‘Mijn leven gevochten tegen faalangst’

De Belg die alles won in het veldrijden, rijdt zondag zijn laatste WK, voor eigen publiek. „Ik voel me fitter en scherper dan in mijn gloriejaren.”

De ploeteraar is al reeds een meneertje. In het Antwerpse restaurant feliciteert Sven Nys sterren-chef Johan omstandig voor zijn kookprogramma op televisie. Hij meldt zich als hondstrouwe kijker. „Een topsporter die geen belangstelling heeft voor wetenschap en voeding, haalt zijn niveau naar omlaag. Het mag ook lekker zijn. Ik heb de tijd nog gekend dat renners ’s ochtends voor de koers een biefstuk naar binnen moesten werken, delicatesse is dan ver weg.”

Bourgondiër met mate, fijnproever à volonté, ascese wanneer het moet. „Ik sta nu scherper dan vijftien jaar geleden.” Dat is hem aan te zien: met zijn jukbeenderen zou hij een brood kunnen snijden. Op zijn 39ste zit geen gram vet aan lijf en leden. De ballerino is intact gebleven.

Geen wielrenner die zo hard voor zichzelf kon zijn als de afscheidnemende legende van de cross. Verzot op perfectionisme ook. Bij het dagelijkse monsteren van zijn negen fietsen denkt hij in millimeters. „Voor elke cross kies ik een fiets naar mijn gevoel en humeur. Terwijl ik niet als een romanticus sta te ijlen over boomstronken, ijspegels of moddersporen. Het is wetenschap: je houdt elkaar recht, fiets en renner.”

De meest gelauwerde veldrijder aller tijden rijdt zijn laatste WK in Zolder. Op 1 maart wordt Sven Nys eigenaar van veldritploeg Telenet-Fidea. Ploegmanager-zakenman. Na negen landstitels, twee regenboogtruien en meervoudig winnaar van nagenoeg alle klassementen en wereldbekers vindt de Kannibaal uit Baal dat het mooi is geweest. Niet dat het lichaam op is en het hoofd moe. Integendeel: „Ik voel me fitter en scherper dan in mijn gloriejaren. Met zekerheid kan ik zeggen dat ik op mijn 43ste nog altijd topvijf zal zijn in de cross. Maar ik wil nu een ander leven, anoniemer, stiller. Ik wil meer tijd maken voor mijn nieuwe vriendin An en voor mijn zoon Thibeau, die ook aan het crossen is. Daarnaast zie ik de zakenwereld als een grote uitdaging. Laatst heb ik nog een lezing gegeven voor de top van de Belgische spoorwegen. Over afzien en motivatie, over aanbidding van het vehikel en faalangst van de renner. Ik genoot intens van de aandacht, voelde mij net als in een veldrit gaandeweg boven mezelf uitgroeien. Een kick, zeg maar.”

Roeping is misschien een te duur woord, maar het verlangen om te onderwijzen is hem aangeboren. „Zelfs in een zware sport als het veldrijden waar we een uur lang ‘in het rood’ rijden, zijn details vaak beslissend. Zonder materiaalkennis wordt geen crosser nog kampioen. De keuze voor een bandenspanning lijkt onnozel, maar is het niet. Dat wil ik de jongens met wie ik ga werken bijbrengen.

„Veldrijden is een klein wereldje, maar de nijd van winst en verlies staat onderlinge communicatie vaak in de weg. Je moet ook van elkaar willen leren. Zelf heb ik ontzettend veel geleerd van wijlen bondscoach Eric De Vlaeminck. Zijn gevoel voor timing was meesterlijk. Om van zijn souplesse nog te zwijgen. Ik wil nu mijn ervaring doorgeven. Zoals de Hollandse school in het voetbal wil ik graag een school in het veldrijden lanceren. In en buiten de cross. Hoe je op een podium staat, is ook belangrijk als wervingskracht voor de sport.”

Getraind als een jong veulen

Op zijn vijfde zat Sven Nys op een mini-crossfiets. Cadeautje van zijn opa. „Ik was gek van motorcross, maar na een val met de motor heb ik voor de fiets gekozen. Ook nu, aan de vooravond, leef ik nog voor de volle honderd procent naar de WK toe. Een derde wereldtitel zou fantastisch zijn – ik heb ervoor geleefd en getraind als een jong veulen. Maar dan nog stop ik in maart. Negentien jaar lang iedere dag op de fiets stappen, was nochtans pure verwennerij. Een privilege.

„Ik heb niets gemist. Drank noch seks, rock-’n-roll noch glamour. Dure vakanties hoefden ook niet. Vorig jaar ben ik met mijn zoon een week naar de Malediven gevlogen. Dagen van grote innigheid, samen snorkelen en duiken, lachen en praten. Als vrienden zaten we daar aan het water. Dat was ook nodig na mijn scheiding. De huwelijkssplit was even moeilijk. Ik kon ineens geen koers meer winnen.

