Artur Fischer leeft voort in elk huis

De uitvindingen van de Duitser waren kleine verademingen voor het dagelijks leven.

Fischer met zijn bekendste uitvinding: de plastic wandplug. Foto fischerwerke

Er is een tijd geweest dat mensen in stenen huizen leefden zónder de plastic wandpluggen van Artur Fischer. Hoe, dringt de vraag zich op, bevestigden mensen toen dingen aan de muur?

Met frustratie. Met doldraaiende schroeven, met verkruimelende stukken muur, met grote gaten die weer dicht gepleisterd moeten worden. Metaal en steen verdragen elkaar immers niet goed.

Het was dan ook een briljante vondst waar de Duitse uitvinder in 1958 patent op aanvroeg. Een deuvel van plastic die uitzet als je er een schroef indraait. Met groeven en twee haakjes die het meedraaien met de boor tegengaan. Plastic, net volop op de markt, verzoende perfect hard staal en bros steen.

Vrijdag overleed Artur Fischer, een klassieke uitvinder, op 96-jarige leeftijd in Waldachtal waar hij ook geboren was. In vrijwel elk huis is zijn nalatenschap te vinden. Hij bedacht niet enkel pluggen, Fischer is ook de geestelijk vader van het felgekleurde ‘speelmais’ en van de constructiedozen Fischer Technik.

Fischers uitvindingen waren kleine verademingen voor het dagelijks leven: bekerhouders, cd-opbergsystemen, boorstofafzuigapparaatjes en honderden handigheidjes voor in de muur. Op zijn naam staan ruim 1.100 patenten, meer dan uitvinder Thomas Edison.

Op het succes van de plug bouwde Fischer zijn imperium fischerwerke, met kleine f. Het bedrijf, geleid door zoon Klaus, heeft 4.100 werknemers en een jaaromzet van 660 miljoen euro. Het zit in 43 landen en produceert speelgoed, ‘bevestigingssystemen’ en auto-onderdelen. Elke dag maakt het 14 miljoen pluggen.

Weten hoe het niet moet

Uitvinden begint met de nieuwsgierigheid van een kind, zei Fischer vorig jaar tegen Der Spiegel. „Ik zei tegen mijn moeder: ik wil vliegen. Vooruit, zei ze, ga vliegen.” Samen timmerden ze een helikopter waarmee de kleine Artur niet opsteeg. Nou ja, zei z’n moeder, „nu weten we in ieder geval hoe het niet moet.” Dat is ook belangrijke kennis, vond hij.

Fischer, protestants, meende dat hij zijn succes had te danken aan nadenken en aan genade. Tegen Der Spiegel zei hij: „Wij zijn deel van de creatie. We kunnen onszelf de opdracht geven creatief te zijn.”