De doofpot is er wel maar bestaat niet

De Haagse politiek was deze week vol van een mogelijke doofpotkwestie. Maar Nederland kent geen doofpotten. Of toch wel? Enkele doofpotten die niet zo genoemd mogen worden.

Weinig woorden hebben in Den Haag zo’n explosieve politieke lading als doofpot. Dat bleek deze week nog eens toen de zogeheten kwestie rond de Teevendeal die vorig jaar leek afgesloten, opnieuw oplaaide. Het gebeurde nadat het tv-programma Nieuwsuur had onthuld dat de zoektocht naar het verdwenen bonnetje van de financiële overeenkomst, die officier van justitie Fred Teeven destijds met een drugscrimineel zou hebben gemaakt, van hogerhand was stopgezet.

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) zette de commissie Oosting, die enkele weken geleden het onderzoek naar de gang van zaken afrondde, opnieuw aan het werk. Wederom veel commotie op het Binnenhof. Want niet kunnen vinden is één, maar een doofpot?

Onacceptabel politiek wangedrag

De doofpot is synoniem voor onacceptabel politiek wangedrag. Dat is de boel bedonderen. Voor bewindslieden van wie wordt vastgesteld dat zij gebruik hebben gemaakt van een doofpot is de politieke carrière voorbij. Vandaar dat de doofpot in het politieke spraakgebruik een rekbaar en subjectief begrip is. De letterlijke vertaling van de overdrachtelijke doofpot is doelbewust laten verdwijnen. Daar is in de recente parlementaire geschiedenis nog nooit iemand op betrapt. Het bleef meestal bij onvolledig informeren. Wat een minister of staatssecretaris trouwens ook de kop kan kosten.

Doofpotten willen we niet kennen in Nederland. Neem minister Johann Logemann (PvdA) van Overzeese Gebiedsdelen die in 1946 in de Tweede Kamer zei dat hem niets bekend was van wreedheden die door de militaire politie in Nederlands Indië zouden zijn begaan. Hij ging het onderzoeken, beloofde hij. Want het was „volstrekt tegen de wens van de Nederlandse Regering en van de Nederlandsch-Indische Regering” dat zoiets „in den doofpot zou worden gestopt”. Anno 2016 wordt nog steeds gevraagd om een alomvattend onderzoek naar wat er nu precies tussen 1945 en 1950 heeft plaatsgevonden.

In Nederland wordt onwelgevallige informatie veelal niet kwijtgemaakt, maar verstopt, hergeformuleerd in wollige tekst dan wel opgeborgen in mappen waarop staatsgeheim staat.

Openbaarheid is een lastig begrip binnen de Nederlandse verhoudingen. Te veel verschillende belangen en dus te veel gedoe. Maar noem het vooral geen doofpot.

Vijf doofpotten die niet zo genoemd mogen worden.

Doofpot 1: Oorlogsmisdaden

 

In 1969 werd het verhaal van Indië-veteraan Joop Hueting eindelijk opgepakt. De VARA interviewde hem over tussen 1945 en 1950 door Nederlandse militairen gepleegde oorlogsmisdaden. Eerder had hij al vruchteloos ingezonden stukken naar kranten gestuurd. Hueting was getuige geweest van structureel geweld tegen de bevolking. In het tv-interview zei hij: „We kregen krijgsgevangenen en die werden meerdere malen neergeschoten, waarbij dan de kreet was: ‘Ga jij maar pissen’, waarop de mensen zich omdraaiden en in de rug neergeschoten werden.”

In Tweede Kamer werd aangedrongen op onderzoek. Dit leidde een half jaar later tot de zogeheten ‘Excessennota’ van een ambtelijke werkgroep. Het kabinet concludeerde naar aanleiding van dit onderzoek dat het optreden van Nederlandse militairen „zo nu en dan was ontaard”, maar stelde voor het overige dat „dat de krijgsmacht als geheel zich in Indonesië correct heeft gedragen”. In het hierop volgende debat in de Kamer haalden moties waarin werd verzocht om verder onderzoek het niet.

Doofpot 2: Greet Hofmans

 

In de jaren vijftig heerst grote spanning tussen koningin Juliana en prins Bernhard. Directe aanleiding is de aanwezigheid op paleis Soestdijk van gebedsgenezeres Greet Hofmans die met haar pacifistische ideeën volgens Bernhard veel te grote invloed heeft op zijn echtgenote. De Nederlandse pers meldt niets over de ‘koninklijke onrust’; het gevolg van een verzoek van minister-president Drees aan de hoofdredacteuren.

