Eén gen eruit en muis wordt niet meer dik

Muizen die door genetische manipulatie een bepaald eiwit (USF1) niet kunnen maken, kunnen vet eten wat ze willen en krijgen toch geen obesitas, suikerziekte en hartziekten.

Dat is de droom van veel Amerikanen. USF1 „opent nieuwe wegen” voor een therapie tegen overgewicht en hartziekten, schrijven de onderzoekers die het USF1-mechanisme ontrafelden afgelopen woensdag in Science Translation Medicine. De onderzoekers zijn vooral Finnen, met een bijdrage uit Leiden.

De muizen zonder USF1 verbrandden veel meer bruin vet, ook als dat niet nodig was om hun lichaam op temperatuur te houden. Brandstof waren de vetmoleculen in het bloed.

Mensen die van nature minder USF1, of USF1 van mindere kwaliteit maken hebben weinig last van aderverkalking. Ze hebben prima cholesterolwaarden in hun bloed en zullen niet snel diabetes type 2 (de vorm die ontstaat door overgewicht) krijgen, want hun lichaamscellen reageren prompt op insuline.

De Finnen kwamen USF1 op het spoor door hun genetisch en stofwisselingsonderzoek bij mensen met familiaire gecombineerde hyperlipidemie (FCH). Dat zijn families waarin veel mensen een te hoog cholesterolgehalte hebben. Andere vetwaarden in het bloed zijn ook ongunstig. Mensen met FCH zijn vaak dik en krijgen snel diabetes type 2. De literatuurverwijzingen tonen dat de Finse groep al zeker 20 jaar achter USF1 aan zit.

Het eiwit blijkt een soort schakelaar te zijn die een hele groep genen aan zet. En de voorlopige conclusie moet zijn: in de dikmakende omgeving waarin steeds meer mensen leven kunnen we de evolutie misschien een stapje voor zijn en USF1 zelf uitschakelen. Dat zal wel een prijs hebben, zoals snel sterven bij hongersnood.