Het hedgefonds wordt een dinosaurus

Lang waren ze de cowboys van de financiële markten. Maar de schemering lijkt in te treden voor de hedgefondsen. Eigen schuld, zo lijkt het.

Een afnemende meeropbrengst

Sorry, zei Bill Ackman deze week tegen zijn investeerders. De hedgefondsmanager van het Pershing-fonds verloor vorig jaar 20,5 procent van zijn beheerde vermogen. Het was nieuws met een Nederlands tintje. Een houdstermaatschappij van Pershing is beursgenoteerd in Amsterdam. Tussen eind 2014 en eind 2015 verloor dat aandeel ruim 15 procent van zijn waarde. Dat is best veel . Ackman is vooral een aandelenman, en de Amerikaanse S&P-500 index boekte over die periode juist een winst, in euro’s, van 11 procent.

Aangezien het aandeel Pershing op de Amsterdamse beurs sinds eind 2015 (de afgelopen vier weken dus) nóg eens een zesde van zijn waarde verloor, kan het zijn dat Ackman zijn excuus moet herhalen.

Nu was 2015 een moeilijk jaar, en heeft 2016 een nog moeilijker start. Kunnen beleggingsmanagers daar de schuld aan geven? Als ze passief zijn wel. Dan deinen ze mee op de golven van de beurzen, en in ruil rekenen ze lage tarieven. Beleggers kunnen ook simpelweg trackers (indexfondsen) kopen. Passief, niet duur.

Kop: ik win

Managers als Ackman gaan niet zo makkelijk vrijuit. Zij bestaan bij de gratie van hun vermeende superioriteit. Ze doen het beter dan de rest – althans, dat is de belofte. Daar rekenen ze forse tarieven voor. Bekend is de two and twenty-regel: twee procent van het belegde vermogen en twintig procent van de gemaakte winst.

Volgens Preqin, een instituut dat de bedrijfstak bijhoudt, maakten hedgefondsen in 2015 gemiddeld slechts een rendement van 2,02 procent in 2015. In 2014 was dat 3,78 procent. Maar daar moeten de beloningen nog van af. Het Hedge Fund Research Institute publiceert indicaties van de prestaties van hedgefondsen, waar de beloningen al zijn afgetrokken: volgens de HFRI Hedge fund index verloren de fondsen vorig jaar gemiddeld 1,02 procent. Het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar staat op 2,31 procent aan netto-rendement per jaar. Doen we het daarvoor?

In wezen gaat de discussie over de vraag of een belegger het structureel beter kán doen dan de markt. Bestaan er andere Warren Buffets (geen hedgefondsmanager trouwens, maar een gewone fondsbeheerder) of George Sorossen? Bestaan deze iconen, in overdrachtelijke zin, zelf eigenlijk wel? Of hebben ze bij toeval zo vaak achter elkaar zes gegooid met hun dobbelsteen dat de buitenwereld er van overtuigd is geraakt dat het de eerstvolgende keer ook zo zal uitpakken?

Die discussie komt er in wezen op neer of er zoiets bestaat als een ‘efficiënte markt’. En hoewel daar, zeker sinds de kredietcrisis, veel kritiek op is, beraadslaagt de academische jury er nog steeds over.

Munt: u verliest

Veel hedgefondsen gaan er, gezien hun beloningsstructuur, nog steeds van uit. De markt kan verslagen worden. Want ze zijn wel duur, maar ze ook goed.

Maar je moet wel héél erg goed zijn om zulke tarieven te verdedigen. Stel een pensioenfonds steekt 100 miljoen in een hedgefonds met een two and twenty-beloning. Dat hedgefonds maakt een rendement van vijf procent per jaar, vóór beloning. Dan levert die 100 miljoen na 25 jaar 239 miljoen aan winst op. Maar als jaarlijks de two and twenty er af wordt getrokken, dan is de winst op die 100 miljoen na 25 jaar slechts 95 miljoen.

De rest zit in de beheerskosten – hoewel de fondsbeheerder natuurlijk wel enige kosten maakt voor aan- en verkopen, maar die vallen in het niet bij zijn beloning. En dat is nog vooropgesteld dat de beheerder op het door hem ingehouden geld hetzelfde rendement maakt als voor zijn cliënten. Dat is niet altijd het geval.

Een recent voorbeeld doet de rillingen over je rug lopen. De Financial Times berichtte vorig jaar over BlueCrest, een hedgefonds dat zijn deuren sloot en al het ingelegde geld, 35 miljard dollar op zijn piek, teruggaf aan zijn beleggers.

De reden: na drie jaar rendement van nul procent, besloot het management alleen nog voor zichzelf te gaan beleggen. Dat bleek het uitstekend te kunnen. Een intern fonds, alleen voor de staf, van 2 miljard euro had in dezelfde afgelopen drie jaar een rendement van 60 procent geboekt. Terwijl voor de beleggers dus nul was behaald.

Fondsenschemering

Allemaal casuïstiek, natuurlijk. Maar er zijn ook generieke voorbeelden. Simon Lack, een hedgefonds-onderzoeker zei op een conferentie van het CFA-instituut in 2012 dat als al het geld dat beleggers ooit in een hedgefonds hadden gestoken, simpel was was belegd in Amerikaanse staatsobligaties, het rendement twee maal zo hoog was geweest. Van de rendementen in de sector bleef, zoals in bijgaande grafiek te zien is, steeds minder over.

Dat is nogal ontnuchterend, en het zal veel hedgefondsen ook geen recht doen. Beeldvorming is een krachtig verschijnsel. Het heeft er, via legendes als Soros of Julian Robertson, aan bijgedragen dat de sector zo groot werd. Het leidt er nu juist toe dat veel beleggers twijfelen over deze bedrijfstak. De tijd van de machtige beleggingsgoeroe’s lijkt voorbij. En zo te zien is dat grotendeels hun eigen schuld.