezus niet voor stond.” Tijdens de lezing van Trump op Liberty University schreef Moore een boze tweet, indirect gericht aan Jerry Falwell jr.: „Het Woord van Jezus inruilen voor politieke macht is geen vrijheid, maar slavernij.”