Moed, brood en rouwen

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft een eerste indruk.

‘In het uur van de waarheid komt het maar op één ding aan: niet op wat je zegt dat je gaat doen, niet op wat je achteraf zult zeggen dat je hebt overwogen, maar uitsluitend op wat je daadwerkelijk doet op het moment dat het gedaan moet worden’, schrijft Maarten Asscher in de bundel Moed [1]. Zijn bijdrage behandelt het morele kompas van de Leidse jurist prof. Cleveringa, niet alleen diens beroemde stellingname in 1940 tegen het ontslag van joodse hoogleraren, maar ook zijn naoorlogse houding tegenover de hypocrisie tijdens de zuiveringen.

Vijftien auteurs – onder wie de drie redacteuren ervan, Jeroen van den Eijnde, Clemens Graafsma en Kees Schuyt – bespreken ieder een door hen om hun moed bewonderde figuur. Zo ontstaat een beeld van drie categorieën helden: de openlijk protesterenden, de stille helpers en de redders. Daar voegde de Duitse essayist Hans Magnus Enzensberger nog „de helden van de terugtocht” bij, die hier ontbreken. Ongeveer de helft van de verhalen speelt in de Tweede Wereldoorlog, niet toevallig in een tijd als de onze, zoals Asscher opmerkt, „waarin het bij sommige historici modieus is geworden om net te doen alsof het verschil tussen goed en fout eigenlijk niet te maken valt, alsof moraliteit ook maar gewoon een mening achteraf is”.

Uiterst leerzaam is in dit verband het verhaal van Ybo Buruma over een arrest dat drie moedige raadsheren van het Hof Leeuwarden in 1943 wezen. Verzamelde opstellen van uiteenlopende auteurs zijn vaak een vergaarbak van willekeurigheden, deze verhalen over moed en gerechtigheid zijn stuk voor stuk briljant, informatief en uitnodigend tot morele reflectie.

Hoeveel moed er voor nodig is om te leven met een letterlijk uitzichtloze chronische ziekte, leren we uit de memoir van Anna Lyndsey, Meisje in het donker [2]. Het gaat om een volwassen vrouw met een topbaan op een ministerie in Londen, die alles moet opgeven omdat haar huid van de ene op de andere dag geen licht meer verdraagt. Geen daglicht, geen lamplicht en zelfs geen licht van een beeldscherm. Niet alleen de onbedekte delen van haar lichaam zwellen op als ze ook maar een streepje licht vangen, ook de door kleren bedekte huid reageert op het zwakste schijnsel alsof er een snijbrander op is losgelaten. In 2006 krijgt ze de diagnose: seborroïsche dermatitis, een zeldzaam syndroom dat zeer invaliderend werkt. Anna Lyndsey (een pseudoniem) verliest haar baan en moet aanvaarden dat de behuizing van haar leven voortaan een totaal verduisterde slaapkamer is, een zwarte doos. Ze verzint van alles om haar bestaan een beetje draaglijk te maken en leert zelfs in het pikkedonker met een potlood regels op papier te zetten. Zo ontstaat dit fantastische, van groot literair talent getuigende verslag van een leven zonder licht. De belangrijkste les die er uit te trekken valt is niet: houd moed, maar voorkom paniek. Misschien komt dat op hetzelfde neer.

Ook het debuut van de Amsterdamse jazz-zangeres Samira Dainan is een memoir, niet zo schitterend geschreven als die van Lyndsey, maar mooi geconstrueerd en uitstekend gedocumenteerd. Na de begrafenis van haar Marokkaanse vader, de kunstschilder en dichter Ahmed Dainan, neemt Samira veertig dagen rouw in acht, zoals bij moslims in het noordwesten van Marokko gebruikelijk is. De rouwperiode valt samen met een al lang tevoren gepland verblijf in Oost-Jeruzalem voor een muzikaal uitwisselingsprogramma. In Veertig dagen [3] wisselt de schrijfster haar intense, vaak schokkende ervaringen in Israël af met liefdevolle herinneringen aan haar schizofrene vader die in Amsterdam-West troost vond in zijn geloof. Samira komt erachter dat Jeruzalem bij uitstek de plek is om pijn toe te laten.

Herman Brood (1956-2001), muzikant en kunstenaar, blijft in het nieuws, nu weer omdat er geknoeid schijnt te zijn bij de verkoop van aan hem toegeschreven werk. Een verkooptruc is ook dat Broodje Totaal [4] door Bart Chabot niets anders blijkt te zijn dan een als nieuw gepresenteerde herdruk van het in 2011 verschenen Up On The Hilton Roof, dat weer een compilatie was van zijn vierdelige Broodbiografie. Hoe vaak kun je oudbakken brood als vers verkopen? Of is het concurrentie met de biografie van Broods weduwe? Voor nieuwkomers in de Broodkunde: Chabots tragische komedie of hilarische tragedie leest nog steeds als een hogesnelheidstrein.