Column

De politiek van maakbare illusies en verwaarloosde maakbaarheid

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de sores van Van der Steur, Samsom en Wilders.

Ofwel: agenten, vluchtelingen en partijsoldaten als maakbare idealen.

Illustratie

Schrijf een verzwakte minister nooit af. Maandag, voordat Nieuwsuur ’s avonds een nieuwe scoop over de Teevendeal bracht, hing Ard van der Steur al aan de telefoon bij fractievoorzitters in de Kamer.

Even doorgeven dat er wéér rampzalig nieuws aankwam. Even vertellen dat hij dit niet liet betijen: hij had al geregeld, zei Van der Steur, dat de commissie-Oosting vervolgonderzoek deed.

Het oogde logisch, maar dat was het natuurlijk niet. De commissie-Oosting was juist een bot middel gebleken om de dubieuze praktijk van feitenverbuiging op Veiligheid en Justitie op tafel te krijgen. Het verzoek aan de ICT’ers om in 2014, in het zicht van de finish, te stoppen met zoeken naar het bankafschrift van de Teevendeal, zoals Nieuwsuur onthulde, was Oosting immers ontgaan.

Intussen wist Den Haag dat de VVD er niet aan moest dénken dat die stokoude Teevendeal, na alle ellende, ook nog door de Kamer onderzocht werd. En die optie wist Van der Steur – voorlopig – weg te werken. Dinsdag zag de Kamer zelfs af van een spoeddebat.

Het liet zien dat ook een zwalkende bewindsman effectief kan zijn – al werden zijn vooruitzichten er deze week niet beter op.

Het echte drama is niet eens dat Van der Steurs toekomst wankel is: de Kamer kan hem, ongeacht de uitkomst van ‘Oosting’, altijd voor de voeten werpen dat hij eerder ICT’ers aanwees als schuldigen voor de niet gevonden gegevens. Tegelijk heeft de man domme pech: het verstoppen van deze feiten dateert uit een periode dat hij nog lang geen minister was.

Maar het echte drama is intussen dat de VVD zijn grote project inzake veiligheid, de vorming van één ministerie van Veiligheid en Justitie in 2010, met OM en politie onder één dak, aan het kwijtspelen is. VVD-prominenten geven nu binnenskamers ook toe wat partijen als PvdA, D66 en CU hardop zeggen: dit departement overleeft de volgende formatie niet. De politie zal teruggaan naar Binnenlandse Zaken.

Een structuurdiscussie zonder pikanterie inzake personen - maar erg belangrijk. De samenvoeging van OM en politie heeft een onstuurbaar ministerie opgeleverd, met alle gevolgen van dien. Nog steeds zitten talrijke medewerkers, belast met veiligheid, in een ‘reorganisatietraject’, waardoor energie opgaat aan onproductief gedoe over hun inschaling of afdeling.

Het is de dodelijke uitkomst van het maakbaarheid- en managementdenken: de fictie dat je iets voor de burger kunt verbeteren door een ministerie anders in te richten.

Ditzelfde manco was de basis onder de Nationale Politie. De Kamer stemde hier unaniem voor, dus je hoort er politici amper over. Maar wie in die wereld de ongemakken opvangt (ICT-blues, meerkosten, competentiestrijd, ruzies, corruptieonderzoek, etc.), ziet ook daar de ontmaskering van de maakbaarheidillusie. Veel inspanning, amper vooruitgang.

Nu is maakbaarheiddenken natuurlijk niet altijd fout. Grote vragen verdienen politici die grote stappen wagen.

Zo gaat het plan dat PvdA-leider Samsom voor het asielzoekerprobleem lanceerde uit van de premisse dat het Westen greep kan krijgen op keuzes van kandidaat-vluchtelingen.

Ik weet het niet. Het internet brengt onze samenlevingen in elke uithoek van de wereld in beeld, dus zullen mensen, zeker uit oorlogsgebied, deze kant op blijven komen. De maakbare vluchteling is, vrees ik, ook een illusie.

Maar scepsis over Samsoms oplossingen neemt niet weg dat West-Europa op dit punt prestaties van zijn politici verlangt. Anders wordt behalve de verzorgingsstaat ook de traditionele politiek opgeblazen.

Dus hardop nadenken over manipuleren van vluchtelingenstromen, alsmede het paaien van regio’s die voor opvang of terugsturen nodig zijn, is zeer welkom. Wat je verder ook van Samsoms plan vindt: hij probeert het tenminste.

Tegelijk accentueert hij zo het gelijk van Wilders: de PVV-leider heeft, door zijn positionering vorig jaar, de politiek naar zijn hand gezet.