Als op 13 juni 1956 via een publicatie in het Duitse weekblad Der Spiegel de kwestie toch naar buiten komt, sijpelt er ondanks een verspreidingsverbod van het blad in Nederland toch iets door.

Een commissie van drie ‘wijzen’ onder leiding van oud-premier Beel die zichzelf aan Juliana en Bernhard had aangeboden ging de invloed van Greet Hofmans onderzoeken. Het kabinet, inclusief premier Drees, wist aanvankelijk niets van het driemanschap. Pas in 2008 werd het lang geheim gehouden rapport geopenbaard. Eén van de conclusies die de commissie in 1956 trok, was dat Hofmans ontslagen diende te worden.

Doofpot 3: Molukse acties

 

Negen jonge Molukkers kaapten in mei 1977 een trein bij de Punt in Drenthe en gijzelden daarbij aanvankelijk 54 passagiers. Negentien dagen later werd de kaping door mariniers met geweld beëindigd. Bij deze actie kwamen zes kapers en twee gegijzelden om het leven.

De eerste lezing van de reddingsactie was dat de kapers waren „gecompartimenteerd”. Met een aanhoudende kogelregen was een muur opgetrokken waardoor de kapers niet konden overlopen van hun deel naar de coupé waar de gijzelaars verbleven. Daarbij zouden de doden aan de kant van de kapers zijn gevallen.

Maar hebben mariniers nadat zij de trein na de bestorming waren binnengekomen ook enkele kapers geëxecuteerd? Dat zou blijken uit lang geheim gehouden autopsierapporten die pas enkele jaren geleden zijn vrij gegeven. Omdat deze een andere lezing gaven dan de officiële, verdwenen zij in 1977 in een kluis.

Uit het nader onderzoek bleek ook dat één van de gegijzelden door kogels van een marinier om het leven was gebracht.

Doofpot 4: Inval Suriname

 

Serieus is binnen het kabinet Lubbers in 1986 overwogen Nederlandse militairen naar Suriname te sturen. Doel was: het evacueren van de aanwezige Nederlanders in verband met de binnenlandse spanningen. Maar tevens werd de arrestatie van toenmalig legerleider Bouterse overwogen.

Dit bleek in 2010 uit een uitvoerige reconstructie in de Volkskrant.

Tweede Kamerlid Van Bommel (SP) vroeg in 2007 al om opheldering over een soortgelijk verhaal dat de ronde deed maar kreeg toen een ontwijkend antwoord. Omdat, zoals minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) in 2010 na nieuwe vragen van het Kamerlid zou antwoorden, het kabinet in 2007 „geen aanleiding” zag voor uitgebreider onderzoek. Eind jaren tachtig speelde militaire interventie opnieuw in het kabinet.

Over de betrokkenheid van Nederlandse militairen bij de staatsgreep van Surinaamse sergeanten die Bouterse in 1980 aan de macht bracht, hangt ook nog altijd een wolk van mist. Documenten daarover dragen tot het jaar 2060 het stempel staatsgeheim.

Doofpot 5: Srebrenica

 

„Geen doofpot”, concludeerde Jos van Kemenade op 28 september 1998 tijdens een persconferentie. Hij was voorzitter van de commissie die had bekeken of het ministerie van Defensie onderzoek had tegengewerkt naar gebeurtenissen rond de in 1995 gevallen en door Nederlandse militairen bewaakte moslimenclave Srebrenica.

Zo waren er verhalen over een fotorolletje met belastend fotomateriaal dat was vernietigd en beschuldigingen van genegeerd wangedrag. In opdracht van het ministerie van Defensie ging de Noord-Hollandse commissaris van de koningin op onderzoek en oordeelde dat van bewuste misleiding geen sprake was geweest.

Maar toen volgde het diepgravende onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Het rapport van dit instituut oordeelde vier jaar later veel harder over Defensie en had het over „een collectieve behoefte om de vuile was binnen te houden, als onderdeel van de naar binnen gerichte cultuur van de defensieorganisatie”. Van Kemenade werd gebrekkig onderzoek verweten.