Column

Griekenland ligt verkeerd op de route

In maart 2013 publiceerde de Times of Malta een opmerkelijk artikel van de Maltese minister van Financiën, Edward Scicluna. Het stuk, ‘Cyprus: a Lesson for Life’, gaat over de nacht waarin de euroministers van financiën het failliete, recalcitrante Cyprus het vel over de oren hadden getrokken, en begint met de woorden: „There is nothing more undignified than the sight of a bankrupt person begging for assistance.”

Wie wil begrijpen waarom landen als Duitsland en Oostenrijk Griekenland uit Schengen dreigen te zetten, moet dat stuk lezen. Voor Scicluna was de vernedering van zijn Cypriotische collega een onvergetelijke les voor kleine landjes in de Europese Unie: zorg dat je je zaakjes op orde hebt, want als er wat misgaat word je harder aangepakt dan grote landen.

Cyprus liet rijke Russen (en anderen) geld witwassen via banken op het eiland. Er gebeurde veel dat het daglicht, en Europese regelgeving, niet kon verdragen. Nationale toezichthouders deden niets. De EU klaagde maar kon weinig doen: belastingzaken zijn een nationale verantwoordelijkheid. Natuurlijk was Cyprus niet de enige die ze fiscaal bruin bakte. Luxemburg, Nederland, Ierland en Malta konden er ook wat van. Maar zij waren op andere terreinen redelijk goede Europeanen. Ze hadden bondgenoten. Cyprus niet, behalve Griekenland – wat afgelopen jaren geen pre was. Bij de VN, waar EU-landen vaak één standpunt innemen, stemde Cyprus geregeld met Rusland mee. Toen het eiland geld moest lenen van eurolanden, ging het om peanuts, 10 miljard euro. Maar geld was het punt niet: het moest uit zijn met het geklier. En iedereen, tot op Wall Street, moest kunnen zien dat de eurozone orde op zaken kon stellen.

Scicluna zat die nacht naast de Duitse minister Wolfgang Schäuble. De Cyprioot zat tegenover hen. Scicluna beschrijft de waslijst aan eisen van de eurogroep. „Dit werd allemaal ‘geaccepteerd’ door de Cypriotische [minister] die, met een pistool tegen zijn hoofd, ongewoon coöperatief was. Het duurde bijna tien uur voordat [zijn] lichaam en ziel zo uitgeput waren dat hij met alles akkoord was.” Wel, de boodschap is overgekomen. De eurocrisis luwde. Tot op de dag van vandaag tekenen de Cyprioten alles wat de troika hen voorhoudt.

Ook met Griekenland hebben veel EU-landen het gehad. Eerst al die eurodrama’s, en nu slagen de Grieken er niet in de EU-buitengrenzen behoorlijk te bewaken. De Oostenrijkse minister vindt dat er „over uitzetting van Griekenland uit Schengen openlijk gediscussieerd moet worden”. Schengenregeringen weten niet hoe ze de crisis te lijf moeten, ze voelen de hete adem van extreemrechts in de nek. In plaats van duurzame oplossingen te zoeken schuiven ze het probleem buurlanden in. Zweden zadelt het Deense spoor met peperdure controles op. Duitsland zet steeds meer migranten terug Oostenrijk in. Het laatste land, Griekenland, riskeert één openluchtkamp te worden. Een cemetery of souls, zei de migratieminister.

Langs de Finse buitengrens, hi-tech en veelgeprezen, kun je honderden kilometers over een laag hekje stappen zonder dat iemand je ziet. Gelukkig laten de Russen aan hun kant niemand door. De Grieken hebben dat geluk niet. Velen helpen vluchtelingen, met meer compassie dan menige Deen of Hollander. Tienduizenden vluchtelingen moesten vanuit Griekenland over lidstaten worden verdeeld. Er zijn er amper 200 vertrokken. Griekenland ligt verkeerd op de route. Net als Italië, dat ook lastig is. Daar schelden we niet op, omdat de Libië-route even stilligt en Italië groot is. Scicluna had gelijk. Als je zijn stuk gelezen hebt, vergeet je het nooit.