„Voor een veelwinnaar als ik was dat ontredderend. Er knaagde iets. Met Anneke is er weer balans in mijn leven gekomen. De balsem van het podium volgde, ik hoorde tijdens de cross weer mijn naam scanderen en de uitgelatenheid van de toeschouwers bij een demarrage was ouderwets. Aan respect voor de kampioen heeft het me nooit ontbroken, maar de laatste jaren is er iets bijgekomen: liefde. Ik voel me nu meer bemind dan ooit. Misschien ligt dat ook aan mij. Ik ben vrijer, openhartiger geworden. Achterdocht afgeblust. Mijn hele leven heb ik gevochten tegen faalangst. Tegen de angst ook dat het morgen misschien voorbij was. Dat een kwaaie val me voorgoed van de fiets weghield. Zeker na mijn tweede wereldtitel in Louisville was die angst bedwongen.

„Nee, een Sagannetje doen zit er niet in. Ik houd het graag ingetogen op het podium, naar mijn aard. Ik heb het altijd moeilijk om mijn hand in de heupen van een bloemenmeisje te leggen. Zoek afstand. Laatst op het Belgisch kampioenschap zag ik mijn vader naar het podium toe lopen. Op vijftig meter van mij hield hij ineens halt en zwaaide even met de hand. Dichterbij wilde hij niet komen. Hij heeft het prachtig gedaan als zelfstandig elektricien, maar de schijnwerpers heeft hij altijd gemeden. Ik begrijp dat.”

De WK van 2000 in Sint-Michielsgestel waren een kantelmoment. Nys reed voor Rabobank en de afspraak was dat er niet gejaagd mocht worden achter een ploegmaat. En dus ging Richard Groenendaal er bij de start als een speer vandoor. Nys zat gevangen in de teamdiscipline en hield de benen stil tijdens de achtervolging van landgenoot Mario De Clercq. Heel België op zijn kop. Kranten pakten uit met chocoladeletters: Verraad!

„Het was een pijnlijke ervaring die nog lang heeft nagewerkt. Ik had bij Rabobank een status aparte als wegrenner en veldrijder. Daar moest iedereen aan wennen. Je bent gauw concurrenten van elkaar, zeker als je ook iets van Parijs-Roubaix-benen hebt.

„Mijn carrièreplanning stond vast: ik wilde de geschiedenis ingaan als de man die alles won, liever dan zoveel keer wereldkampioen te worden. Zolder wordt mijn 24ste WK op rij. Ik moet zeggen dat het niet de mooiste koersen waren. Er zijn andere crossen met meer spanning en labeur in het geheugen blijven hangen. Het weer speelt een belangrijke rol. Eendagsvliegen konden mij niet verontrusten.”

Apocalyptisch decor

De renners zijn antiek, het parcours is antiek. Het fietsen en lopen met de fiets op de schouder, de bosstroken en veldweggetjes, zandhellingen en soms letterlijk een modderpoel. Het zijn contouren van de oorlogsjaren ’14-’18. Denk er een herderinnetje bij met een broodmandje op de fiets dat het verzet gaat bevoorraden in het apocalyptische decor van een schimmenrijk, clair-obscur. Sven Nys heeft landschappelijke antennes ontwikkeld, maar naar bosviooltjes kijkt hij weinig om.

„Een cross vraagt uiterste concentratie. Is het niet in het zoeken naar de meest berijdbare stroken dan wel in de aanloop naar balkjes en haarspeldbochten. Wij zijn een peloton zonder opsmuk. Precies, je ziet weinig oorbellen in de cross. De enige luxe is nu de camper waarin we ons wassen en omkleden. Ik heb altijd makkelijk gerecupereerd: één nat washandje en ik was weer de oude. Maar vergis u niet: een veldrit rijd je niet met de armen in de lucht.

Strijd tussen Lage Landen is zegen

„Wij zijn nog de enige sport met echte derbysfeer tussen België en Nederland. Voor de WK verwacht men 70.000 toeschouwers, van wie zeker een kwart Nederlanders. De prille twintigers Mathieu van der Poel en Wout Van Aert dragen het gewicht van de interland. Al houd ik ook rekening met Lars van der Haar. Een renner naar mijn hart: altijd in de aanval, snel en explosief. Bij de Belgen zou good old Kevin Pauwels kunnen verrassen. De strijd tussen de Lage Landen is een zegen voor de cross. Van der Poel is de grootste sensatie, rot van talent, en hij moet fysiek nog doorgroeien. Van Aert is niet veel minder.”

Sven Nys heeft het veldrijden gedemocratiseerd. Onder zijn impuls gingen de startpremies fors de hoogte in, werden de veiligheidscriteria strakker, deed merchandising zijn intrede. Hij wil als adviseur van de UCI helpen een nieuwe toekomst te bevechten voor het veldrijden. „De oude crosslanden als Zwitserland en Tsjechië hebben hun tijd gehad. Veldrijden verplaatst zich naar de Verenigde Staten en Engeland. Het is niet toevallig dat een fietsgigant als Trek in het veldrijden is gestapt. Andere sponsors zullen volgen.”

Tot een anoniem bestaan zal het nooit komen – die vurige wens van Anneke wordt niet ingelost. Ze liet deze avond de mannen spreken, tafelde gezellig mee, maar zei weinig. Haar vriend is ook zuinig met emoties. „Maar laatst kwam een oude man met een jongetje aan de arm na de cross op me af. Toen ik hem een hand gaf, begon hij te huilen. Hij stotterde dat hij mij al jaren adoreerde. Zo’n ontmoeting maakt me stil.”