Al heeft hij zijn eigen maakbaarheidillusie, zij het een omgekeerde. Op de een of andere manier hebben de meeste media er geen aandacht voor, maar zijn virtuele groei suggereert dat hij een partij heeft die al die nieuwe zetels zinvol kan bezetten.

Vergeet het maar: de PVV blijft een oud ijzerhandeltje zonder sturende hand. De PVV-leider duldt al jaren vrijwel alleen amateurs om zich heen, zodat telkens nieuw intern gedoe ontstaat.

Het laatste voorval: ongenoegen en een dreigende opstand in Limburg, Wilders’ thuisbasis, waar de PVV sinds 2011 tot de grootste partijen behoort. De Statenfractie wordt er geleid door Michael Heemels, een bekende in Den Haag: hij is Wilders’ woordvoerder.

Probleem is dat zijn functies lastig te verenigen zijn. Vorig jaar al reisden twee Limburgse PVV’ers naar Den Haag om bij Wilders te klagen over Heemels’ afwezigheid.

Wilders beloofde beterschap. En Heemels wees me er donderdag op dat hij zelden een Statenvergadering mist: in 2015 éénmaal, door „familieomstandigheden”.

Dit was in december – en talrijke bronnen informeerden me, mondeling en schriftelijk, over ophef daarna.

Een PVV’er ontdekte dat Heemels, al jaren ook penningmeester van de fractie, rekeningen niet had betaald.

Ook kwamen opmerkelijk hoge overboekingen aan een stagiair op tafel. Het geval wil dat die stagiair inmiddels fractiesecretaris is, en het liep hoog op toen hij politieke verwanten vertelde dat hij deze bedragen nooit had ontvangen. Ook zagen ze, beaamden fractieleden, onverklaarbare overboekingen aan een bedrijf in Herkenbosch.

Het geheel creëerde, zo kreeg ik uitgelegd, binnen de Limburgse fractie een gelaten stemming: PVV’ers zeiden elkaar dingen over Heemels die zij, merkte ik, tegen mij niet wilden herhalen.

Heemels bevestigde me dat er zaken spelen. Er was volgens hem één onbetaalde rekening, „die is daarna netjes betaald”. De hoge vergoedingen aan de stagiair kwamen omdat de man destijds „ook fractiemedewerker” was. En het feit dat betrokkene nu ontkent de betalingen te hebben ontvangen („dat heb ik ook gehoord”) was mede aanleiding, zei Heemels, om onderzoek van zowel de kascommissie als een externe accountant te vragen.

„Ik vind dat alle geldstromen, alle bonnetjes, alle bankafschriften, alle stukken door een onafhankelijke accountant bekeken moeten worden”, zei hij me.

Intussen hoorde ik dat twee PVV’er het penningmeesterschap van hem over willen nemen. „Graag”, zei Heemels. Hij bekleedde de functie alleen, zei hij, „omdat er geen andere kandidaten waren.”

We zullen zien hoe dit afloopt. Niet alle PVV’ers zijn er gerust op.

Maar dit gedoe leerde me opnieuw dat die hele PVV zich niet ontwikkelt. Schitterende virtuele groei – maar een leider die nooit energie in zijn mensen steekt. Die geen professionele structuur bouwt waarin talenten opgeleid worden en babbelaars tijdig ontmaskerd. De omgekeerde maakbaarheidillusie: niets doen waar regie en organisatie geboden zijn.

Agenten, vluchtelingen en partijsoldaten: drie groepen waarvan deze week bleek dat politici zich in hun maakbaarheid vergissen. Ik dacht: het laat ook zien, bij alle kritiek op politici, hoe ingewikkeld politiek geworden is.

Iedereen weet dat het grootste vraagstuk van deze tijd – vluchtelingen – bijna onoplosbaar is. Maar je hebt nog iets: nu de lastigste vraagstukken van een paar jaar terug, de economie en de overheidsfinanciën, bijna van de agenda verdwenen zijn, heeft bijna niemand het meer over de rol van politici daarin.

Deze week zag ik prachtige cijfers over de bouw (uitbundige groei) en werkgelegenheid (idem), terwijl ik begreep dat de belastinginkomsten in december zo enorm meevielen dat ze het op Financiën eerst niet geloofden.

Nu kun je onmogelijk zeggen dat politici dit herstel ‘gemaakt’ hebben. Maar het omgekeerde is ook eigenaardig: dat het herstel voor lief wordt genomen zonder politici ervoor te prijzen.