Mieren knippen bladeren in reepjes

Illustratie Irene Goede

Eén-twee-drie-vier. Eén-twee-drie-vier. In een lange rij marcheren de mieren. Elke mier draagt een blaadje in zijn kaken. Alsof er duizend groene zeilscheepjes over de bosbodem varen. Mieren, mieren, overal mieren.

Deze mieren hebben zijn op weg naar hun eigen tuin. Met de bladeren in hun bek gaan ze hun tuin bemesten. Het zijn dus echte tuiniermieren. Ze heten Atta-mieren en ze leven in Zuid-Amerika.

De mierentuin lijkt niet op een mensentuin. Er groeit geen lavendel, tijm of tulp, maar schimmels. Deze schimmels leven van bladeren. Dáárom slepen die mieren die vers geknipte blaadjes van de ene naar de andere kant van het bos. Als de schimmels zijn vetgemest, dan eten de mieren de schimmel op.

De kaken van de Atta-mieren zijn scherp als tuinscharen. Daarmee knippen ze de bladeren van planten uit het regenwoud. De blaadjes zijn groot en zwaar, veel groter dan de mieren zelf. Toch marcheren de mieren dapper door.

In het nest begin het echte werk. Daar knippen de mieren de stukjes blad tot kleine reepjes. Ze zijn secuur: geen bladreepje mag gevouwen, vermorzeld of gekreukeld worden. Voorzichtig plaatsen ze hun knipsels in de schimmeltuin.

Als het tuintje af is, plukt een mier een schimmeldraadje uit een oude tuin. Die kneedt hij tot een balletje en stopt hij tussen de bladreepjes in de tuin, zodat de schimmel kan groeien.

Hoeveel moeite kost het om bladeren klein te snijden? Amerikaanse biologen hebben dat nu uitgerekend: om één A4-velletje blad klein te snijden, knippen de mieren 187 meter ver. Gelukkig leven er miljoenen mieren in een nest.

De jongste mieren, met de scherpste kaken, werken binnenin het nest. Daar wordt het meest geknipt. Als de mieren wat ouder zijn gaan ze buiten het nest op zoek naar bladeren.

En als zijn kaken bot en versleten zijn, mag de tuiniermier dan met pensioen? Nee. Dan wordt hij draagmier. Iedereen blijft ploeteren voor de tuin.