De zwarte vriend van de dochter des huizes

Huub Schepers (1945-2016) was de zoon van een vrouw uit Limburg en een zwarte bevrijder. Kort voor zijn dood ontmoette hij voor het eerst mensen als hij.

Huub Schepers als kleuter met een onbekende – de vrouw met bril is een pleegmoeder – en als bruidegom in 1967.

Voor het gemak zei Huub Schepers vaak dat hij Surinamer was. Dat voorkwam dat hij het echte, ingewikkelde verhaal moest vertellen. Schepers’ moeder, een Geleense, stond er rond de bevrijding alleen voor. Haar man, een NSB’er, was al tijden van huis. Zij legde het, wegens warme gevoelens of uit financiële nood, aan met een zwarte Amerikaanse militair.

Op 12 november 1945 kwam Huub ter wereld. Zijn vader was allang uit Limburg vertrokken. De man van zijn moeder zat vast wegens collaboratie met de Duitsers. Hij kon vervroegd vrij komen, als hij het kind erkende. Zo geschiedde. Maar eenmaal thuis wilde de man niets meer van het kind weten. Het moest weg.

Zo begon een langdurige tocht langs pleeggezinnen en internaten. Uiteindelijk kwam de jongen terecht in Sint-Joseph, een voogdijgesticht in Cadier en Keer, tussen onder anderen weeskinderen en kinderen van ‘foute’ Nederlanders. Hij werd er slachtoffer van seksueel misbruik door een broeder. „Dit is jouw straf”, zei die er ook nog bij. Schepers snapte het niet. Wat had hij dan misdaan?

Als zeventienjarige stond hij op het punt een einde aan zijn leven te maken. Hij deed het niet, herpakte zich, ging werken als verpleegkundige en werd verliefd op een collega. Netty Wanders, oudste van tien kinderen van een gezin uit Noorbeek, was meteen onder de indruk van de rust en zachtheid die Schepers uitstraalde. Haar familie overigens ook. De zwarte vriend van de dochter des huizes werd direct geaccepteerd, geen vanzelfsprekendheid in de jaren zestig. Vader Wanders wimpelde lastige vragen af met de opmerking dat zijn schoonzoon ‘wat langer gebakken’ was dan andere mensen. Het huwelijk werd voltrokken in de kerk van Bemelen, flink wat dorpen verderop, zodat Noorbeek er niet achterkwam dat Schepers geen familie had.

Samen kon het jonge paar in het begin de hele wereld aan. Ze leerden leven met de discriminatie. Woningen die zogenaamd „net verhuurd” waren, als ze hun gezicht lieten zien. Fietsbanden die bij herhaling lek werden gestoken. Na hun huwelijk kregen ze in dertien maanden tijd drie kinderen, een meisje en een tweeling, een jongen en een meisje.

Als psychiatrisch verpleegkundige oogstte Schepers niets dan lof, vertelt Netty Wanders. „Mensen kwamen zelfs bij ons aan de deur om hem te bedanken.” Dat ging wringen. Wat hij op zijn werk kon geven, lukte hem thuis niet. Nooit eens een compliment voor zijn vrouw. Nooit eens een knuffel. Schepers was dolende: maakte lange wandelingen en fietstochten door het Heuvelland, las over zingeving in wat zijn vrouw „zoekboeken” noemt en zocht een tijdlang troost in de drank.

Het echtpaar vocht voor de relatie. Vijf jaar geleden besloten ze alsnog apart te gaan wonen. De band bleef. Ze aten vaak met elkaar. Zij bleef zijn was doen.

Even daarvoor, toen steeds duidelijker werd hoeveel seksueel misbruik er binnen de katholieke kerk had gespeeld, had Wanders tijdens een relatietherapie voor het eerst een vermoeden uitgesproken: „Er is met jou ook wat gebeurd, hè?” Schepers ontplofte en verliet de sessie met slaande deuren. Toen Wanders hem later thuis trof, had hij zijn drie kinderen al gebeld over het geheim waar hij al die jaren mee had rondgelopen, en vertelde hij het ook aan zijn vrouw.

Schepers kreeg erkenning bij de commissie-Deetman die het seksueel misbruik onderzocht. Dat hij gehoor vond, deed hem goed. De financiële vergoeding boeide hem minder. Een van zijn dochters spoorde hem aan het geld te gebruiken voor een reis naar Amerika, het land van zijn onbekende vader. Schepers wilde het niet.

Bij de presentatie van een boek over het leven van een zwarte grafdelver op de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten, meldde Schepers zich bij de schrijfster, Mieke Kirkels. Na hem meldden zich nog meer kinderen van zwarte bevrijders bij haar. Ze maakte er een nieuw project van: boek en documentaire zijn in de maak.

Op 18 december 2015 ontmoetten de bijzondere bevrijdingskinderen elkaar voor het eerst in het Familiemuseum in Eijsden. Schepers liep er met een grote glimlach rond. „Ik heb eindelijk broers en zussen”, zei hij na afloop. Exact een maand later had op dezelfde locatie zijn uitvaart plaats. Een paar dagen eerder, op 14 januari, had zijn ex-vrouw hem in zijn aanleunwoning in Gulpen dood op bed gevonden. Zijn hart had het begeven.

Dat de begrafenisplechtigheid samenviel met Martin Luther King Day zou Schepers, die plakboeken bijhield over de Amerikaanse burgerrechtenstrijd en de Stars and Stripes uithing bij Obama’s inauguratie, prachtig hebben gevonden. Hij lag opgebaard met over zijn benen de Amerikaanse vlag. Wanders citeerde uit Kings vermaarde I have a dream-toespraak: „Eindelijk vrij! Eindelijk vrij! Dank God almachtig, wij zijn eindelijk vrij!”