Check je nieuwe loonstrookje

Zo voorkom je een flinke naheffing van de Belastingdienst.

De eerste loonstrook van dit jaar, die veel Nederlanders deze week krijgen, is veranderd. De wijziging komt voort uit het aangepaste Belastingplan en kan gevolgen hebben voor de portemonnee omdat de arbeidsmarkt flexibiliseert en mensen steeds onregelmatiger werken. Mocht je dit jaar (veel) meer gaan werken, dan kun je een naheffing van honderden euro’s krijgen. Joke van der Velpen en Nico Marinus van Raet, de grootste salarisverwerker in Nederland, leggen uit hoe je je salarisstrook kunt checken.

Zijn er meer foutjes dan vorig jaar?

Nee, zeggen Van der Velpen en Marinus. Geen foutjes, want de computers bij Raet ratelen in principe foutloos door. Maar door het nieuwe Belastingplan kunnen de ingehouden loonbelasting op je loonstrook en de uiteindelijke aanslag inkomstenbelasting flink variëren. Marinus: „Terwijl ze juist gelijk moeten lopen.”

Wie moet opletten?

Vooral flexwerkers die onregelmatig werken, zoals parttimers, uitzendkrachten en mensen die op urenbasis werken. En zeker de groep flexwerkers die in 2015 een jaarinkomen had tussen 9.879 en 18.296 euro bruto. Je kunt onderaan je loonstrook van januari in één oogopslag zien of je tot deze ‘risicogroep’ behoort: als je ‘percentage loonheffing (LH) voor het bijzondere tarief’ 8,85 procent is. Van der Velpen: „Ben je in vaste dienst met een vast aantal uren en werk je dit jaar evenveel als vorig jaar, dan verandert in principe niets.”

Waar moet je op letten?

1 Kijk of het aantal gewerkte uren en daarmee je brutosalaris klopt. Zo niet: vraag je werkgever waarom.

2 Klopt het nettosalaris? Of is er een afwijking ten opzichte van november (in december is het salaris vaak hoger door een periodieke verhoging, eindejaarsbonus of bijvoorbeeld vakantiegeld)? En is die afwijking groter dan 3 tot 5 procent? Vraag je werkgever waarom.

3 Kijk ook onderaan je strook naar het loonheffingstarief voor je ‘bijzondere beloningen’. Iedereen die werkt en inkomensbelasting en sociale premies afdraagt, krijgt heffingskorting, zoals arbeidskorting. Maar het kabinet bouwt deze belastingkorting af om de schatkist aan te vullen. Ook de aparte belastingkorting over vakantiegeld, eindejaarsuitkering of bonus wordt afgebouwd.

Per inkomensgroep zijn er daarnaast verschillende ‘correctiepercentages’ op de belasting voor bijzondere beloningen bedacht (zie tabel boven). Mensen met inkomens tussen 18.296 en 120.518 euro bruto gaan zo méér belasting betalen over het vakantiegeld. Maar voor de lagere inkomens is een uitzondering gemaakt. Inkomens tussen 6.416 en en 9.879 euro bruto gaan juist 1,79 procent mínder betalen. Heb je vorig jaar tussen 9.879 en 18.296 euro bruto verdiend, dan krijg je zelfs 27,7 procent korting.

Wat is het risico van deze wijziging?

De hoogte van de loonheffing wordt bepaald op basis van het inkomen van vorig jaar. Ga je dit jaar (veel) meer werken en meer verdienen, dan kan het gebeuren dat je voor je bijzondere betalingen in een hogere ‘heffingskortingsschijf’ terechtkomt (zie tabel boven).

Ga je van 4,8 naar 8,8 procent meer belasting betalen, dan valt het nog mee. Maar zeker als je vorig jaar rond de 18.000 euro bruto hebt verdiend en dit jaar meer, dan vervalt mogelijk je belastingkorting. Dan betaal je niet meer 8,85 procent belasting maar ineens 36,55 procent of misschien zelfs 44,95 procent.

Wat kun je doen?

Controleer nu of je gaandeweg dit jaar (veel) meer uren gaat werken. Is dat zo, overleg dan met je werkgever of hij de voorheffing op je bijzondere beloningen wil verhogen. „Omhoog mag altijd”, zegt Nico Marinus. „Je voorkomt daarmee dat je achteraf soms honderden euro’s bij moet betalen.”

Kan die loonstrook niet simpeler?

Dat kan, zeggen ze bij Raet. De salarisverwerker lobbyt al een paar jaar voor een eenvoudige, individuele loonstrook. Werkgevers bepalen hoe deze strook eruitziet en kunnen de presentatie aanpassen vanuit de eigen cao en het eigen vakjargon. Bij een simpele strook kunnen alle complexe cijfers op een losse specificatie.